Popmuziek - Lucinda Williams

Over de kus des doods

In een uitverkocht Paradiso bleek Lucinda Williams vorige week een diesel. Ze moest eerst rustig warmdraaien, bleef aanvankelijk onheilspellend afstandelijk, mede door het katheder waarvan ze zichtbaar haar teksten zong.

Maar gaandeweg, ondergedompeld in het warme bad dat de muisstille zaal haar bood, werd ze zichtbaar comfortabeler en ook spraakzamer, en lichtte ze oud en nieuw werk toe.

Twee van de meest indrukwekkende nummers waren nog onbekend voor het publiek, want afkomstig van het zojuist verschenen The Ghosts of Highway 20, een dubbelalbum met veertien vaak uitgesponnen nummers. Opener Dust is in de studioversie wat hij live eveneens bleek: een huiveringwekkend mooie muzikale weerslag van het definitieve afscheid, dat van het leven zelf. Sowieso slaagt Williams er goed in haar live-energie in de studio vast te leggen. Als basis voor de tekst gebruikte ze een gedicht van haar vader, de op de eerste dag van 2015 overleden dichter Miller Williams. In de laatste fase van zijn leven leed hij aan alzheimer. Het is een mokerslag van een zin, dat refrein: ‘Even your thoughts are dust.’ En de wrange ironie dat Miller Williams’ dochter deze tekst zelf ook van papier moest zingen, kan in Paradiso geen mens zijn ontgaan.

De toon is met Dust meteen gezet, want Highway 20 is voor een groot deel een verzameling bespiegelingen over de dood. De doodsangst, het doodsverlangen (‘Open up the doors of heaven, let me in’), de onmacht (‘Death came and took you away from this/ Oh I miss you so and I long to know/ Why death gave you his kiss’). Het meest onomwonden over het verdriet om haar vader zingt ze in het aan hem opgedragen If There’s a Heaven: ‘When you go, you let me know if there’s a heaven out there.’

Twee nummers zijn van anderen: Factory is van Bruce Springsteen, de tekst van House of Earth van Woody Guthrie. Ze maakt ze beide met gemak eigen, met die stem van haar, die magistrale stem, huiveringwekkend krachtig, opgetrokken uit een web van rafelranden. Haar band is compact en extreem goed: Bill Frisell en Greg Leisz zijn gitaristen die zowel naar de prairie, het industrieterrein als de metropool kunnen klinken.

Wat Williams gemeen heeft met Guthrie en Springsteen is haar liefde voor de sfeerschets van de onderkant van de Amerikaanse droom, en dan bij voorkeur in de metaforen van de snelweg: ‘Rundown motels and faded billboards/ Used cars for sale and rusty junkyards.’ En ja, indachtig diezelfde droom móet het album wel eindigen met een notie van hoop. Trefzeker als altijd formuleert Williams de benodigde voorwaarden: ‘A little more faith and grace/ To help me run this race/ That’s all, that’s all I need.’


Beeld: Lucinda Williams (David McClister/High Road Touring)