Ouderwetse schalie in Estland

Tallinn – De mededeling dat men van plan is een bezoek te brengen aan het noordoosten van Estland leidt meestal tot verbaasde Estse blikken – wat heeft een mens daar in hemelsnaam te zoeken?

Helemaal onbegrijpelijk is die reactie niet. Voor veel Esten zijn de provincies Lääne- en Ida-Virumaa een soort mini-Sovjet-Unie, waar wegkwijnende industrie, krakkemikkige betonnen flatblokken en Russische immigranten die nauwelijks Ests spreken de boventoon voeren.

Het maakt het gebied voor een buitenstaander des te interessanter. Een autorit richting de stad Narva, pal aan de grens met Rusland, leert dat Estlands noordoosten ook nog symbool staat voor iets anders: het delven van schalie (polevkivi). Dat blijkt onder meer uit de hoge, grijze heuvels die het landschap domineren. Het zijn hopen as die zijn overgebleven na verbranding van de schalie, in twee speciale, uit de sovjettijd stammende energiecentrales.

Uit de sedimentaire steensoort wordt namelijk olie gewonnen voor het opwekken van elektriciteit. Deze activiteit vindt al plaats sinds 1921 en werd zelfs door de nazi’s op waarde geschat: zij gebruikten de geëxtraheerde olie als brandstof voor hun vloot.

De Europese Unie is minder enthousiast. De verwerking van olieschalie is schadelijk voor het leefmilieu. Per megawattuur opgewekte elektriciteit resulteert ze in de uitstoot van één ton koolstofdioxide (tegen tot 0,4 ton bij gas). Tachtig procent van de luchtvervuiling in Estland wordt veroorzaakt door de verbranding van polevkivi. Het proces gaat tevens gepaard met een aanzienlijk verbruik van koelwater dat vervolgens weer in de Narva-rivier wordt geloosd. Een ander probleem vormt de as: op speciale stortplaatsen met een totale oppervlakte van bijna twintig vierkante kilometer ligt al zo’n 260 miljoen ton as opgeslagen.

De Europese Commissie heeft het gebruik van de vervuilende energiebron daarom aan restricties onderworpen en zou liefst zien dat ze verdwijnt. Eesti Energia, het nationale energiebedrijf, en particuliere spelers als de Viru Keemia Grupp denken daar anders over. Zij hebben weliswaar in schonere technologie geïnvesteerd, maar willen de olieschalieproductie beslist niet stopzetten. Dat zou kunnen resulteren in een grotere afhankelijkheid van energiegrootmacht en oud-kolonisator Rusland. De consument vreest hogere elektriciteitsprijzen. Bovendien, aldus een provincie-ambtenaar, ‘biedt de schalieproductie ons nog enige werkgelegenheid’.

De Commissie is onvermurwbaar. Een nieuwe EU-richtlijn voorziet in het terugdringen van het aandeel van brandstoffen die een verhoudingsgewijs grote CO2-uitstoot met zich meebrengen, zoals olieschalie. De Estse regering, gesteund door Eesti Energia en de Viru Keemia Grupp, lobbyt als een bezetene in Brussel. Sterker, minister van Energie Juhan Parts wil de olieschalieproductie zelfs opvoeren.

De asheuvels zullen voorlopig blijven groeien. Maar de Europese Commissie trekt doorgaans aan het langste eind – Litouwen heeft het sluiten van zijn Tsjernobyl-achtige kerncentrale ook niet kunnen voorkomen.