Over de ruggen van armoedzaaiers

Pieter Waterdrinker. Geen geneuzel, maar uitpakken © Julia Lisnyak

Uitgangspunt van de nieuwe, uiterst vermakelijke roman van Pieter Waterdrinker is zijn onversneden ergernis over, haat tegen en tegelijk ook fascinatie voor de huidige loterijcultuur. De Nationale Postcode Loterij, om de ergste maar meteen te noemen, speelt sinds 1989 ongegeneerd in op armoede, dromen en hebzucht van vooral de armere segmenten van de Nederlandse bevolking en komt daar nog mee weg ook. Want veertig procent van de inkomsten uit de lotverkoop gaat naar een goed doel. Voor de Postcode Loterij is dat doel ‘behoud van de natuur’. Ach, heerlijk, wie kan daar tegen zijn? Het gaat om reusachtige bedragen: sinds 1989 keerde de Postcode Loterij, volgens Wikipedia, ruim 6,2 miljard uit aan ‘goededoelenorganisaties’ op dit gebied. De Vriendenloterij betaalt uit op terreinen van ‘welzijn en gezondheid’, de Bankgiroloterij doet aan ‘behoud van cultureel erfgoed’. Ieder jaar komen bij die laatste loterij in de krant dankbare, maar ook enigszins besmuikt glimlachende museumdirecteuren in beeld.

Tja, geld krijgen over de ruggen van armoedzaaiers, echt mooi is het niet, maar je kunt moeilijk over die schitterende bedragen gaan klagen. Dus meedoen maar. Heerlijk te weten, vooral voor organisatoren van deze loterijen, is dat zeventien procent van de loterij-inkomsten naar ‘eigen werving en organisatiekosten’ gaat. Dit loopt dus in de vele tientallen miljoenen per jaar! Geweldig! Knap! Hoe bedenken ze het! Daarom wonen de bedenkers en organisatoren in reusachtige villa’s en verdringen ze elkaar op cocktailparty’s met andere BN’ers aan de Riviera.

Waarom bedenk ik niet zo’n loterij? De BurgerServiceNummer Loterij (tegen armoede), Boekenloterij met isbn-nummers van gekochte boeken (opbrengst voor arme schrijvers in de niet-westerse wereld), ik verzin er even een paar.

Met dit idee ging Waterdrinker aan de slag. Hij introduceert in zijn roman een typische Waterdrinker-figuur: een man van meervoudige afkomst, hij spreekt zowel Russisch, Lets, als veel andere talen, hij is een kind van Russisch-Letse vluchtelingen, belandt in Nederland, volgt daar zijn middelbare schoolopleiding, is uiterst briljant, maar tegelijk ook vatbaar voor duistere zaakjes. Waterdrinker sympathiseert duidelijk met hem en zo hoort het ook in dit type avonturen-/schelmenroman. We maken eerst zijn voorgeschiedenis mee, allemaal uiterst dwingend en treffend beschreven. ‘Maar ik was achttien. Het werd tijd dat ik eindelijk eens zou gaan leven.’ Een jongeman met veel ambities, met vage idealen en met een groot verlangen iets te gaan presteren. Behalve een underdog (veel last van jeugdpuistjes) is hij toch ook een ouwehoer en opschepper, maar dat maakt hem er in deze roman niet onsympathieker op. In stijl, denkwereld, mentaliteit en avontuurlijkheid deed de roman me denken aan de Jan Cremer-figuur en aan de dampende stijl van diens boeken. Heerlijk allemaal, eindelijk geen geneuzel, maar uitpakken. Niks echt gebeurd: de verbeelding aan de macht.

De onttovering van de loterijcultuur... ik was weer een jongen die een fijn boek las

Ook wat betreft de opschepperij op erotisch gebied geeft Waterdrinker vol gas: ‘Mijn geslacht bezat niet alleen een abnormale lengte, maar ook bizarre kracht.’ De held oefent die kracht door met zijn ‘stijve tot ver boven mijn navel steigerende piemel’, te proberen een met water gevuld emmertje op te tillen. Eerst lukt dat niet, ‘hij knakte onmiddellijk’. ‘Maar na een paar weken hield ik met gemak een vol emmertje.’ Mijn vrouw verbood me helaas dit ook te proberen, het had me vast geen enkele moeite gekost.

Deze Ruben Katz dus belandt in de wereld van een nieuwe loterij, gebaseerd op de duimafdruk van deelnemers. Fraaie vondst, die Waterdrinker tot in detail uitwerkt. Hij wordt verliefd op de dochter van de bedenker en ontpopt zichzelf met veel inzet tot een ‘loterijrat’ die de reclamecampagnes bedenkt. Hij zorgt ervoor dat Bekende Nederlanders en zelfs het koningshuis zich en masse compromitteren. Tegen forse beloning uiteraard.

De metaforiek van ‘de rat’ werkt Waterdrinker bekwaam en uitvoerig uit, regelmatig ziet hij heen en weer zwiepende staarten van de organisatoren en hun meelopers. Hij schetst een weliswaar grotesk maar uiterst geloofwaardig beeld van de mentaliteit van dergelijke cynische goede-doelen-uitmelkers. Eigen belang eerst!

Het gaat uiteraard allemaal mis met de held, hij belandt in de gevangenis, waar hij zijn herinneringen op papier zet. Deze constructie werkt goed uit, ze gaf Waterdrinker de gelegenheid de touwtjes van het geheel strak in handen te houden, hij switcht van heden naar verleden en wist mij volledig bij de les te houden. Tegen het einde belandt de held ook nog in een project waarbij Europeanen naar Rusland worden gelokt om daar een nieuw leven te beginnen. Er komt zelfs een bedreigend virus om de hoek kijken. Misschien wat te veel allemaal, al kan Waterdrinker hier zijn kennis over Rusland mooi etaleren. De onttovering van de loterijcultuur en haar trawanten houdt deze vurige roman in ieder geval glansrijk overeind. Ik was weer even een jongen die een fijn boek las. Waar je ook bij kon lachen omdat het allemaal af en toe zo lekker overdreven is.

Misschien las ik de laatste tijd te veel boeken met geneuzel over jonge mannen en vrouwen, of ze wel geschikt zijn voor het monogame huwelijk. Of over klein privéleed dat nu maar eens naar buiten moest, met dode geliefden, met onbegrip over leed, vermengd met zelfbeklag. Culminerend in de uitreiking van de Librisprijs aan Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Waterdrinker schotelde ons in zijn roman een heel ander literair programma voor.