Over een ‘bont boeket’ Teledoc Campus-documentaires

Negen korte (20’) documentaires dit jaar in Teledoc Campus. Ik schreef over de eerste vier en doe dat met evenveel plezier over de resterende vijf. Een bont boeket, van loodzwaar tot licht, van brievenliefde tot internetschandpaal, van traditioneel tot prachtig in de vorm. Drie mansportretten (een jonge, een middelbare, een bejaarde); een egodocument van een jonge vrouw; een poëtische studie in geschreven liefde. De meest ‘gewone’ is Sinterklaas bestaat van Eva Nijsten. Portret van een taxichauffeur wiens leven draait om de paar weken dat hij de heilige kan spelen - sorry, zijn. Want we hebben hier niet van doen met hobby maar met roeping, niet met tijdverdrijf en bijverdienste maar met zingeving. Alles moet daarvoor, bijna het jaar rond, wijken, inclusief zijn liefhebbende vrouw – en die weet dat, zegt hij trots. Het drama in de film had moeten voortkomen uit de spanning tussen de traditie die hem heilig is en de kritiek die daarop steeds luider klinkt. Maar in zijn Den Helder en wijde omgeving lijkt dat conflict nauwelijks te spelen. Een journalist laat hem weten dat blijkens een Noord-Hollandse dagbladenquête bijna alle respondenten zwart een prima Pietkleur vinden. Weg angel. Resteert zijn overgave aan het ‘blij maken’ van kind en volwassene, van intocht tot huisbezoek, en dat levert een paar leuke, in het ziekenhuis zelfs mooie, scenes op. Een zacht zingende Sint bij een couveuse, ik had niet gedacht dat het me kon raken, de Pietendiscussie voorbij.

Een tweede grijsaard is hoofdpersoon in Dokter Co van Lysander Wiering. Zat in de eerste tranche van Campus de 92-jarige huisarts Nico van Hasselt die doorgaat omdat hij de moderne zorg te onpersoonlijk vindt, Co van Melle is bijna 80 en fietst in Amsterdam van vluchtgarage naar vervallen kraakpand om illegale asielzoekers elementaire medische bijstand en een luisterend oor te bieden. Beide zorgvormen vallen niet mee, want de problemen, van schotwond en kaakontsteking tot alcoholisme, vallen niet simpel te verhelpen; en het Engels van de overwegend Afrikaanse mannen is beperkt of niet-bestaand. Co’s paracetamol en wondverzorging worden door menigeen op prijs gesteld. Verwonderlijker is dat hij ook geregeld stank voor dank krijgt. Als een man het, als een nukkige pasja, wel erg bont maakt, zegt Co dat die onuitstaanbaar is, maar ja, hij heeft wel een keer voor Co gekookt, dus er schuilt ook iets goeds in hem. Bij een feestdiner in de kerk ramt Co vrolijk op de piano, tot een zwaarbezopen man hem wegstuurt omdat hij zo nodig moet zingen – wat hij niet kan. Maar de volgende dag, alweer tussen heftig ruziënde dronkaards, benadrukt Co enigszins geëmotioneerd dat het zo een goed feest was gisteren, met veel harmonie. Waar hij zelf naar op zoek is? ‘Dat mensen met elkaar gelukkig zijn, elkaar knuffelen en lief vinden.’ Verwijzend naar ‘Moeder Theresa’ zou je hem ‘Vader Co’ kunnen noemen, maar dan eindeloos aardiger en bescheidener. ‘Iedereen volbrengt wel een taakje. Zoals de hond uitlaten. Of zoals mijn vrouw die graag iets voor me bakt. En ik doe dit, op mijn fiets.’ Maar houdt hij het wel vol? ‘Ze vinden me vitaal, wat ik niet ben. Misschien laat ik me door die vleiende sirenenstemmen wel oppeppen.’ Trouwens, denk ik dan, waarom zou hij moeten stoppen als het mensen helpt en dit hem gelukkig maakt en/of zin geeft aan zijn leven? Chapeau. Maar dan blijkt hij, net als zijn cliënten, groter dromen te hebben. Hij wil wel naar Afrika: spreekuurtje in een kinderziekenhuis. Het liefst zou hij naar Burundi willen, ‘klein rot land, maar met vrolijke tentakels.’ Een ijzersterke zachte kracht. Gaat dat zien.

