Over mensen

Rudolf Geel debuteerde in 1963 met de roman De magere heilige. Sindsdien publiceerde hij ongeveer tien romans, zo'n zeven verhalenbundels en wat essayerend werk. Na zijn debuut werd Geel warm onthaald. Jarenlang was hij een vooraanstaand auteur.

Vervolgens verdween hij langzaam uit de hoogste regionen van de literatuur. Hoe zo'n proces zich voltrekt, weet niemand zeker. Soms raakt een schrijver simpelweg uit de mode. De kwaliteit van zijn werk hoeft daar niets mee te maken te hebben.
De verhalenbundel Trage schaduwen is uit 1991, nog niet zo heel oud dus. In deze bundel toont Geel dat het korte verhaal zijn sterke punt is. De zes vertellingen in Trage schaduwen zijn stuk voor stuk intelligent opgebouwd, en bezitten een onderhuidse spanning. De plot is nooit afhankelijk van echte suspense, maar moet het hebben van ontwikkelingen in het binnenste van de personages. Geel weet in een paar bladzijden overtuigend een personage neer te zetten en de lezer te betrekken bij zijn of haar innerlijke strijd.
Trage schaduwen handelt over mensen in wier leven iets verandert. In ‘De kerseboom’, het openingsverhaal, vertelt Peter, een jongen, over de dood van zijn vader en, daarna, het langzame proces waarin zijn moeder een nieuwe liefde vindt: haar commensaal Paul. Paul speelt vaak piano, en het is door de muziek dat Peter hem gaat waarderen. 'Mijn vader zou hij nooit kunnen vervangen. Maar een huis zonder vader is iets anders dan een huis met een gast die zo uitgesproken van zich doet horen. Want zo gaat het als er muziek in het spel is. Daardoor zou mijn leven een verandering ondergaan.’
In 'Dode bladeren’ noteert de verteller: 'Steeds vaker trouwens voel ik de behoefte mij los te maken van het geijkte. Mijn leven bevindt zich inmiddels te lang in de greep van de herhaling. Soms komt het mij voor dat die herhaling zich in sterk vertraagde beelden aan mij voordoet.’ Ook daar leidt het verhaal naar een ingrijpende verandering. Dat is de rode draad in Trage schaduwen. En Geel laat door de manier waarop hij die door zijn verhalen weeft - subtiel, altijd inzoomend op innerlijke bewegingen in plaats van uiterlijke effecten - zien wat zijn kracht is: het portretteren van échte mensen, met échte mensenlevens. Als Geel aan een herontdekking toe is, is de reden daarvoor in Trage schaduwen zichtbaar: hij schrijft tijdloze literatuur over tijdloze mensen die een ingrijpend innerlijk proces doormaken.