Hoofdcommentaar: Dutchbat

Over Dutchbat zonder Dutchbat

Oorlog is de gruwelijkste en tegelijkertijd de helderste test voor het politieke en morele peil van een staat. In Oost-Bosnië mengde Nederland zich in een oorlog door het sturen van gevechtseenheden. Dat die opereerden onder commando van de Verenigde Naties doet niets af aan de Nederlandse verantwoordelijkheid.

De Tweede Kamer besloot destijds de uitzending door te zetten, ondanks de onmogelijkheid de Drina-vallei rond het stadje Srebrenica effectief te verdedigen tegen een eventuele Servische aanval. De Nederlandse politiek wilde iets doen om het moorden in Bosnië te stoppen, en stuurde minimaal bewapende landgenoten het bos in. Morele standaard: hoog, zo leek het. Maar het heil van de eigen troepen werd vergeten. Politieke standaard: laag.

De top van de landmacht, die de troepen moest leveren, sputterde niet tegen. Integendeel. In Bosnië zou het nut van zijn nieuwste eliteonderdeel, de luchtmobiele brigade, getoond kunnen worden. De legerleiding was zich zeer bewust van de risico’s voor de Nederlandse troepen. De bewapening was onvoldoende en spijkerharde toezeggingen over het snel en effectief uitvoeren van massale luchtbombardementen — de enige manier voor de tienduizenden Moslimvluchtelingen en het handjevol Nederlandse soldaten in de enclave om aan een eventuele Servische aanval te ontsnappen — werden niet verkregen. Morele standaard der toenmalige legerleiding: beneden alle peil. Politiek inzicht: volstrekt afwezig.

Het vervolg is bekend. Alles wat mis kón gaan, liep mis. Bosnisch-Servische eenheden van generaal Mladic vielen de enclave aan, ondervonden nauwelijks tegenstand, en stootten door. Luchtaanvallen bleven uit. Het sterk uitgedunde Dutchbat III hield zich — overigens om zeer verdedigbare redenen — aan het VN-adagium dat terugvechten uitsloot. De VN verzuimde doortastend op te treden bij het evacueren van de vluchtelingen, waardoor Mladic de gelegenheid kreeg hen zélf af te voeren. Mannen gescheiden van vrouwen en kinderen. Dutchbat kon weinig anders dan machteloos toekijken. Uiteindelijk werden meer dan zevenduizend Moslimmannen door Bosnisch-Servische eenheden geëxecuteerd. Naar schatting zo’n vierhonderd in de nabijheid van de Nederlandse troepen.

Het drama is reeds uitvoerig onderzocht. Door de Verenigde Naties, door een Nederlandse parlementaire onderzoekscommissie, en door het Niod in meer dan drieduizend dichtbedrukte pagina’s. Onder druk van de PvdA-premier trad het kabinet-Kok II af na de presentatie van het Niod-rapport.

Oorlog is chaos. Tijdens artilleriebeschietingen en gevechten heersen waanzin en angst. Zeldzaam degene, burger of militair, die zich bewust is van een morele standaard wanneer hij het vege lijf probeert te redden. Maar de samenleving eist ordening. Afgelopen week begonnen openbare verhoren ten bate van een parlementaire enquête die het boek Srebrenica definitief moet sluiten. Zeven jaar na dato. Weinig politieke en militaire hoogwaardigheidsbekleders van destijds zijn nog in functie.

«Dit is niet zomaar een onderwerp, maar een kwestie die al zeven jaar als een molensteen om de nek van Nederlandse politici hangt», zei Bert Bakker (D66), voorzitter van de enquêtecommissie. Nederlandse politici. Zij blijven zoeken naar een niet-bestaande orde in de chaos. Om hun gemoed te verlichten? Het is de taak van deze parlementaire-enquêtecommissie om oordelen te vellen, niet om genoegdoening te verkrijgen.

Om lessen te trekken voor de toekomst? Over de deelname van Nederlandse troepen aan vredesmissies is gelukkig al veel geleerd. Het gevaar dat de onbezonnenheid van Srebrenica door regering en parlement wordt herhaald, lijkt klein. Maar toch: met krijgsmacht en oorlogvoering blijft de Nederlandse politiek worstelen. Noemenswaardige reacties bleven uit toen de commandant van het Korps Commandotroepen krijgshaftige taal begon uit te slaan richting volksvertegenwoordiging in zijn frustratie over het uitblijven van een gevechtstaak voor zijn mannen in Afghanistan. En in oktober gleed Nederland opnieuw een oorlog in. Nederlandse F16’s, aanvankelijk onbewapend uitgezonden, kregen plots de taak om, in de woorden van een der piloten, in Afghanistan «de laatste verzetshaarden op te ruimen».

De parlementaire enquête gaat «over Dutchbat, zonder Dutchbat», zoals een prominente getuige anoniem verklaarde. Slechts leidinggevenden van het Dutch Batallion worden gehoord. Soldaten en lager kader blijven buiten beeld. Maar dáár zit de echte pijn. Dutchbat III bestond uit profes sionele militairen, opgeleid voor oorlogvoering en gewapende vredestaken, niet om half bewapend te dienen als schietschijf in een onverdedigbaar dal. In een dergelijke situatie, zonder heldere bevelstructuur en hulp van buitenaf, was het ondoenlijk tienduizenden vluchtelingen uit de klauwen van moordenaars te redden. Toch kreeg Dutchbat («jongens en meisjes» volgens een naïeve Wim Kok) de zwarte piet toegespeeld.

Een aanzienlijk deel van hen is het niet gelukt terug te keren naar een normaal bestaan. Criminaliteit, zware psychische problemen en zelfdoding scoren onder ex-Dutchbatters vervaarlijk hoog. Hun toestand krijgt zelden aandacht, maar juist zij waren het die dienden als instrument van de politici die zich zo graag bevrijd zien van hun eigen molensteen.

De tragedie in Srebrenica heeft de onmacht en de onkunde van de toenmalige politiek blootgelegd. Nederland is een land dat zijn militairen wegstopt en zijn veteranen nauwelijks eert. Het zou alsnog getuigen van politieke naïviteit, én van een lage morele standaard, als de politiek opnieuw haar verantwoordelijkheid voor de Srebrenica-veteranen vergeet.