Menno Hurenkamp

Over zijn graf

Feestjes moet je op het hoogtepunt verlaten. Voor je het weet ben je opgezadeld met iemand die net iets meer dronken is dan jij en die je op een onbegrijpelijke manier een cruciaal deel uit zijn of haar bestaan uit de doeken doet. Wim Kok, geen party animal, realiseerde zich dat terdege. Hij organiseerde de afgelopen jaren zijn eigen feestje, en nu zijn eigen afscheid, en dus ook zijn eigen climax. Die voltrok zich in behaaglijke stilte. In alle rust gaf Kok bij het aankondigen van zijn vertrek de politiek officieel in handen van zijn ambtenaren.

Hij deed dat na de ontdekking dat na jaren van stoer regeren de staatskas uitpuilde, maar dat hij bij God niet wist waar dat geld eigenlijk heen zou moeten.

Democratisch gezien is het gebruikelijk zo'n kwestie door verkiezingen op te lossen. Maar het gedoe waarmee verkiezingen gepaard gaan — partijconflicten, zwevende kiezers, telkens bij Beatrix langs — stuitte de man die het Torentjes-overleg over het millennium tilde alleen al principieel tegen de borst. Kok voorzag ook geen prettig afscheidfeestje als Melkert maanden aan het formeren zou slaan met Dijkstal. Dichttimmeren die hap, dacht de timmermanszoon. Hij vroeg zijn klerken na te gaan wat je als politicus in Nederland de komende jaren te wachten staat — hoeveel zwarte kinderen zitten in 2008 in Utrecht op de lagere school, wat doet de euro in 2010? — en wat je daar zoal aan kunt doen. De ambtenaren vergaderden wat en legden vorige week een serie Verkenningen op tafel. Daarin, zo bezwoeren zij, staan alléén keuzes en opties voor de toekomst, maar geen beslissingen. Kok nam de Verkenningen glimmend in ontvangst.

Gehuld in de wierook van zijn afscheid was het voor de premier een koud kunstje om het stapeltje opstellen ongestraft tot kabinetsbeleid voor ten minste tien jaar over zijn graf te verklaren. Hier kan geen redelijk mens tegen zijn, bromde hij, en bedoelde: doe niet te moeilijk met verkiezingen, ik heb alles uit laten zoeken. Ook als ik weg ben, wil ik geen herrie in de keet.

Koks rechterhand, topambtenaar Wim Kuijken, was enorm in zijn sas met het resultaat. Hij wilde wel verklappen dat «welke coalitie er ook komt, met deze visie je keuzes kunt maken». Waarmee hij zijn werk met goedkeuring van de premier opgewekt de status van algemeen Nederlands verkiezingsprogramma gaf.

Je verwacht tevergeefs kippendriftige reacties. Geen Rosenmöller of De Hoop Scheffer met de vingers om de interruptiemicrofoon geklemd: «Voorzitter, een stel ambtenaren vertelt ons wat we mogen doen en laten, dat kan toch niet de bedoeling zijn van de democratie?» Geen Eberhard van der Laan, de schrijver van het PvdA-verkiezingsprogramma, met zijn krullen verbaasd wapperend bij Kok op de stoep: «Wim, wat maak je me nou? Ik sloof me uit om op te schrijven waar het volgens de sociaal-democratie heen moet met het land, laat jij die lui komen met Verkenningen waar alle keuzes op gebaseerd moeten worden!» Want om nou tegen het feestvarken te gillen…