Toneel: ‘A seat at the table’

Over je bol geaaid

Leandro Ceder als Kwame in A seat at the table © Bas de Brouwer

Kwame (Leandro Ceder) zit met tegenzin bij zijn therapeut (Ward Kerremans). Hij heeft op klaarlichte dag iemand op zijn bek geslagen ‘omdat-ie naar mij en mijn vriendin keek’ en moet nu enkele sessies met deze medewerker van het systeem uitzitten. Hij weigert elke tekst en uitleg en is ronduit vijandig. Hij is op het eerste gezicht het prototype van de ‘angry black man’.

Kwame’s verhaallijn loopt als rode draad door A seat at the table van de Iraans-Nederlandse theatermaker, acteur en musicus Saman Amini, en functioneert als sterke baseline van de voorstelling. Kwame’s woede is namelijk het product van een jarenlange confrontatie met racisme in al zijn vormen: van openlijk tot impliciet, van het ongevraagd ‘over mijn bol geaaid worden’ tot het regelmatig staande worden gehouden door de politie. Het stuk, dat naast de scènes rond Kwame uit een vlot gemonteerde reeks sketches en songs bestaat, staat volledig in het teken van de impact en internalisering van de continue micro-agressies en andere vormen van uitsluiting waarmee je als persoon van kleur in Nederland geconfronteerd wordt.

Amini weet hierbij een effectieve balans te treffen tussen lichtere passages waarin de spelers (Ceder, Kerremans, Amini en Anton de Bies) met veel energie de verschillende kanten van het thema belichten en scènes waarin de pijn en woede achter de anekdotes de ruimte wordt gegeven. In een van de mooiste scènes staat De Bies uitgebreid stil bij de tamme manier waarop RTL Late Night-host Umberto Tan reageerde toen Jack Spijkerman hem ‘niet alleen donker, maar ook nog eens dom’ noemde. Het leidt tot een discussie over hoe Tan dan had moeten reageren: geweld? Weglopen? Kalm maar beslist zeggen dat Spijkerman zijn excuses moet aanbieden? Het dilemma tussen acceptatie of confrontatie komt terug in de slotscène, waarin Ceder en De Bies lijnrecht tegenover elkaar staan. De Bies wil ‘niet langer door huidskleur gedefinieerd worden’, hij is de identiteitspolitiek zat. Ceder wil echter zijn positie en vrijheid als zwarte man opeisen en bevechten.

De oprechte collectieve zoektocht naar oplossingen in combinatie met de zwartkomische opsomming van racistische incidenten geeft A seat at the table het karakter van een happening, een soort non-religieuze dienst, een racisme-exorcisme. Ik zag de voorstelling in het Bijlmer Parktheater met een publiek dat voor meer dan de helft uit mensen van kleur bestond (‘Ik ben wit’, zegt Kerremans op een gegeven moment, ‘en nu zou ik normaal zeggen “net zoals de meesten van jullie”, maar dat klopt vanavond niet’), en de grote waarde van de voorstelling blijkt uit het instemmende ge-‘hmmm-hmm’ dat de verhalen en beweringen in de voorstelling aan de mensen om me heen ontlokken. A seat at the table neemt het publiek moeiteloos mee in een complex onderwerp maar verraadt de ernst van het thema nooit. Als Kwame/Ceder aan het slot voor de woning staat die hij gedurende de voorstelling eigenhandig gebouwd heeft (slim ontwerp van scenograaf Alaa Minawi) voelt dat nog altijd als een wankel fort in een vijandige wereld.


A seat at the table – Saman Amini / Black Sheep can Fly, t/m 6 juni op tournee