Prins Bernhard 90 jaar

Out of Africa

Deze week wordt prins Bernhard negentig. Nog steeds is hij niet schandaalvrij. De Zeeuwse advocaat Wilgers wil hem in België voor een tribunaal brengen vanwege wandaden begaan in naam va

het Wereld Natuur Fonds.

De twee dinosaurussen van de Europese monarchie bereiken deze maand een persoonlijke mijlpaal. Prins Philip, prins-gemaal te Buckingham Palace, vierde zijn tachtigste verjaardag. Zijn soulmate Bernhard von Lippe-Biesterfeld bereikt vrijdag 29 juni zijn negentigste levensjaar. Beide prinsen-gemaal zijn behept met een ijzeren constitutie, en delen ook op tal van andere terreinen een innige verwantschap. Ze zijn beiden prins van Duits bloed, beiden leven voor de jacht en andere oud-aristocratische liefhebberijen, en beide heren houden er een maatschappijvisie op na die in andere sectoren van de samenleving op z'n zachtst gezegd als «exotisch» zou gelden. Philip, geen mensenvriend, verkondigde eens dat hij het liefst zou willen reïncarneren als dodelijk virus. Bernhard, de vrolijkste van het duo, vindt dat het parlement wel zou kunnen volstaan met één vergadering in de vier jaar. Voor beiden staat het dier voorop.

De twee hebben de afgelopen decennia een trouwe band met elkaar gehad. Begin jaren zestig vertelde Bernhard aan zijn biograaf Alden Hatch dat hij iedere dag per telegram correspondeerde met zijn Britse collega. Dat ging strikt via citaten uit de bijbel, hetgeen een wonderlijk gezicht moet hebben geboden en in ieder geval weer treffend illustreert hoezeer deze steunpilaren van de vorstelijke gedachte zijn vervuld van een welhaast ongrijpbare mystiek. Maar het meest vonden zij elkaar in hun gemeenschappelijke functie van aartsvader van het Wereld Natuur Fonds (WNF), de milieumultinational die op de kop af veertig jaar bestaat. En juist dat dreigt in dit koninklijke feestjaar toch een domper op alle verjaardagsvreugde te zetten. Bernhard en Philip vervulden beiden het voorzitterschap van het fonds en gelden nog steeds als de boegbeelden van de organisatie.

Het WNF ligt zwaar onder vuur. In alle uithoeken van de wereld waar de organisatie operatief is, stapelen de schandaalverhalen zich op, van Brazilië, Zuid-Afrika, Irian Jaya tot Nederland. De beschuldigingen zijn legio: ze variëren van misleidende publiciteit in de apocalyptische spotjes van het fonds en ongeoorloofde opsporingsmethodes tot het financieren van terrorisme in Zuidelijk Afrika. In Brazilië, dat grote delen van het Amazone-gebied als beschermd natuurgebied onder WNF-vlag ziet gesteld, spreekt de pers in dit verband zelfs van een revanche van het Huis van Oranje-Nassau. Waar graaf Maurits van Nassau in de zeventiende eeuw zijn plannen om Brazilië te koloniseren zag mislukken, neemt Bernhard via het WNF alsnog wraak, zo stelt men met enig Latijns gevoel voor dramatiek.

De man die het WNF in Nederland aandachtig volgt, is de Zeeuwse advocaat mr. J. Wilgers uit Goes. Wilgers richtte twee jaar geleden een speciale vereniging op van «slachtoffers van het Wereld Natuur Fonds». Hij rolde als vanzelf in de materie. «Eigenlijk doe ik het liefst civiel recht — scheidingen en dat soort kwesties.» Tegenwoordig mag hij worden gerekend tot een van de meer ingewijde kenners van de verborgen geschiedenis van het WNF. Grote televisiebekendheid verwierf hij met zijn juridische slijtageslag tegen een soort detective van het WNF, J. Luiijf van het bureau Traffic, dat zich specialiseert in het opsporen van handel in zeldzame dieren die niet uit hun moederland mogen worden geëxporteerd. Volgens Wilgers overtreedt het WNF via Traffic de wet op de weerkorpsen en maakt men zich onder andere schuldig aan uitlokking. Maar dat is toch min of meer symptoombestrijding. Heden zint Wilgers op een veel ambitieuzere zaak tegen het WNF. Geïnspireerd door het proces in België tegen twee Rwandese nonnen die werden veroordeeld wegens genocide in hun land, koerst de advocaat af op een proces tegen de toenmalige WNF-top vanwege het aandeel van de organisatie in diverse bloedbaden in Zuidelijk Afrika in de jaren tachtig.

