Het roekeloze beleid van ING

Over de sloot van de crisis

Elf jaar na de financiële crisis van 2008 erkent ING voor het eerst dat hun verlies op de Amerikaanse hypotheekportefeuille bijna twintig keer hoger was dan destijds werd beweerd. En ze waren nota bene gewaarschuwd.

Rendement ging voor risico. Deze assertieve strategie bracht ing jarenlang winsten voor de aandeelhouders en bonussen voor de bankiers, maar ten tijde van de financiële crisis duwde dit de bank-verzekeraar over de rand van de afgrond.

ing was in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw ontstaan uit fusies van de Nederlandsche Middenstandsbank, de Postbank en verzekeraar Nationale-Nederlanden. In de beginjaren van deze eeuw groeide het bedrijf verder, tot de twintig grootste financiële instellingen ter wereld. De balans – het totaal aan bezittingen en vorderingen – was tweeënhalf keer zo groot als het bruto binnenlandse product van thuisbasis Nederland. De raad van bestuur van de oranje leeuw huisde in een futuristisch hoofdkantoor aan de Amsterdamse ringweg A10, bijgenaamd ‘de Schoen’, waar een medewerker eens een strook papier van vijftig meter lang had opgehangen om alle 1800 dochterbedrijven van het conglomeraat weer te geven. Als Nederland lastig bleef doen over bonussen, dreigde bestuursvoorzitter Michel Tilmant, zou ing het hoofdkwartier verhuizen naar Londen of Brussel. Het bedrijf sponsorde het Nederlandse voetbalelftal en het Renault-team in de formule 1-races.

Op het gebied van internetsparen was ing een pionier. ING Direct was in zekere zin de voortzetting in het internettijdperk van het aloude spaarbankboekje van de Rijkspostspaarbank. Een standaardproduct tegen lage kosten en een mooie rente voor de spaarders. Het werd een wereldsucces.

In de Verenigde Staten stond ING Direct USA onder leiding van Arkadi Kuhlmann, die zichzelf – vrij naar James Dean – omschreef als een ‘rebel with a cause’. Hij cultiveerde het imago van een activist van de protestgeneratie uit de jaren zestig die zich afzette tegen de gevestigde bankcultuur. ING Direct USA was een marketingmachine. In navolging van Starbucks werden ING Direct Coffee-cafés geopend, waar het even makkelijk moest zijn een latte macchiato te bestellen als een online spaarrekening te openen.

De top van ing in Amsterdam liet Kuhlmann de vrije hand. Geen wonder, want in enkele jaren trok ING Direct USA 100 miljard dollar spaargeld aan. De ing-dochter was de grootste internetspaarbank van de Verenigde Staten en zeer winstgevend.

Amerikaanse wetgeving eiste dat spaarbanken minimaal 52 procent van het spaargeld belegden in hypotheken. Dat was bedoeld om lokale gemeenschappen te steunen en koophuizen toegankelijk te maken voor mensen met lage inkomens of zelfstandigen die niet in loondienst waren. Er werd mee gesjoemeld bij het leven en het bleek een goudmijn. Meer dan een miljoen hypotheekmakelaars stortten zich op de huizenmarkt, de huizenprijzen explodeerden en de zakenbanken van Wall Street bundelden die hypotheken in complexe pakketten die ze wereldwijd konden doorverkopen aan hongerige beleggers die geen moeilijke vragen stelden over de verborgen risico’s.

ING Direct USA koos niet voor de veiligste hypotheken, maar voor samengestelde pakketten die een hoger risico hadden en daarmee een hoger rendement boden: zogenoemde Alternative A-hypotheken. Met een portefeuille van bijna veertig miljard dollar was ing de een na grootste belegger ter wereld in deze Alt A-hypotheken. In Nederland liet de toezichthouder, De Nederlandsche Bank, ing begaan. dnb had de bank kunnen verplichten om het aantrekken van spaargeld minder aantrekkelijk te maken door de rente aan spaarders te verlagen. Dat gebeurde niet. Pas toen de Amerikaanse toezichthouder op de spaarbanken in mei 2008 verordonneerde dat ING Direct moest stoppen met de aankoop van hypotheekpakketten, zette ing er een rem op. De Amerikaanse huizen- en hypotheek-markten waren toen al ruim een jaar bezig aan een daling.

Maar ING zag de crisis niet aankomen. In de zomer van 2008 verzekerden topman Tilmant en zijn financiële rechterhand Koos Timmermans bij de presentatie van de kwartaalcijfers dat de inkomensverliezen op de Amerikaanse hypotheekportefeuille van ING Direct USA maximaal 200 miljoen dollar zouden bedragen.

Anderhalve maand voordat de financiële crisis in alle hevigheid uitbrak met het bankroet van de New Yorkse zakenbank Lehman Brothers (15 september 2008) had een jonge financiële nerd ing gewaarschuwd voor veel grotere verliezen. Tonko Gast, een Nederlandse vermogensbeheerder, was met een Amerikaanse collega aan een financieel avontuur begonnen in New York. Hun start-up, Dynamic Credit, was gevestigd op de zolder van een gebouw aan Madison Avenue, telde 25 medewerkers en specialiseerde zich in de risicoanalyses van complexe hypotheekproducten van het type dat ING Direct USA in portefeuille had.

Evenals een handvol andere eigenzinnige financiële analisten, beschreven in het later verfilmde boek The Big Short van Michael Lewis, was Gast ervan overtuigd geraakt dat de Bibelebontse berg aan complexe hypotheekpakketten en daarvan afgeleide producten onhoudbaar was. Hun analyses wezen uit dat zich enorme waardeverliezen zouden voordoen als de hypotheekmarkten zouden instorten. Daarmee gingen ze lijnrecht in tegen de gangbare wijsheid van de financiële wereld en de macht van de grote zakenbanken van Wall Street.

