Over Zwarte Piet en het vermeende racisme

Reactie op ‘Kijk maar naar zijn dommige gedrag’ uit De Groene Amsterdammer van 28 november.

Toen ik een jong meisje was, was Zwarte Piet geen man met een donkere huid, maar een schoorsteenveger. Hij was zwart van zijn werk: het schoorsteenvegen. In ons dorp woonde ook een kolenboer. Als hij of zijn knechten (dat woord had toen geen negatieve betekenis, driekwart van de Nederlandse bevolking was knecht) kolen bezorgden bij ons thuis waren ze bijna net zo zwart als Zwarte Piet.

En als zodanig plaagden zij ons, kinderen, dan ook. Ze maakten ons een beetje bang, dreigden ons mee te nemen in de kolenzak en maakten kolderieke capriolen. Net als Zwarte Piet. Alleen had Zwarte Piet ook nog een bosje wilgentenen bij zich, om je, zachtjes, mee te slaan. En hij had een zak bij zich, om je eventueel in te stoppen en mee te nemen als je stout was geweest. Dat bosje wilgentenen (waarover later meer) had hij bij zich om de schoorstenen mee te vegen. Groot was mijn verbazing toen ik later merkte dat de meeste mensen, in de stad, hem zagen als een man met een zwarte huid, én als dienaar van een of andere bisschop. Wist ik niets van.

En ieder jaar komt weer die zwarte huid en die discriminatie voorbij.

En als zelfs het Meertens Instituut niet met betere informatie komt, moet ik zelf nu maar eens in de pen klimmen.

Zoals zoveel ‘heidense’ feesten heeft de katholieke kerk ook het Sint-Nicolaasfeest, 'salonfähig’ gemaakt. Vandaar een bisschop met zijn Moorse dienaar.

Maar welke 'heidense’ wortels liggen hier dan onder?

In vele volksverhalen op vele plaatsen in Europa, komt het idee van 'de Wilde Jacht’ naar voren (ook in de oude Noorse, Germaanse en Keltische religies).

Het is dit motief dat naar voren treedt:

'Wilde Jachten’ waren zielenlegers van Wodan, Holda, Berchta (verschillend van streek tot streek). Die zoefden door de luchten rond de periode van Kerstmis en Driekoningen. Zij verzamelden zielen van vroegtijdig of gewelddadig gestorvenen. Het christendom voegde daar later ook de zelfmoordenaars aan toe én de ongedoopte kinderen. Dit gedemoniseerde beeld zien we bijvoorbeeld terug in de veertiende-eeuwse Roman de Fauvel. Hellequin treedt op als koning van de hel. In Engeland is Hellequin bekend als King Harila, in Duitsland als Erlkönig. Bij ons leeft de naam voort als Harlekijn. In de Roman de Fauvel is Hellequin vergezeld door een kleine, lelijke, in het zwart geklede oude vrouw (dit is de gedemoniseerde 'Holda’). Zij duwt een koets voor zich uit, om er zielen in te verzamelen. Aan dit thema knoopte men ook nog het moraliserende detail als zou Vrouw Holle, of Frau Berchta, tijdens de donkerste periode van het jaar, ook ongehoorzame kinderen meenemen. Of, in sommige andere versies, als er niet genoeg gespind was. Welnu, 'onze’ Zwarte Piet herinnert nog aan dit gevaar.

Maar waarom is Zwarte Piet nu zwart? Waarom is de begeleider van Hellequin een in het zwárt geklede vrouw?

Dit nu, dit heeft niets met huidskleur van de betreffende te maken, maar met de betekenis van de kleur zwart. Die verwijst naar vruchtbaarheid én dodencultus. De Keltische, Germaanse en Noorse religies waren natuurreligies. Alle feestdagen hadden betrekking op wat er in de natuur gebeurde. En men geloofde in wedergeboorte, zoals in de winter alles zich terugtrekt in de donkere (zwarte) aarde, (dood) en alles weer wedergeboren wordt in de lente, zo ging het ook met mensenzielen. De kerk heeft die 'heidense’ feesten overgenomen en 'verchristelijkt’, zoals Pasen, Kerstmis, Allerzielen et cetera.