Toen Wilgers het WNF twee jaar geleden omschreef als «criminele organisatie», maakte dat heel wat los. De uitspraak haalde het Algemeen Dagblad en het NOS-Journaal. Als reactie hierop werd de Zeeuwse advocaat aangeklaagd door zowel de deken van de orde van advocaten als het WNF zelf. Tot nu toe werd hij telkens vrijgesproken, zij het dat er nog een ronde te gaan is bij de rechter, in augustus.

Wilgers staat nog steeds achter de uitspraak, alhoewel hij zegt dat deze hem door journalisten in de mond is gelegd. «Ik denk dat dat wel een juiste benadering is van dat wat er zich in wezen afspeelt, omdat het WNF fondsen werft op een manier waarvan je kunt zeggen dat het ver over de schreef gaat. Slachtoffers zijn goedgelovigen die het WNF geld en goederen schenken, en ten onrechte vervolgde dierenhandelaren en -liefhebbers.»

De kwalificatie «criminele organisatie» is ook juist, omdat het erop lijkt dat het WNF in hoge mate verantwoordelijk is voor een aantal projecten, met name in Zuid-Afrika, waar in twee fasen respectievelijk anderhalf miljoen mensen en vervolgens nog eens tienduizend mensen zijn omgekomen, aldus Wilgers. «In de eerste fase ging het om de strijd in de frontlijnstaten tegen het ANC, met name tegen de militaire vleugel. De strijd is gevoerd onder het mom van natuurbescherming, en al natuurbeschermend heeft men gelobbyd bij de wetgever in de frontlijnstaten om te bereiken dat er een shoot to kill-politiek aangenomen zou worden, waarbij het toegestaan werd om stropers in het veld te beschieten voordat men ze zou aanhouden. Achteraf moet je zeggen dat bij de slachtoffers behoorlijk veel leden van het ANC zaten. Het lijkt er meer op dat er een geheime oorlog is gevoerd onder het mom van stroperijbestrijding in de fase vóór de vrijlating van Nelson Mandela.»

Aan deze zaak, beter bekend als Operation Lock, is in het verleden al aandacht besteed. De Volkskrant publiceerde erover en ook De Groene in november en december 1997. Kern van het verhaal is dat Bernhard als topman van het WNF een «persoonlijk project»in Zuidelijk Afrika entameerde. Ten behoeve daarvan verkochten hij en Juliana in 1998 twee schilderijen uit particulier bezit, De heilige familie van de Spaanse meester Murillo en het aan de Italiaanse Elisabetta Sirani toegeschreven De verkrachting van Europa. De verkoop, die gedaan werd ten gunste van het WNF, leverde meer dan anderhalf miljoen gulden op, ver boven de geschatte waarde. Dat geld, zo bleek uit documenten die De Groene in handen kreeg, ging via de Zwitserse rekening van het WNF terug naar Bernhard, die er een special project — Project Lock — mee financierde. De officiële activiteit van dat Project Lock was het bestrijden van stroperijen in wildparken in Zuidelijk Afrika. Maar in realiteit pakte operatie-Lock geheel anders uit, te weten in genocide, aldus Wilgers.

Wilgers: «Na 1990 heeft men vanuit de wildparken een aantal zwarte elite-eenheden laten optreden, zoals de anti-veediefbrigade en de koevoeteenheid, die verantwoordelijk blijken te zijn voor de moord op enige tienduizenden inwoners van de townships. Dat was het onderdeel om burgeroorlog te ontketenen tussen de Bantoes en de Zoeloes, oftewel het ANC moest worden uitgespeeld tegen Inkatha, en die strijd is gevoerd met de bedoeling om Zuidelijk Afrika te destabiliseren.»