Ondanks zijn ­­­alarmerende analyses kreeg Tonko Gast bij ING geen poot aan de grond

In de zomer van 2008 was Gast met vakantie in Nederland. Met zijn laptop onder de arm bezocht hij het hoofdkantoor van ING Direct in Hoofddorp, de accountant van ING Direct en dnb om zijn bezorgdheid over ing kenbaar te maken. Volgens de modellen van Dynamic Credit zou het verlies aan marktwaarde van de hypotheken die ing in portefeuille had 4,5 tot 7 miljard dollar bedragen. Ondanks zijn alarmerende analyses kreeg Gast geen poot aan de grond.

Elf jaar later, in een reactie op de site van de nos naar aanleiding van de presentatie van mijn boek De afrekening, waarin de rol van Tonko Gast als klokkenluider uit de doeken wordt gedaan, erkende ing voor het eerst publiekelijk dat het verlies op de Amerikaanse hypotheekportefeuille bijna twintig keer hoger was geweest dan Tilmant in 2008 had beweerd: geen 200 miljoen, maar 3,9 miljard dollar.

Beter laat dan nooit, maar zo was het niet. Want ing en Gast hadden het over verschillende soorten verliezen. De klap van een gefaseerd inkomensverlies van 3,9 miljard was voor ing zonder staatssteun te overleven geweest; de klap van de waardedaling van de Alt A-hypotheekportefeuille, waarvoor Gast in de zomer van 2008 tevergeefs had gewaarschuwd, was dat niet.

Na de val van Lehman Brothers stortten alle financiële markten in. Ook de markten waarop hypotheekproducten verhandeld werden. Als gevolg hiervan daalde de marktwaarde van de Alt A-portefeuille van ING tot 55 procent van de nominale waarde. Van 39 miljard naar 21,5 miljard dollar. Door een complex van internationale boekhoudkundige regels en keuzes waartoe ing zelf had besloten moest dit waardeverlies, ook al was het tijdelijk, per direct worden afgeboekt van het eigen vermogen op de balans van ing. Dat werd hierdoor weggevaagd.

Een bedrijf dat geen eigen vermogen meer heeft, is bankroet.

Dat moest koste wat het kost voorkomen worden en er volgden twee reddingsoperaties van de Nederlandse overheid. Met het eerste werd 10 miljard euro aan het eigen vermogen toegevoegd, met het tweede werd voor 22,5 miljard euro het grootste deel (80 procent) van de hypotheekportefeuille overgenomen, waarvoor de overheid 90 procent van de nominale waarde betaalde. Dat was ruim boven de marktwaarde van dat moment.

Ondanks deze steun van in totaal 32,5 miljard was ing volgens minister van Financiën Wouter Bos en de president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink ‘in de kern gezond’. De medewerkers van het Directoraat-Generaal Mededinging van de Europese Commissie, die de staatssteun aan banken moesten beoordelen, dachten daar anders over. Zij verklaarden dat ing ‘distressed’ – structureel ongezond – en technisch bankroet was.

ING heeft zich altijd verzet tegen het beeld dat het bedrijf door eigen toedoen reddeloos verloren was. De framing is een vorm van ontkenning: het lag aan de marktomstandigheden dat het bedrijf met de Amerikaanse Alt A-hypotheken in 2008 in het ravijn dreigde te storten. De marktwaarde was geen reële afspiegeling van de werkelijke waarde van de portefeuille. De feitelijke verliezen vielen immers mee – hoewel dat moeilijk valt vol te houden nu erkend is dat die 3,9 miljard dollar bedroegen – en ing heeft de overheidssteun plus een premie van 4,5 miljard euro terugbetaald.

Maar er was meer aan de hand. Het ministerie van Financiën had zijn adviseur, zakenbank Rothschild, in 2008 onderzoek laten doen, waaruit bleek dat ing in vergelijking met andere banken bereid was grotere risico’s te accepteren in verhouding tot het eigen vermogen. Bij verzekeringstak Nationale-Nederlanden speelde de woekerpolisaffaire. Er deden zich kostbare problemen voor bij Aziatische verzekeraars zoals ING Life Taiwan. In de zomer van 2008 besteedde ing nog 6,5 miljard euro aan de inkoop van eigen aandelen en dividend aan de aandeelhouders. Dat was twee derde van de kapitaalinjectie die de overheid drie maanden later verstrekte.

De kern was dat ing het verlies aan marktwaarde door eigen toedoen niet kon opvangen. De risico’s die ingebakken zaten in Alt A-hypotheken waren onderschat – overigens niet alleen door ing, ook door toezichthouder dnb. Ondertussen bleef de koers van het ing-aandeel onbarmhartig dalen, tot minder dan twee euro begin maart 2009. ing ontbeerde de financiële polsstok om over de sloot van de crisis heen te springen en niemand kon voorspellen hoe breed die sloot was. De overheid, die geen rekening hoeft te houden met beurskoersen of nerveuze beleggers die aandelen dumpen, kon dat wel. De Nederlandse staat nam het marktrisico op zich, voor zo lang als het zou duren.

Bijna elf jaar na de goedkeuring van de herstructureringsmaatregelen die ing op last van de Europese Commissie moest nemen, resteert de framing van ing dat het bedrijf geen blaam trof voor zijn eigen bijna-ondergang, maar slachtoffer was van de crisis. Cognitieve dissonantie is een psychologische term voor de spanning die ontstaat tussen feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening. De oranje leeuw van ing moet toch eens te rade gaan bij een psychiater.


Van Roel Janssen verscheen recent De afrekening: Hoe ING langs de rand van de afgrond scheerde, Balans, 256 blz., € 21,99