Ouderen

De kans op armoede is onder ouderen al jaren kleiner dan bij andere groepen. Langzaam wordt daarmee rekening gehouden in de begroting. Al is het dan controversieel. Het bleef wat op de achtergrond door alle cijfers, koopkrachtwolken en kabinetsmaatregelen die jaarlijks gepaard gaan met Prinsjesdag, maar er is eeninteressant rapport verschenen. Juist daarom eerst het volgende Haagse mechanisme.

Ingrijpende ideeën maken in de politiek vaak een zelfde rondgang. Schematisch gaat dat ongeveer als volgt. Eerst wordt er moord en brand geschreeuwd als iemand het idee oppert, waarop dat idee noodgedwongen onderduikt, om in relatieve stilte verder te rijpen en pas weer bovengronds te komen – vaak ondersteund door een onderzoeksrapport – als bij de voorstanders ervan de indruk bestaat dat de tijd er geschikter voor is. Denk bijvoorbeeld aan de verhoging van de aow-leeftijd of de inperking van de hypotheekrenteaftrek. Achteraf lijkt de verandering dan altijd heel logisch.

Met dat schema in het achterhoofd kan het bijna geen toeval zijn dat eind vorige week een rapport uitlekte dat is gemaakt in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat rapport concludeert dat de kans op armoede onder ouderen kleiner is dan bij elke andere leeftijdsgroep en dat het gemiddelde inkomen van ouderen de laatste twintig jaar harder is gestegen dan dat van hen die jonger zijn dan 65 jaar.

En wat blijkt uit de Miljoenennota? Dat ouderen komend jaar aan koopkracht inleveren, terwijl de koopkracht voor werkenden – die nu eenmaal altijd jonger zijn dan gepensioneerden – gelijk blijft. Beide overigens gemiddeld genomen.

Dit verschil in koopkrachtontwikkeling in 2014 tussen werkenden en gepensioneerden is bijna zeker slechts de opmaat. Ideeën voor ingrijpender maatregelen geeft het rapport ook. Waarom ouderen bijvoorbeeld niet laten meebetalen aan de aow of ze meer laten betalen voor de zorg? Zoals Henk Don, voorzitter van de commissie die het rapport opstelde, in NRC Handelsblad zei: ‘Als je mensen vraagt waarom ze sparen, dan zeggen ze dat het voor de oude dag is. Dan mag het toch ook gebruikt worden voor de oude dag?’ Dat klinkt nu al heel logisch, ook al loopt Don daarmee vooruit op het gebruikelijke schema.

In 2006 opperde toenmalig pvda-partijleider Wouter Bos ook al eens dat ouderen moesten gaan meebetalen aan hun eigen aow. Hoewel het plan ook toen al niet nieuw was, was het pvda-huis te klein; onder anderen voormalig partijlid en oud-bewindspersoon Marcel van Dam had er geen goed woord voor over. Het idee ging opnieuw ondergronds.

Maar inmiddels zijn we zeven jaar verder. Het gemiddelde inkomen van ouderen is nog weer verder gestegen dan in de tijd van Bos. Bovendien baren de stijgende zorgkosten nu meer zorgen dan toen. Daar bovenop is de overheid in deze tijd van crisis op zoek naar inkomsten om de lasten te verlichten voor hen die nog een huis moeten kopen of nog schoolgaande kinderen hebben, zodat zij geld overhouden om de economie aan te zwengelen.

Dat laatste is geen overbodige luxe als economische groei het streven is. Ook komend jaar zijn het vooral de burgers die de groei weinig rugwind geven, zo voorspelt het Centraal Planbureau. We hebben het vaker gehoord de laatste tijd. Daar tegenover staat dat de overheid de economische groei wél een, weliswaar kleine, positieve draai geeft in 2014. Daarvoor laat het kabinet het financieringstekort en de overheidsschuld oplopen. Dat laatste is vloeken in de kerk van de Europese overheidsfinanciën, maar wel een interessante politieke zet. Het kabinet strijkt er de eigen vvd-achterban mee tegen de haren in maar kan laten zien dat het de groei niet schaadt; het neemt ermee wat wind uit de zeilen van het morrende deel van de pvda-achterban dat klaagt over cijferfetisjisme; en het komt ermee in de Tweede Kamer tussen twee oppositiekampen in te zitten.

Hoezo bezuinigen wij de economie kapot, riepen de coalitiepartijen meteen richting oppositiepartijen voor wie de EU-normen niet heilig zijn. De SP waarschuwde al voor een kapotte economie toen nog niet bekend was wat de gevolgen van concrete kabinetsmaatregelen zouden zijn voor de groei.

Tegen de oppositiepartijen die juist wél willen dat Nederland zich aan de EU-normen houdt, zoals cda en d66, is de houding van de coalitiepartijen precies andersom: hoe willen jullie dat doen zonder de prille economische opleving de kop in te drukken en de polder tegen je in het harnas te jagen? Dan wel iets uitnodigender, de coalitie heeft een deel van de oppositie immers nodig voor een meerderheid in de Eerste Kamer en denkt daarbij vooral aan cda en d66.

Met de lastenverzwaring voor burgers heeft het kabinet op dezelfde manier proberen te manoeuvreren, door tussen kampen in te gaan zitten en daarmee ook binnen de eigen coalitie met wensen rekening te houden. Daardoor zal de vvd moeten slikken dat er weliswaar sprake is van lastenverzwaring, maar krijgt de achterban voorgehouden dat juist de hardwerkende Nederlander er niet in koopkracht op achteruit gaat. De pvda kan zich er vervolgens aan optrekken dat er onder meer een vermogenstoets komt voor de zorgtoeslag, hetgeen past onder het kopje eerlijk delen.

cda-leider Sybrand van Haersma Buma liet vooraf weten het kabinet alleen te zullen steunen bij lastige dossiers als er lastenverlichting komt. Maar kan hij zo hard van de toren blijven blazen nu hij ziet dat met name de werkenden, ook de ambtenaren, hun koopkracht niet zien dalen? Bovendien, nog maar eens: waar wil het cda het geld voor lastenverlichting vandaan halen?

Kijk, en dan komt ineens dat vorige week verschenen rapport goed van pas. Bij de rijkere ouderen misschien? Fractieleider Henk Krol van 50Plus zal moord en brand schreeuwen. Maar als het cda niet nog meer een ouderenpartij wil worden dan het door zijn ledenbestand al is, dan zal het daarover eerst moeten nadenken voordat het nee zegt.