Over de doden…

‘Laat de doden rusten.’ Dat was nog niet zo lang geleden een veel gehoord adagium. Maar de tijden zijn veranderd en vandaag zijn het de doden die zich roeren en ons niet meer met rust laten.

De doden van tegenwoordig lijken stronteigenwijs, zijn alomtegenwoordig en houden ons, armzalige levenden, in hun wurggreep. Zodra ze de eeuwige jachtvelden hebben betreden zijn ze niet meer uit ons zicht weg te slaan.
Als ze jong, rijk en beroemd in een tunnel zijn gestorven, wat gelukkig niet iedereen is gegeven, moeten we tot aan sintjuttemis hun tedere blikken en lieflijke glimlachjes op ons scherm en in onze bladen verplicht consumeren. Als ze minder jong, rijk en beroemd zijn maar over een solide kennissen- en vriendenkring in de mediawereld beschikken, zijn we vaak niet beter af.
Terwijl een droeve prinses met haar onaangekondigde dood Engeland en omstreken in een tranendal had omgetoverd, moest Nederland het doen met het in korte tijd overlijden van drie vooraanstaande journalisten. Hier en daar op de aardbol sloten nog meer beroemdheden als moeder Theresa, Mobutu of Georg Solti hun eigen winkeltje, zodat wij het gevoel kregen definitief de herfst te zijn ingestapt.
Van de drie Nederlandse journalisten die zijn heengegaan - Jaap van Meekren, Joop van Tijn en W.L. Brugsma - heeft de tweede veruit de meeste aandacht in de media gekregen. Misschien heeft dit te maken met het feit dat Joop van Tijn hoofdredacteur was van Vrij Nederland, tot op zekere hoogte het equivalent van het Windsor-bolwerk. De Vrij Nederland-redactie is een burcht waar bewoners door middel van anonieme brieven elkaar bestoken; de broedertwisten, vadermoorden en rebellie die er speelden, zijn altijd exquise voer voor schrijvende paparazzi geweest.
Hoe dan ook, Van Tijn is misschien wel de eerste Nederlandse journalist wiens necrologie eerder is verschenen dan het bericht van zijn dood. Dat gebeurde in de mediabijlage van het dagblad Trouw, drie dagen voordat de hoofdredacteur de laatste adem uitblies. En hoewel het dagblad het ‘laatste portret’ van Van Tijn inluidde met de woorden 'dit wordt geen in memoriam, geen necrologie’, werd er snel aan toegevoegd: 'Van Tijn loopt met zijn doodvonnis op zak. De datum is nog niet ingevuld, maar hem wel ongeveer bekend.’ Het zou een gevaarlijke trend zijn als niet alleen de doden maar ook de stervenden zich alvast met tumor, virus en zelfmoordplannetjes tussen ons kopje thee en gekookte eitje gaan nestelen.
Alles op zijn tijd, lijkt me.
Na deze introductie bij het sterfbed van de VN-hoofdredacteur volgde de echte dood en dus een stoet publikaties over ’s lands 'beste journalist’, die van 'een eenzame klasse’ bleek te zijn. Ik schrok even en dacht vol schaamte dat ik jarenlang achter de feiten had aangelopen. Ik had hier namelijk niets van gemerkt. Ik zocht naar de spraakmakende boeken en andere baanbrekende schrijfsels die de overledene op zijn naam had staan, maar vond merkwaardig genoeg bijna niets. Waaruit moest blijken dat Joop van Tijn de primus inter pares van de vaderlandse journalistiek was geweest? Ik las en herlas de necrologieën en columns die zijn collega’s, kennissen en ex-vrienden over hem hebben geschreven. Hij moest volgens hen charmant en humorvol zijn geweest en had ooit een gratis decoder van Filmnet geweigerd (waarde 600 gulden per jaar), wat veelzeggend was voor zijn onafhankelijkheidsdrift. Tussen tal van anekdoten, die naar mijn bescheiden mening de lezer weinig over Van Tijn zullen hebben geleerd, werd vooral zijn bovennatuurlijke gave geroemd om politici tot verbijsterende uitspraken te verleiden. Als regelmatige luisteraar van Welingelichte kringen - een radioprogramma dat Van Tijn en zijn vrienden onlangs zelf uitbliezen na een duistere kwestie over ketsende biljartballen - had ik daar persoonlijk weinig van gemerkt. Het pronkstuk van Van Tijns carrière had ik natuurlijk gemist, maar het werd gelukkig in al die stukjes gememoreerd. Het betrof een interview met de geestelijk vader van het CDA, Piet Steenkamp, waarin deze laatste zich door Van Tijn de volgende ongelooflijke, sensationele, ontmaskerende en sidderende uitspraak liet ontfutselen: 'Het eigen geweten is bij ons katholieken niet voldoende ontwikkeld.’ Ik heb deze zin precies honderd keer gelezen om me ervan te overtuigen dat ik niet gek was. Maar ik kreeg een andere zekerheid: ik ben een doodgewone aardbewoner en de necrologen van Joop zijn afkomstig van het verre Mars.
Natuurlijk, over de doden niets dan goeds. Maar de dood corrumpeert blijkbaar duurzaam de geest van de levenden. De afstand tussen Londen en Amsterdam is gering, wat voor een eventueel werkzoekende Elton John alleen maar geruststellend kan zijn.