Over kwaad en erger

De tragedie in Gorinchem geeft volop stof tot nadenken over de rol van zinloos geweld in onze maatschappij. Toch moeten het etiket en de categorie van ‘zinloos geweld’ in de maatschappelijke discussie met enige bedachtzaamheid worden gehanteerd. Ze lijken al te gemakkelijk gebruikt te worden om te onderstrepen dat alles ‘van kwaad tot erger’ gaat. Je hoort bijvoorbeeld nooit dat struikroverij de laatste decennia en eeuwen opvallend is afgenomen. Toch is dat wel het geval.

Er verschijnen dus steeds nieuwe soorten problemen, maar tegelijk verdwijnen er andere. Het is de vraag of ‘zinloos geweld’ als een heel nieuw probleem moet worden aangemerkt, of als een heel oud probleem. De term 'zinloos geweld’ is daarbij een beetje dubbelop. In onze maatschappij berust het geweldsmonopolie bij de politie, en is alle gebruik van geweld daarbuiten onwettig en in zekere zin 'zinloos’. Slechts de daders zien er in een vlaag aanleiding toe, reden toe, zin in; de omstanders uiteraard niet. De categorie 'zinloos geweld’ is slecht gedefinieerd en rekbaar, en wordt betrekkelijk willekeurig op verschillende gevallen van toepassing verklaard. Uit het recente verleden worden achteraf nieuwe gevallen opgediept, in de huidige actualiteit wordt de toepassing steeds breder. Daardoor lijkt het ook of er steeds méér van komt, en dat er niet alleen onmiddellijk een eind aan moet worden gemaakt, maar ook kán worden gemaakt. Dat is helaas niet zo. Cijfers die bij deze gelegenheden worden aangehaald hebben een schijn-exactheid die een enorme vaagheid verbergt. Men zegt dat de statistieken een toename van geweld laten zien, maar dat is veel minder evident dan het lijkt. We weten alleen dat er steeds vaker aangifte wordt gedaan van bepaalde soorten geweld, en dat de media steeds meer aandacht besteden aan die bepaalde soorten geweld. Maar dat zou heel wel het omgekeerde kunnen betekenen. Wellicht is er juist steeds mínder geweld in ons dagelijks leven, en aanvaarden we ook steeds mìnder geweld in ons dagelijks leven. Ouders slaan hun kinderen minder, buren gaan minder vaak met elkaar op de vuist, en zelfs dronkelieden buiten het café meppen elkaar misschien minder dan vijftig of honderd jaar geleden. Als er een gewelddaad plaatsvindt, wordt er veel sneller aangifte gedaan, een zaak van gemaakt, verslag van gedaan. Een neergaande trend in de realiteit kan zo heel wel leiden tot een opgaande trend in de statistieken. Voor zover er op bepaalde terreinen werkelijk van een toename sprake is, vergeet men die bovendien vaak te corrigeren voor de toegenomen bevolking. Zij wordt ook niet geweten aan de groei van de urbanisatie, van de horeca, van de overconsumptie in het algemeen en van alcohol in het bijzonder, overconsumptie die op allerlei manieren wordt aangemoedigd. De aard van het probleem, de oorzaken en gevolgen, de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid ervoor worden dus op een héél bepaalde manier geconstrueerd. Etniciteit wordt daarbij vaak genoemd, maar speelde slechts een enkele keer een rol. Het is denkbaar dat bepaalde groepen immigranten uit landen komen (en binnen die landen uit verafgelegen streken) waar geweld in het dagelijks leven een grotere rol speelt. Ze zouden inderdaad in de verleiding kunnen komen dit te gebruiken tegen mensen die er minder vertrouwd mee zijn, sneller geïntimideerd zijn en er geen adequaat antwoord op hebben. Dat is dan echter een 'gewoon’ sociologisch probleem, zoals er ook andere sociologische 'probleemgroepen’ zijn zoals dak- en thuislozen, pubers en adolescenten, en zo meer. Het wil niet zeggen dat etnische minderheden 'intrinsiek’ gewelddadiger zijn. Het is ook niet zonder meer juist om te zeggen dat ze 'crimineler’ zijn, zoals veel Nederlanders volgens een recent onderzoek van Trouw, Nipo en de Erasmus Universiteit denken. Zij worden vaker gepakt en bestraft voor bepaalde soorten wetsovertredingen en misdaden, maar daarentegen weer minder voor andere. Eén aspect is bovendien weinig besproken. Het is heel wel denkbaar dat toenaderings- en afwijzingsgedrag tussen jongens en meisjes in het uitgaansleven, en toelatings- en uitzettingsgedrag van portiers in uitgaansgelegenheden, regelmatig tot etnische spanningen en frustraties aanleiding geven die vooralsnog slecht gehanteerd worden. Misschien ligt daar nog werk voor sociologen, en voer voor psychologen.