Gastcolumn

Ovatie voor Bolkestein

Twintig jaar na zijn kritiek op de multiculturele samenleving claimt Frits Bolkestein zijn copyright op het populisme terug.

DIE ARME FRITS Bolkestein. De man is al 78 en nog ziet de wereld niet hoe belangrijk hij is voor de wereldgeschiedenis. Of ten minste voor de Europese geschiedenis. Nou ja, als het niet anders kan, voor de Nederlandse geschiedenis. Hij heeft de grondslag gelegd voor het nu zo succesvolle populisme, hij heeft als eerste gewezen op de achterlijkheid van de islam en de superioriteit van de westerse cultuur, en wat gebeurt er? Ze vergeten hem. Geen standbeeld, geen lezing die zijn naam draagt, geen Bolkestein-leerstoel, geen intellectuele stroming die bolkesteinisme heet, niks.
Dus moet hij het maar zelf doen. Als een eenzame man die op een bankje in een park met een kaars in de hand ‘happy birthday to me’ zingt, herdenkt Bolkestein zijn Luzern-lezing van 1991 twintig jaar later zelf, in The Wall Street Journal ('The Roots of Europe’s Cultural Masochism. How Did We Come to Lose Confidence in Our Own Civilization?’, 3 juni 2011).
De schat.
Hij is niet milder geworden met de jaren. Juist pompeuzer, melodramatischer en zelfs neigend naar grootheidswaan. Nu zegt hij dat Angela Merkel, Nicolas Sarkozy en David Cameron met hun gezamenlijke afwijzing van de multiculturele samenleving eindelijk toegeven hoezeer hij gelijk had, twintig jaar geleden.
Maar Bolkestein zei in 1991 helemaal niet dat de multiculturele samenleving was mislukt. Vrij per ongeluk kwam hij op het thema. Hij was eigenlijk uitgenodigd om op de bijeenkomst van de Liberale Internationale een speech te geven over de ondergang van de Sovjet-Unie. Dat was ook de titel van zijn verhaal, maar hij meanderde en dwaalde even af en begon, via het vraagstuk van de integratie van Oost-Europeanen in West-Europa, helemaal per toeval over de integratie van Turken en Marokkanen in Nederland. Hij wees op het officiële Nederlandse beleid van 'integratie met behoud van de eigen identiteit’, wat hij een probleem vond. Integratie is goed, zei hij in Luzern, maar welke cultuur moet daarbij de leidraad zijn: die van de niet-islamitische meerderheid of die van de moslimminderheid? De vraag stellen was haar beantwoorden. En wat was de cultuur van de niet-islamitische meerderheid, wat waren haar basisopvattingen? Bedenk dat Bolkestein daar sprak op een feestje van de internationale liberalen, dus moest hij iets aardigs zeggen: die basisopvattingen waren natuurlijk de waarden van het liberalisme!
Applaus.
Om het nog even snel uit te leggen zei Bolkestein dat het ging om de scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, tolerantie en non-discriminatie. Dat betekent dat we een cultureel pluralisme moeten nastreven waarin iedereen mag eten, drinken, dragen en geloven wat hij wil, maar dat bijvoorbeeld moslimmeisjes wel gewoon naar school moeten. 'Want de wijze waarop vrouwen worden behandeld in de wereld van de islam is een smet op het blazoen van deze grootse Godsdienst.’
Je gelooft je oren niet. Zo'n lieve man, indertijd.
Toen Bolkestein eenmaal terug was in Nederland vroeg de Volkskrant of hij dat laatste stukje van zijn lezing, nog geen vijfde deel van zijn verhaal, nog even wilde uitwerken voor de opiniepagina. Dat deed Bolkestein, op een even milde manier, met wat meer voorbeelden; hij begon over de qawwali-muziek van de Indiase moslims, waar hij niet zo van hield. Hij gaf de voorkeur aan een strijkkwartet van Beethoven.
Meer zei hij niet.
Maar wij essayisten, onder meer van De Groene Amsterdammer, zetten grof geschut in. Wat? Westerse superioriteit? Wat een hoogmoed, wat een arrogantie.
Bolkestein kreeg een lawine van kritiek over zich heen, en dat maakte hem groot. Hij kreeg het vermoeden dat hij een snaar had geraakt. En hij werd sindsdien gezien als de grondlegger van het gedachtegoed van Pim Fortuyn en Geert Wilders, die op een veel hardere manier voortborduurden op wat Bolkestein oorspronkelijk in Luzern had gezegd.
Ze gaan ervandoor met mijn kindje, moet Bolkestein hebben gedacht. Hij had het intellectuele eigendom over de achterlijkheid van de islam en de superioriteit van het Westen. Dus noemde hij Fortuyn 'de rattenvanger van Hamelen’ waar Nederland een 'pleefiguur’ mee zou slaan, en Wilders een 'kortstondige komeet’ en in ieder geval 'geen hoogvlieger’.
Nu, twintig jaar later, claimt Bolkestein zijn copyright op het populisme terug, door een nog hardere toon aan te slaan: het Westen doet aan zelfkastijding, uit schuldgevoel en een verkeerd begrepen christelijke nederigheid. Ja, we hebben de industriële genocide in de vorm van de shoah gehad, maar dat wil niet zeggen dat wij minder zijn dan andere culturen. En zie hoe christenen worden vervolgd in het Midden-Oosten, daar doen we niets tegen. En in één adem pleit deze liberaal voor een christelijk reveil.
Wat betreft dat schuldgevoel: hebben wij Afrika arm gemaakt? Vraag niet waarom landen arm zijn, vraag waarom sommige landen rijk zijn. Wij zijn rijk vanwege onze cultuur die teruggaat op de Renaissance en zelfs de Griekse oudheid. Armoede is dus een gevolg van cultuur, en niet van kolonisatie. Die kolonisatie ziet Bolkestein heel anders: dat was een uiting van trots en moed, het imperialisme was een uiting van groot zelfvertrouwen.
In twintig jaar tijd is Bolkestein gegaan van een pleidooi voor cultureel pluralisme naar absolute westerse suprematie. En de strijd tegen de islam wordt nu niet meer gevoerd vanuit hogere liberale waarden, maar met de bijbel in de hand: als was hij de paus roept Bolkestein op tot een tiende kruistocht.
En dat allemaal omdat wij hem niet uit onszelf feliciteerden voor de storm die hij per ongeluk veroorzaakte in 1991? Ik zou zeggen, geef hem nu een staande ovatie. Dan houdt hij misschien eindelijk zijn mond.