In het oude, voorchristelijke én het gekerstende Europa waren er rond december en januari overal feesten met betrekking tot kinderen, de datum verschilde van streek tot streek. Niet zo gek, het werd nat, donker en koud. Er zullen heel wat kindjes zijn gestorven in die winters. In december en januari is er echter nog wel eten. De oogst was binnen, er was geslacht. Er kon dus wel wat vanaf voor de kinderen, om ze eens extra te verwennen. En om elkaar te vermaken in deze donkere dagen. Maar ook om de kinderen te beschermen tegen de 'verzamelaar van zielen’.

Er is nóg een overeenkomst met Zwarte Piet uit mijn kindertijd. De wilgentakjes van de schoorsteenveger waarmee hij de schoorsteen veegde en de kinderen soms sloeg, lijkt erg op de berkentakjes waarin men een beschermend levenssymbool zag en waarmee men, in sommige streken, kinderen (zachtjes?) sloeg, zo rond 'onnozele kinderdag’, weer een voorbeeld van een gekerstend, oorspronkelijk 'heidens’ feest.

Holda, Berchta et cetera is geleidelijk veranderd in een nar met een zwart masker. Dit idee van de zwarte nar, de zot, komt ook in de oude Europese tradities terug. Hij kon verschijnen als Moor, als Arabier, zigeuner, smid, schoorsteenveger, of simpelweg met een zwart masker. De figuur van 'Harlekijn’ was oorspronkelijk een zwarte, schrikbarende verschijning met een veelkleurig lappengewaad. De 'zwarte’ huidskleur, de rol van de 'zwarten’ (zwart masker, zwart geschilderd gezicht, et cetera) heeft van oorsprong dus niets met huidskleur te maken, maar, nogmaals, met de betekenis van de kleur zwart: vruchtbaarheid en dodencultus. De rol van Zwarte Piet is afgeleid van de rol van Harlekijn.

Uiteindelijk is er uit deze gebruiken een kinderfeest ontstaan, dat rond 1750 opduikt in de kranten, met een Turkse bisschop die uit Spanje komt (?), met een moorse knecht die op een nar lijkt maar een knecht is. Deze knecht heeft een zwart masker op, in de eerste versies, dus geen zwarte huid, maar een zwart masker. Met een zak cadeautjes en lekkers voor de kinderen en straf (de roe, de zak in) voor de stoute kinderen.

Het is wel zo dat na ongeveer 1960 wij hier meer en meer in contact kwamen met mensen die donkerder waren. De opperlaag en net daaronder deden dat al veel langer, via slavernij et cetera in bijvoorbeeld Suriname. Voor de 'gewone’ Nederlandse bevolking echter was dit niet zo. Tot 1950 was Nederland voornamelijk een boerensamenleving met nog veel geïsoleerde gemeenschappen. Geleidelijk is Zwarte Piet steeds meer gaan lijken op een neger. En als je nu kijkt naar films uit Amerika van rond 1940/1950, met de inderdaad vernederende karikaturen, dan schaam je je. Zoiets moet je niet willen.

Echter, Zwarte Piet stond daar in beginsel los van, had daar niets mee te maken.

Ik zou het jammer vinden als dit feest, waarin men elkaar liefdevol plaagt met in het afgelopen jaar gebeurde dingen, zou worden afgeschaft op grond van een fout én negatief geïnterpreteerd idee over 'zwart zijn’. En Zwarte Piet vertoont dus bijvoorbeeld 'dommig gedrag’, niet omdat hij zwart is, maar omdat het oorspronkelijk een nar is. Een nar met een zwart masker, dat dan weer wel. Maar dat verwijst niet naar zijn huid, maar naar zijn functie.

Misschien kunnen we er weer een schoorsteenveger van maken?

Proberen?