Over het verlangen mee te doen

Stefan Hertmans, De mobilisatie van Arcadia, euro 19,90

‘Elke kunstenaar is sowieso geëngageerd’, begint Stefan Hertmans een van zijn essays in De mobilisatie van Arcadia. Het argument voor die verrassende uitspraak volgt nog in diezelfde zin: 'omdat hij zich op de publieke agora waagt en daar denkt iets te zeggen te hebben.’ Geldt dat dan ook voor zangers, dansers, acteurs? En zo ja, wordt het woord engagement dan niet zo ver uitgehold dat het niets meer betekent? Een zin verder stapelen de vragen zich op: 'Artistiek engagement betekent onder meer dat kunstenaars zich mengen in publieke debatten, zich bemoeien met zaken die hen niet per se aangaan.’ Impliceert dat geen moralistische dwingelandij? Mag de kunstenaar zijn engagement niet alleen in zijn werk uitleven? Moet hij zijn specifieke deskundigheid gebruiken, of laten gebruiken, om voor gezaghebbend door te gaan op heel andere gebieden, waar hij vermoedelijk op even weinig gezag aanspraak kan maken als de modaal geïnformeerde burger?
Maar al gauw blijkt dat Hertmans zich van al die implicaties terdege bewust is en dat hij het begrip engagement dubbelzinnig gebruikt. Een paar decennia geleden had het nog uitsluitend linkse connotaties. Het stond voor een kritische betrokkenheid bij de wereld, voor de houding van de spelbreker, de ontmythologiserende dwarsligger die zich keerde tegen de heersende machten. Nu staat engagement voor iets heel anders. De geëngageerde kunstenaar, aldus Hertmans, wil de 'democratisering van de kunst’, 'kunst als integratie’ en zelfs 'kunst als participatie’. Hij heeft de kritische distantie ingeruild voor het verlangen mee te doen, en vooral ook iedereen mee te laten doen, om aldus een directe bijdrage te leveren aan het even hevig gefrustreerde als hevig verlangde gevoel van arcadische gemeenschappelijkheid. Maar die sociale opstelling gaat onvermijdelijk gepaard met de eis tot laagdrempeligheid en consumeerbaarheid, een eis die de kunsten van hun 'maatschappijkritische elan’ beroven. De geëngageerde kunstenaar is dan verworden tot de publiekslieveling die in talkshows spreekt namens het gecultiveerde deel van het volk dat hem, innig tevreden met zichzelf, op handen draagt. En al geeft Hertmans in deze context alleen een niet al te sterk, geanonimiseerd voorbeeld - 'een voormalige VRT-journalist’ -, het kost me weinig moeite in te stemmen met deze door hem gesignaleerde ontwikkeling.
Enigszins verbazend is wel de tijdlijn die hij daarbij schetst. De 'sociologische Wende’ die hierbij in het geding is, zou zich omstreeks 1960 hebben voorgedaan. Toen zou de aandacht voor het kunstwerk zijn verschoven naar de 'receptie’ ervan. Niet langer ging het om de analyse van het werk maar om die van de toeschouwers, de kijkers, de lezers, om hun demografische samenstelling, hun opleidingsniveau, hun voorkeuren, hun koopgedrag et cetera. Soms, aan de universiteiten, gebeurde dat vanuit het in elk geval nog kritisch bedoelde perspectief van Pierre Bourdieu, 'die de elites ervan beschuldigde uit te zijn op het vergaren van cultureel kapitaal’, soms vanuit dat van de cultural studies, die in elk werk speurden naar de machtsaspiraties van de witte christelijke man. In toenemende mate ook, buiten de universiteiten, vanuit het strategische perspectief van de culturele ondernemer die een scherp beeld wil krijgen van zijn afzetmarkt.
Die datering omstreeks 1960 klopt in elk geval niet voor de literatuur. Het invloedrijke, op ergocentrische analyse gerichte literaire tijdschrift Merlyn verscheen van 1962 tot 1967; toen pas, vooral onder invloed van de experimentele poëzie, verschoof de aandacht van biografie en levensbeschouwing van de auteur naar de analyse van diens 'autonome’ werk; de beide in dezelfde geest geschreven delen Literair lustrum zijn van 1966 en 1972, het Raster van H.C. ten Berge verscheen van 1967 tot 1972. Maar eenduidig was die ontwikkeling niet. In diezelfde roemruchte jaren won een gevulgariseerde versie van Brechts epische, op directe publieksbeïnvloeding gerichte theater in diverse subculturen terrein. Auteurs die dat al te gemakkelijke, nauwelijks van propaganda te onderscheiden 'engagement’ weigerden, werden al gauw elitair of intellectualistisch genoemd, precies dezelfde invectieven die nu gebruikt worden voor kunstenaars die zich niet in de pas van de gezonde, positieve programma’s laten dwingen. Voor die laatste breekt Stefan Hertmans uiteraard een lans.
En het moet gezegd: dat doet hij met verve. De mobilisatie van Arcadia bevat veertien stilistisch, thematisch en qua houding samenhangende essays die met kracht van argumenten en vaak in superieure, lenige, soms ook geestige formuleringen kritiek leveren op ideeën en praktijken die het culturele leven momenteel beheersen. Het openingsessay, dat eindigt met de aan Ernst Jünger refererende woorden uit de boektitel, is ijzersterk. Hertmans hekelt de totale emotionele leegheid van het grootste deel van het tv-amusement en de chronisch hysterische pogingen die leegheid met extreme, maar armzalig gecodeerde uitingen van emoties te camoufleren. In het bijzonder gemunt heeft hij het op de 'emotioneel leeggespeelde seks’: 'het kinky stel op de Vlaamse televisie, op zondagavond, in dat desolate praatprogramma met foeilelijke softpornobeelden, spreekt zoals het in een programma over het telen van prei toe gaat’.
Niet verwonderlijk dat ook Michel Onfray, zelfbenoemd kampioen van een onuitstaanbaar militant, al lang in de lijn van de commerciële seks opererend hedonisme, er stevig van langs krijgt. Diens filosofische onbehouwenheden contrasteert Hertmans dan met de oneindig subtielere emotionele (zelf)observaties van Roland Barthes in Fragments d'un discours amoureux (1977), een paar jaar geleden opnieuw (en beter) vertaald als Uit de taal van een verliefde en 'de mooiste cultuurhistorische essays over de liefde’ die hij kent, Octavio Paz’ De dubbele vlam. Het stuk eindigt met een paar bewonderende zinnen aan het adres van Kierkegaard, aan wiens dialectische, op Nietzsche vooruitlopende virtuositeit hij prompt een heel essay wijdt, een van de mooiste van dit ronduit indrukwekkende boek.

STEFAN HERTMANS
DE MOBILISATIE VAN ARCADIA: ESSAYS
De Bezige Bij, 256 blz., € 19,90