In het Zuid-Afrika van Mandela poogden diverse instanties operation-Lock al eerder te ontrafelen. In 1995 schreef rechter Mark Kumleben op verzoek van president Mandela een rapport over de activiteiten van het WNF in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Kumleben stuitte op een wijdvertakt netwerk van spionage en economische belangen, waar natuurbescherming alleen maar dienst leek te doen als dekmantel. Wilgers: «Dat was al een oud concept van de Britse geheime dienst. Onder de vlag van natuurbeheer kom je overal binnen, het is een ideale dekmantel.»

Er zouden Lock-huurlingen, gerekruteerd uit Groot-Brittannië en Duitsland, zijn ingezet tegen ANC'ers. Ook zou er Lock-personeel betrokken zijn geweest bij het «destabiliseringsproces»in Zuid-Afrika. De beruchte aanslag in Boipatong van 18 juni 1992 (39 doden) zou zijn gepleegd door een speciale eenheid van veertig veteranen uit Namibië, die hun opleiding bij Lock zouden hebben genoten.

Na Kumleben boog ook de Waarheidscommissie van bisschop Tutu zich over het dubieuze WNF-verleden. Zij het indirect, via het horen van de Zuid-Afrikaanse agent Craig Williamson. Williamson gold als een belangrijke kandidaat om licht in de duisternis van Lock te brengen. Hij was bijzonder goed op de hoogte en werd in betere dagen ook meer dan eens bij het WNF-hoofdkwartier in het Zwitserse Gland gezien. Als topspion in dienst van Pretoria tijdens de apartheid had hij het WNF-gebeuren met argus ogen gevolgd. Tegenover de Britse tv-journalist Kevin Dowling van Channel Four vertelde Williamsom eerder dat het voor hem zonneklaar was dat Operation Lock onder meer werd ingezet bij het uitvoeren van grootschalige smokkelpraktijken, niet bij het bestrijden ervan.

Tijdens zijn verhoren voor de Waarheidscommissie leidde Williamson de aandacht echter adequaat van Lock af. De meeste attentie van de internationale pers trok zijn schimmige relaas over de moord op Olof Palme, die via via het slachtoffer zou zijn geworden van het Zuid-Afrikaanse inlichtingenwezen. Bij de WNF-top moet er een zucht van verlichting zijn geslaakt nadat Williamson was «uitverhoord» en ondanks het vele bloed aan zijn handen werd beloond met een algeheel pardon voor zijn daden in dienst van de apartheid. Of Williamson nu nog ooit zijn mond zal opendoen over de zaak waarin hij als kroongetuige moet worden beschouwd, mag worden betwijfeld.

Wilgers: «Ik heb niet de indruk dat Mandela erg aanstuurt op volledige openheid van zaken. Misschien is zijn land daar niet bij gebaat, misschien komt het omdat het ANC ook wel het een en ander te verbergen heeft. Eens te meer reden om dan zelf maar tot actie over te gaan. In Nederland is dat vrijwel onmogelijk. Ik moet constateren dat het WNF zeer actief is met het aan zich binden van mensen van het Openbaar Ministerie. Er zijn al tal van procureurs of ex-procureurs die op enigerlei wijze verbonden zijn aan het WNF-bestuur. De druk om het WNF-blazoen schoon te houden is groot. Zo weet ik ook dat een medewerker van de Landbouwuniversiteit van Wageningen uit de mond van de prins zelf te verstaan heeft gekregen dat een hoofdstuk over Project Lock in een boek niet gepubliceerd mocht worden. De man bezweek voor die druk. De suggestie van oud-werknemers van het WNF in Zwitserland dat Nederland eigenlijk een parlementaire enquête zou moeten houden naar Operation Lock, is een goede, maar eerlijk gezegd verwacht ik daar ook niet zo veel van. Ik heb meer verwachtingen van België.»