Ouderwets moedig

De Gouden Palm van Cannes werd broederlijk gedeeld door een Japanse en een Iraanse meester. Shohei Imamura en Abbas Kiarostami waren naar het prestigieuze festival gekomen met eenvoudige, ja bijna kale filmvertellingen. In commentaren werd de jury grote moed toegeschreven. Ze zou niet zijn gezwicht voor de verleiding om de prijs te geven aan een dure of schreeuwerige produktie.

Zonder die moed in twijfel te willen trekken zou je ook kunnen zeggen dat de keus van de jury een onontkoombare was. En je zou ook kunnen zeggen dat de jury nog iets moediger zou zijn geweest als ze de prijs aan Kiarostami alleen hadden gegeven. Want het was Kiarostami die de meest minimale en meest ontroerende film had meegebracht. Het had overigens maar een haar gescheeld of zijn Le gouêt de la cerise / De smaak van kersen was helemaal niet in Cannes gearriveerd. Evenals de Chinese autoriteiten hadden de Iraanse van hun inzending een diplomatiek en politiek steekspel gemaakt. De Chinese filmers moesten thuisblijven, maar Kiarostami kreeg op het laatste moment toch het groene licht.
Waarom de politieke en geestelijke leiders van Iran moeite hebben met de film blijft speculeren. Kiarostami is de laatste die daar iets over zal onthullen. De film gaat over zelfmoord en dat is een delicaat onderwerp. Niet alleen in een revolutionair islamitische samenleving overigens.
Hoe schemerig de informatie rond de film ook mag zijn, de film zelf is helder en concreet. Het verhaal is zelf onvoorstelbaar simpel. Een man rijdt in een auto door een kaal en bergachtig landschap. Zo nu en dan neemt hij iemand mee en dan doet hij zijn lifters een voorstel: kom morgen kijken bij de kuil die ik voor mijzelf heb gegraven en gooi als ik dood ben aarde op mijn lichaam. Daar lijkt niemand voor te voelen. Iedereen zoekt een uitvlucht. Hardnekkig blijft de man de weg heen en weer rijden op zoek naar een hulpvaardige. De hele film lang blijft hij slechts heen en weer gaan en pas tegen het slot lijkt hij iemand te hebben gevonden die hem lijkt te willen helpen.
Juist door alle eenvoud heeft de film een grote ontroerende kracht. In de beperking toont zich de meester en het is verbluffend om te zien hoe een helder en zelfverzekerd gebruik van zeer weinig middelen tot een groot resultaat kan leiden.
Iets meer middelen gebruikte Imamura voor Unagi / The Eel (De aal), maar nog steeds kun je hem alleen als eenvoudig omschrijven. Een gewone en zwijgzame man probeert met zijn verleden in het reine te komen. Hij verdraagt weinig gezelschap. Zoals meer mensenschuwen koestert hij een huisdier. Dat maakt Yamashita nog niet meteen vreemd, al zullen er niet veel zijn die zich zo hechten aan een paling. Yamashita heeft ooit zijn overspelige vrouw vermoord. Hij heeft zijn straf uitgezeten en begint een nieuw leven in een kapperszaakje. Hij lijkt zijn leven graag te willen beperken tot zijn winkeltje en zijn aal, maar dat is hem niet gegund. Een vrouw kruist zijn weg. Hij is nog niet klaar voor Keiko die ook nog eens erg veel op zijn vermoorde vrouw lijkt.
Kiarostami en Imamura vertellen beiden een realistisch verhaal. Ze besteden veel zorg aan een zo authentiek mogelijk voorkomen van mensen en situaties en negeren ieder filmisch vertoon. Technisch gezien hadden ze hun films ook decennia eerder kunnen maken. Inhoudelijk gezien misschien ook. Hun verhalen over zelfmoord en wraak worden tenslotte al sinds onheuglijke tijden in alle vormen en gedaanten verteld.
Zijn het dan ouderwetse films? Is de jury van Cannes helemaal niet moedig geweest, maar juist erg conservatief?
De vraag stellen is hem beantwoorden. In een tijd die draait om innovaties om de innovaties is het met meesterschap gebruiken van bestaande technieken een daad. In een medium dat zich meer en meer beperkt tot de oppervlakte is het vertellen van verhalen met een klassieke diepgang van groot belang. Dus was het toch moedig.