öcalan tussen recht en politiek

‘Ik ben van mening dat terroristen moeten worden vervolgd en gestraft’, sprak bondskanselier Gerhard Schröder ferm, afgelopen zaterdag. Dat moet dan buiten Duitsland gebeuren, want enkele dagen ervoor had hij aangekondigd dat zijn regering Italië niet om uitlevering van PKK-leider Öcalan vraagt uit vrees dat het Turks-Koerdische conflict zich dan naar Duitse bodem zou verplaatsen. Italiaanse druk om Öcalan te berechten werd geïrriteerd uitgelegd als een poging Duitsland de kastanjes voor Italië uit het vuur te laten halen.

De werkelijkheid ligt toch iets anders. Öcalan werd aangehouden op grond van een Duits arrestatieverzoek. Nu de Duitsers hem niet meer willen, zit Italië opgescheept met een officieuze Turkse handelsboycot en een aangehouden Öcalan, die volgens de Italiaanse wetgeving niet aan Turkije mag worden uitgeleverd omdat dat land de doodstraf hanteert. Juridisch gezien moet Öcalan na de Duitse knieval worden vrijgelaten, maar dat zal Turkije diep beledigen en de positie van Öcalan aanzienlijk versterken. Daarom wordt bij de politieke werkelijkheid een passende juridische vorm gezocht.
Internationaal recht is de laatste jaren al vaker een rekbaar begrip gebleken. In Irak bijvoorbeeld, waar een heel stelsel van sancties is gebouwd op enkele vage resoluties. Ook juridische actie tegen zittende staatshoofden als Milosevic en Saddam Hoessein is volgens internationaal recht twijfelachtig. Het Westen loopt het gevaar met dit soort rechtszaken de indruk te wekken dat internationaal recht overwinnaarsrecht is. Met name de Verenigde Staten laten merken dat wat hen betreft recht zich naar macht voegt. Minister van Buitenlandse Zaken Albright drong er enkele dagen geleden bij de Britse regering op aan om Pinochet vrij te laten, en de Verenigde Staten schaarden zich vanaf het eerste moment achter het Turkse verzoek om ondanks de Italiaanse wetgeving Öcalan toch uit te leveren aan Turkije.
De Amerikaanse regering lijkt vooral bevreesd voor een nieuwe Arafat. Als Öcalan nu de dans ontspringt en in Italië of een ander land politiek asiel krijgt, heeft hij een legitieme basis voor zijn streven naar een onafhankelijk of autonoom Koerdistan. De militaire strijd van de PKK is de laatste jaren uitzichtloos. Een combinatie van militaire met politieke strijd biedt meer perspectief en is een pad dat de afgelopen jaren met succes door de IRA en de PLO is bewandeld. Öcalan vergelijkt zichzelf graag met Arafat en spreekt de laatste twee jaar plotseling over ‘samenleven van Turken en Koerden in een federatieve staat’.
Maar de PKK is de PLO niet. De Palestijnen vormden een eenheid, de Koerden zijn hopeloos verdeeld, in religieus, linguïstisch, ideologisch en nationaal opzicht. De nationale grenzen die het verlangde Koerdistan doorkruisen, vormen wrang genoeg de voornaamste scheidslijnen van de Koerden onderling. De Verenigde Staten hebben duidelijk de voorkeur voor de Iraakse Koerden, maar ondanks jarenlange pressie, miljoenensteun en een Iraq Liberation Act lukt het maar niet om hen in het korset van een verenigd Iraq National Council te dwingen.
Als Öcalan door zijn mislukte aanhouding de internationaal erkende voorman van de Koerdische zaak wordt, hebben Italië, Duitsland en Turkije zichzelf lelijk in de vingers gesneden. Want niemand zit te wachten op een nieuwe aantasting van het wankele evenwicht in het staatsbestel van het Midden Oosten.
De landen van de EU zoeken dan ook naar een oplossing waarbij Öcalan niet op vrije voeten komt, hoewel zij hem zelf niet durven berechten. Na de robuuste dreiging van een handelsboycot van Turkije kruipt de EU dichter naar Turkije toe. Vlak na die aanvaring spraken ook de Turken verzoenende woorden, maar stuurden later in de week 900 pagina’s bewijslast tegen Öcalan naar Italië met beeldmateriaal dat volgens de Turkse ambassadeur 'niet voor minderjarigen geschikt is’. De Turkse bereidheid tot verzoening is onduidelijk, mede door een regeringscrisis die het hoofd eiste van premier Yilmaz.
Schröder heeft zich in ieder geval bij zijn eerste internationale klus meteen laten zien als de gemakzuchtige opportunist waar waarnemers al voor vreesden tijdens de Duitse verkiezingen. Hij kwam met D'Alema overeen dat zij samen naar een oplossing zouden zoeken. Een zaak voor een op te richten Europees Hof? Toch uitlevering aan Turkije, met een rits voorwaarden? Een proces in een derde land? Politieke oplossingen blijken er nog in overvloed als een democratisch land niet meer zijn rechtsgang durft te volgen uit angst voor de onvrede van een groep inwoners.