School

Ouders weten het niet beter

Steeds meer ouders lijken opvoedkundige taken af te stoten en stilzwijgend over te dragen aan de (middelbare) school: voeden jullie ze maar op tot mondige burgers.

De moeder van een v5-leerlinge, Mireille, had me al twee keer thuis gebeld. Een uitzonderlijke actie van een ouder. Ik was die schooldag iets eerder dan mijn lesrooster aangaf vanuit mijn bollenstreekschool naar Amsterdam vertrokken. De moeder - zo hoorde ik achteraf - had de school ook al platgebeld.
Ik maakte me zorgen. Zou Mireille iets zijn overkomen? Een ongeluk? Zelfmutilatie? Maakte ze zich druk over haar rampzalige rapport? Had ik iets over het hoofd gezien, was ik weer eens onoplettend geweest?
Zelden word ik opgebeld door een ouder. Dit was uniek.
Toen schoot het me te binnen dat ik vergeten was iets wat ik ingenomen had -het Heilige Bezit van de Puber - terug te geven. Het zou toch niet dat…? Kunnen ouders zo gek zijn en zo ver gaan? Ik besloot het erop te wagen en de moeder van Mireille vóór te zijn als ze weer belde.
En ze belde, uitgerekend op het moment dat ik aan het strijken was. Ik probeerde de irritatie in mijn toon te onderdrukken en faalde hopeloos.
‘Mevrouw Schoonhoven, u belt natuurlijk over de schoolprestaties van uw dochter. Ik ben blij dat u zich net zo druk maakt om haar leervorderingen als ik en dat u de moeite neemt mij thuis te bellen.’
’…’
'Bent u daar nog?’
'Meneer Boomsma, eigenlijk niet. Maar u heeft haar mobieltje nog en vanavond moet ze op haar scooter uit, en als ze niet bereikbaar is maken wij ons zorgen…’
'En daarom belt u mij thuis op, over die kleinigheid?’
'Ja, ik geef toe dat het een detail is, maar wel een essentieel detail.’
'Nu weet ik ook wel dat een leerlinge niet tot een reeks rapportcijfertjes gereduceerd kan worden - had ze vijf of zes onvoldoendes? - maar moet ze vanavond haar huiswerk voor morgen niet maken?’
'Heeft ze dat dan van u opgekregen?’
Deze levensechte dialoog ging nog even door.
Uiteindelijk nodigde ik Mireille’s 'bezorgde’ moeder uit voor de docentenspreekavond van een week later. Ze nam mijn uitnodiging aan, waarna ik niets meer van haar mocht vernemen.
Die middelvinger-houding is niet uitzonderlijk. Vaak komen ouders in actie als hun kalfje al gevild is.
Ouders en school, het is een thema dat steevast op de agenda van het voortdurende onderwijsdebat staat. De meeste ouders geloven het wel: een goed of een slecht rapport, ze hullen zich in stilzwijgen en blijven onzichtbaar. Ze maken liever ruzie met elkaar, liggen in scheiding of gaan met de leerplichtige zonen en dochters wekenlang vakantie vieren buiten de vakantieperiode.
Waar huiselijke orde, regelmaat en respect voor kennis en inzicht (van anderen) ontbreken, barst de chaos naar buiten. Steeds meer ouders lijken opvoedkundige taken af te stoten en stilzwijgend over te dragen op de (middelbare) school: voeden jullie ze maar op tot mondige burgers.
Maar een minderheid van de ouders maakt zich wel degelijk oprecht druk om wat Merel of Marco presteert. Zij zorgen ervoor dat hun kroost elke dag de juiste boeken en schriften mee heeft in de Eastpack, ze mailen, bellen of schrijven een briefje met concrete vragen. Zij betwijfelen zelden de docentendiagnose (M. kan het wel maar blijft hardnekkig lui en lamlendig en spijbelt de helft van de schooltijd) en nemen hun opvoedkundige taak serieus. Met hen is het prettig spreken.
Er bestaat een verband tussen een zorgvuldige, serieuze opvoeding van beide ouders en schoolresultaten, los gezien van IQ-hoogte.
Er zijn echter ook ouders - vaak hoger opgeleiden - die het allemaal veel beter weten dan welke docent ook. Het beeld dat zij van het middelbaar onderwijs koesteren is dat van de ploeterende lesboer. Zij stralen hoogmoed en respectloosheid uit.
Ik heb eens een vader van een havo-5-leerling - een advocaat - ontvangen die zeer ontevreden was over het cijfer (een 4) dat ik zijn zoon had gegeven voor een schriftelijk betoog van vijfhonderd woorden, over het glazen plafond en het feminisme. De vader legde me omstandig en zelfverzekerd uit dat hij elke dag wel een betoogje schreef en precies wist hoe dat moest en met welke argumentatie en op welke toon.
Ik luisterde beleefd en geduldig. Maar hij sprak met geen woord over het betoog van zijn zoon, dat de vader vermoedelijk zelf had geschreven. Ik kreeg nauwelijks de kans hem uit te leggen waarom zijn zoon die 4 verdiende (slordig Nederlands, krakkemikkige argumentatie, slechte dossierkennis, feitelijke fouten, et cetera). Vaderlief dreigde met de Schoolinspectie als ik het cijfer van zijn zoon niet herzag. Ik zei dat ik me altijd verheugde in een bezoek van de inspectie.
Nooit meer iets gehoord van de advocaat/vader.
De docent van nu voelt zich steeds meer vader en moeder omdat al te veel ouders hun pedagogische plichten aan de school overdoen. Nog meer werkdruk, nog meer 'uitdaging’.