Van bejaard naar jong en dan schijn je wat te willen. Zoals gluren naar de buren, wat Eef Hilgers als tienjarige al uren kon doen, vanuit het wc-raampje. Toen ze, ietsje ouder, een eigen camera kreeg was ze helemaal niet meer te houden: al wat voorbij het ouderlijk huis kwam werd gefilmd. Er gebeurde nooit wat, maar ze bleef ‘op zoek naar geheimen’ (zoals zoenende stelletjes in het zwembad). Nu is Eef groot en regisseur en wordt aan haar voyeuristische behoefte lawinegewijs voldaan door Internet, met als hofleverancier Dumpert, de ‘mediasite’ van Geen Stijl, die je wat mij betreft gevoeglijk ‘open riool’ zou kunnen noemen. Ze kan het kijken nog altijd niet laten, maar inmiddels knaagt een reeks ethische vragen aan haar gluurdersgenot. Uitmondend in de vraag: ‘waarom kijken we, terwijl we weten dat we dat niet zouden moeten doen?’ Dat is geen onbelangrijke vraag en het interessante aan de film is dat ze dus niet vanuit een superieure moraal aanklaagt maar zichzelf inzet als gemangeld tussen zondig verlangen en ethiek. Die laatste wint wel, maar tot aan het eind blijft ze vraagtekens zetten bij haar eigen integriteit, zelfs bij het maken van deze film Shame/Fame. Wie kijkt bereide zich voor op nogal wat onaangename ‘seks-, vecht- en scheldpartijen’, die aanleiding zijn voor interviewtjes met gluurders, reaguurders en slachtoffers van het feit dat iedereen tegenwoordig beschikt over een eigen candid camera. ‘Hoogtepunt’: jongens die een nieuwe sport beoefenen - nietsvermoedende passanten van achter keihard in de rug en tegen de grond trappen, dat laten filmen, wegwezen en lachen man. O ja, en uploaden natuurlijk en de views bejubelen. Overigens heeft Hilgers geen van die ratten/kwajongens gezocht of gevonden. Is aangifte geen optie? Op privacyrecht kunnen ze zich in elk geval niet beroepen.

Heftiger nog, maar op haast verstilde wijze, is asylum van Jaap van Heusden en Jefta Varwijk – portret van David, die begeleid woont in een instelling van geestelijke gezondheidszorg. Een intelligente, aardige jongen, die aan wanen leed en door een stem onder meer voor de keus gesteld werd zijn broer te vermoorden of zelfmoord te plegen. Hij koos voor het laatste, door een sprong van grote hoogte, maar bereikte zijn doel niet. Nu is er dus zware medicatie en gesprekstherapie. De eerste wordt afgebouwd, maar ook dan blijft zijn probleem ‘ik zou zo graag willen dat ik weer dingen zou willen’. Nergens ziet hij de zin en betekenis van: ‘ik weet ook eigenlijk niet meer wat liefde betekent’. De paradox van kunst over gruwel (en als beeld- en geluidskunst zie ik deze film zeker) is dat die esthetiseert wat inktzwart is en daarmee dus liegt. Tegelijk troost die ook en, verwarrend, brengt die de kijker dichterbij thema en personage. Als iemand mij gezegd had dat ik diep geroerd zou raken door iemand die bomen knuffelt, dan had ik hem voor gek verklaard. Maar het gebeurde hier. Even roerend als wanneer David in het trappenhuis zit en de door hem zo verlangde vrede en rust bezingt middels de aria van Zarastro uit Die Zauberflöte: ‘In diesen heil’gen Halle / Kennt man die Rache nicht / Und ist ein Mensch gefallen / Führt Liebe ihn zur Pflicht / Dann wandelt er an Freundes Hand / Vergnügt und froh ins bess’re Land.’ Blabla, maar hier echt even niet.

Tenslotte nog een roerende maar blijmakende film: Liefdesbrieven van Tara Fallaux. Die dingen uit de titel, bestaan die dan nog? Ik dacht meteen aan het andere uiterste: het uitmaken per mail of sms. Maar halleluja, ze bestaan. Er bestaan zelfs twintigers die ze schrijven en ontvangen, handgeschreven, of getypt op een tweekleurige machine. De regisseur vond ze, schrijvers en brieven en soms geadresseerden. Die laatste niet altijd, want er is ook een prachtige uitmaakbrief bij, van een jonge vrouw aan een gebonden man met wie ze lang een relatie had en die, ook als ze hem ten afscheid schrijft, haar grote liefde is. Dat is voorbij, maar hij kan moeilijk alsnog leuk in beeld verschijnen en zo het verborgene openbaren. De jongen die al zijn liefdesbrieven (en wat voor brieven!) in een grote enveloppe terugkreeg (erger kan niet, zegt hij) is ook alleen in beeld (ze had ze ze gelukkig wel gekopieerd, bleek later). De optelsom: drie briefschrijvende mannen, van wie twee samen met hun gelukkige, en één vrouw. (Moeten mannetjes nog altijd luider zingen dan vrouwtjes voor paarvorming?) Gelukkigen die hun tranen van ontroering niet of met moeite bedwingen. Kleffe boel? Welnee. Kwetsbaarheid, ja. Kijk zelf. En vooral: luister naar de bezwerende pracht en kracht van taal.


Teledoc Campus, NPO 3. Jaap van Heusden, Jetta Varwijk, asylum, VPRO, zondag 19 november, 23.20 uur.
Eef Hilgers, Shame/Fame, BNN/VARA, woensdag 22 november, 20.25 uur.
Lysander Wiering, Dokter Co, EO, zondag 26 november, 23.20 uur.
Eva Nijsten, Sinterklaas bestaat, NTR, dinsdag 5 december, 23.20 uur.
Tara Fallaux, Liefdesbrieven, VPRO, zondag 10 december, 23.20 uur.