Over ongeloof en touwtrekken

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen wilde vorige week donderdag maar niet geloven dat het kabinet-Balkenende II echt zou gaan vallen. Tijdens het debat waarin d66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan namens de kleinste coalitiegenoot het vertrouwen in dat kabinet opzegde, wrong hij zich in allerlei bochten en haalde er menig staatsrechtsgeleerde bij om een opening te maken naar een rompkabinet waarin de twee overgebleven partners nog een tijdlang zouden kunnen doorregeren. Hoon van oppositiepartijen PVDA, sp en GroenLinks was zijn deel. Ook d66 hoonde mee. Dat informateur Ruub Lubbers (CDA) nu toch door de koningin is gevraagd aan te sturen op een rompkabinet is voor een groot deel uit pragmatische overwegingen. Het is zomer. De kamerleden en hun medewerkers hebben hun vakanties geboekt. Er moeten nog verkiezingsprogramma’s worden geschreven, congressen belegd en kieslijsten met kandidaten samengesteld. Pas dan kan de verkiezingskaravaan van start. Bovendien zit de kiezer in de zomer niet te wachten op folderende politici.

De formele periode die voor een demissionair kabinet staat, een kleine drie maanden, was ook voor de oppositie eigenlijk te kort. Zeker voor de kleinere partijen, zoals de ChristenUnie. Haar voorman André Rouvoet vroeg vorige week dan ook ruiterlijk om een missionair kabinet, met onder meer dit praktische aspect als overweging. Maar dan wél een rompkabinet met slechts een beperkt mandaat en voor een korte periode. Het moet politiek immers zuiver blijven. Het kabinet dat in 2003 op de trappen van paleis Noordeinde stond, is tenslotte niet meer. Net doen alsof er niks aan de hand is, zou niet uit te leggen zijn aan de kiezer.

Daarnaast speelt ook de begroting van 2007 een rol. Die moet nog worden gemaakt. CDA en VVD wilden vooral daarom doorregeren. Zij wilden de kiezer volgend jaar daadwerkelijk laten voelen, in de portemonnee, dat hun beleid van de afgelopen jaren tot het beloofde zoet heeft geleid. Donderdagnacht werd daarom nog gehoopt dat de verkiezingsdatum in januari zou vallen. Dan had de kiezer het mogelijk inderdaad al gevoeld. Toen duidelijk werd dat PVDA-leider Wouter Bos ging inzetten op oktober als verkiezingsmaand, leek dat menig CDA’er een gunstig voorteken. Als wij dan hoog inzetten, komen we vanzelf rond de jaarwisseling uit, was de gedachte.

Maar de koningin heeft anders beslist. Wél missionair, maar al in november verkiezingen. Wél een begroting voor 2007, maar nog geen effecten ervan voelbaar voor de kiezer.

CDA en VVD hebben zich erbij neergelegd. Niet alleen omdat dit de uitkomst is van de consultatie van alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer. Maar ook omdat ze zich realiseren dat ze hun grootste opponent, de PVDA, niet te veel tegen zich in het harnas kunnen jagen. Tenslotte moeten ze er rekening mee houden dat die partij na de verkiezingen de grootste wordt. Dan zijn zij afhankelijk van Wouter Bos.