Over nummers

Op één dag gingen de gesprekken drie keer over ‘de wet van Moore.’ Toeval? Die wet gaat over ‘het aantal transistors in een geïntegreerde schakeling’ dat ‘door de technologische vooruitgang elke twee jaar verdubbelt’. Maar in die zin spraken wij niet over die wet. Wij misbruikten hem om te schetsen hoe snel de technologische ontwikkelingen op dit moment gaan.

Alles wordt en gaat aantoonbaar sneller.

Zo ook onze opvattingen.

Democratie is geen wetenschap. Het is een bestuursvorm. Die bestuursvorm moet onder meer beslissingen nemen over onze technologie. Onze democratie kan het bestuur daarover nauwelijks aan.

De censuur bij Facebook, het gebruik van drones, het gebruik van robots, de medische experimenten met geavanceerde apparatuur, de DDoS-aanvallen – het levert een vloed van ethische vraagstukken op die om bestuur vragen. Maar je ziet de afstand tussen het openbaar bestuur en de technologie groeien.

Een aantal jaar geleden dacht ik dat ik een mooie primeur had. Ik had een deskundige geïnterviewd over drones en die vertelde dat er Nederlandse drones in Afghanistan vlogen. Die drones gingen wel eens stuk, en dan moest er iemand uit Israël komen om die drones te repareren, want wij hadden ze in Israël gekocht. Het kwam zelfs wel eens voor dat – onder leiding weliswaar van een Nederlandse generaal – die drones werden bestuurd vanuit Israël, alleen maar om te kijken of die dingen het weer deden.

‘Dus is Israël op dat moment, via Nederland, betrokken bij de oorlog in Afghanistan’, oordeelde ik. Ik meldde het aan de krant, maar niemand zag er nieuws in en iedereen vond het nogal ‘vergezocht’. May be so, maar nieuws is nieuws. Drones zijn me altijd blijven interesseren. Ik hoorde dat sommige Amerikaanse drones in Afghanistan vanuit Denver, Colorado bestuurd werden door mensen die een negen-tot-vijf-baan hadden. Die keken op schermen waar ze bommen konden laten vallen. Deze mensen zagen ook kinderen spelen, en kregen het toen moeilijk met hun baan, en vanaf die tijd werd besloten om het beeld te ‘animeren’ tot groene en rode stippen. De groene moesten de rode uit de lucht schieten. Zo kreeg de Amerikaanse militair in Denver geen last meer van zijn oorlogshandelingen. Het was een computerspel geworden. Goed bedacht, en oorlog is oorlog, maar het leverde wel een aantal ethische problemen op. De wereld bezie je anders als je zegt: ‘We halen de nummers 731 tot 2011 op’, of je zegt: ‘Kom, het is razziatijd, we halen de joden weg uit de Willemsparkweg, Van Baerlestraat en de De Lairessestraat!’

Maar hoe anders is het in feite?

Managers zouden in de zorg van mensen nummers hebben gemaakt en de menselijke maat hebben weggegumd. Maar feit is ook dat die zorg onbetaalbaar wordt en dat je er misschien wel een betere en zeker ook een andere kijk op krijgt als je alles in spreadsheets weet te wurmen. Managers zijn meestal geen onmensen. Ze zijn meestal handig. Ze lossen veelvuldig een probleem op waar idealisme het denken laat stagneren.

Ik vermoed dat zoiets ook voor banken geldt. Ik neem meteen aan dat banken aan de huidige malaise schuldig zijn, en dat er veel onrechtvaardigheid in de bonuscultuur zit, maar het zijn ook de financiële managers die ons moeten redden. En de overheid zal de grenzen van de ethiek waarbinnen dat gebeurt, moeten vaststellen.

Ik weet niet of onze volksvertegenwoordigers daartoe goed geëquipeerd zijn.

De zogenaamde filosofen vallen me tegenwoordig tegen als ik ze hierover hoor. Het antwoord komt zeker niet van hen. Maar van wie dan? Hoe dan ook: in een democratie moet een meerderheid in wetten de normen en waarden vastleggen. Ik twijfel steeds meer of een democratie de juiste beslissingen kan opleggen. De ideologische bevlogenheid van sommige Kamerleden maakt me soms onrustig.