Pauline Genee

Over lijntjes en kleuren

Op de achterflap van Duel met paard, het debuut van Pauline Genee, staat een aanbeveling van Thomas Rosenboom. Het is precies die schrijver aan wie ik steeds moest denken bij het lezen van deze roman, aanvankelijk met licht heimwee.

Medium hans lernt offen 2

In de eerste helft van de roman is het de vraag of de schrijfster aan het warmlopen is, of dat er iets anders aan de hand is. Nogal braafjes ontvouwt zich de plattegrond van haar drama. De hoofdrolspelers stellen zich keurig voor, de couleur locale wordt gedoseerd over de pagina’s gesprenkeld, de zinnen staan er fris afgesopt bij. Net op het moment dat ik begon te denken dat een roman toch wel een stomvervelend ding kan zijn, vol goedbedoelde maar verschrikkelijk gemiddelde passages als:

‘Van zijn treinreis van München naar Berlijn herinnerde Emilio zich vooral het ritmische gepuf van de stoomlocomotief. Pal naast de stoker gezeten, helemaal vooraan in het zwarte, proestende monster, genoot hij van het pompende lawaai van de machine, waardoor hij niet hoefde te praten en bijna, bijna, bijna ook niet kon denken, dus ook niet aan haar, Mary.’

… net op dat moment dus, komt er meer schwung in Genee’s vertelwijze, verdwijnt de Joke van Leeuwen-achtige tuttigheid (‘En als hij niet door een haastige heer omver was gelopen, had hij nu een vreugdesprongetje gemaakt. “O! Mi scusi!” Met zijn bolhoed weer stevig op zijn hoofd bleef Emilio even staan’) en krijgt het verhaal meer kracht, diepte en vooral ook wat onvoorspelbaarheid.

Small genee duel met paard
Wat Genee’s roman redt is de fijnzinnige wijze waarop ze van haar personages tragische figuren maakt

Duel met paard is gebaseerd op de ware geschiedenis van de man die een paard leerde rekenen, begin van de twintigste eeuw in Berlijn. In haar verantwoording achterin geeft de schrijfster precies aan hoe ze om een staketsel van historische gegevens een eigen verhaal spon. Het is de methode-Rosenboom, en het is ook het type verhaal waarmee Rosenboom wat zou kunnen. Was Wilhelm Von Osten een oplichter of een naïeveling, dacht hij echt dat een paard kon rekenen, of had hij willens en wetens een trucje bedacht waardoor het paard wist wanneer het kon ophouden met het schrapen van zijn hoeven? Pauline Genee maakt van Von Osten de prototypische strever, geobsedeerd door eerzucht en erkenning. Tegenover hem plaatst ze het wat warmbloediger type, de Italiaanse schilder Emilio Rendich, die een heel ander soort verlangens in Von Osten blijkt op te roepen. Naarmate die twee meer met elkaar te maken krijgen, wordt Duel met paard beter. Ook de aspiraties van de schilder krijgt de schrijfster goed voor het voetlicht. Zoals ze hem ermee laat worstelen om iets werkelijks op het doek te krijgen, iets mysterieus, zo zal ze zelf ook haar scènes hebben gewikt en gewogen. ‘Levensechtheid is geen kunst’, citeert ze de vroegere leermeester van de schilder, ‘dan kopen we wel een raam om doorheen te kijken.’

De passages waarin ze Rendich laat zoeken naar de essentie van wat hij wil schilderen, laat wachten tot ‘de stille ruimte’ in zijn hoofd ontstaat die hem ontvankelijk maakt voor zijn object, behoren tot de beste van het boek. Wég is de kennelijk gevoelde noodzaak het Berlijn van 1904 op te roepen, met melkwagens, geüniformeerde lieden en donkere dienstmeisjes, en wég zijn daarmee ook zinsneden als: ‘En wel verdraaid.’ Opeens moet er echt iets gebeuren, en staat er een zin als: ‘Wat was ze mooi, de wereld kon nu gewoon kapot.’

Toch ligt over de gehele linie in deze roman de oubolligheid op de loer. Het is de oubolligheid die ingebakken zit in dit type historische roman, de realistische vertelling waarin levensechtheid wordt nagestreefd. Rosenboom heeft daar ook mee te kampen, maar zeker in zijn vroegere romans weet hij de boel op te tillen, allereerst door zijn idiosyncratische schrijfstijl en daarnaast door zijn sardonische humor. Genee is wat dagelijkser, minder geestig, minder wreed, minder melig ook. Wat haar roman dan weer redt is de fijnzinnige wijze waarop ze van haar personages tragische figuren maakt, die zelf niet helemaal door hebben waar ze eigenlijk op uit zijn, en waar hun valkuil schuilt. Maar ook hierin handelt ze wel erg volgens het boekje. Het is wat dat betreft ook nooit goed, zoals ze de schilder dit ook al laat overwegen: ‘In het streven naar perfectie kon men de dingen te ver doorvoeren. Te mooi, te af, het was zelden goed – daar kon hij als schilder helaas over meepraten.’

De ijverige schrijver heeft iets vergelijkbaar tragisch. In haar moeite de lezer te plezieren schiet ze door naar een mooi afgerond verhaal dat bij wijze van spreken ook een halve eeuw geleden geschreven had kunnen zijn. Hoe vindingrijk het einde ook is, zelfs ontroerend zoals ze een link legt tussen de sensitiviteit van het paard en die van het angstige kind dat Von Osten ooit was, ook dat maakt de roman zo kriebelig keurig.


Pauline Genee, Duel met paard en e-book.
Querido, 254 blz., € 19,95

Beeld: Wilhelm Von Osten met Hans, ca 1909. Xocolatl.