Overacting uit berlijn

Laat één ding op voorhand duidelijk zijn: Shopping & Fucking is een zwakzinnig stuk voor een publiek dat voor zwakzinnig wordt gehouden. Robbie is speedy, en hopeloos verliefd op Mark die afkickend van de dope in een identiteitscrisis is beland. Het tweetal wordt bij elkaar gehouden door Lulu, maar meteen aan het begin van het stuk loopt die ménage à trois mis. Mark gaat op stap. Hij zoekt niet zozeer relaties als wel ‘transacties’, verbindingen met mensen die geen enkele emotionele betekenis hebben. Op zijn pad ontmoet hij Gary, een jongen van veertien die door zijn stiefvader is misbruikt en nu besmet is (met wát wordt niet gemeld, vermoedelijk aids).

Gary zoekt een sterke vaderfiguur die hem uit zijn lijden helpt. Lulu is ondertussen in de xtc-handel beland, een handel die door Robbie wordt verknald omdat hij de pillen als een heilssoldaat gaat uitdelen aan iedereen die hem aardig zegt te vinden. Verlies: zo'n negenduizend gulden.
De twee gaan dat geld bij elkaar verdienen via telefoonseks. Als ze ‘binnen zijn gelopen’ krijgen ze het geld weer terug van de xtc-groothandelaar Brian: ze hebben in zijn ogen hun lesje geleerd, ze weten nu dat de wereld draait om geld. In een van de slotscènes helpt Mark Gary uit zijn lijden door hem een mes in de kont te steken.
De enscenering van De Trust (regie: Theu Boermans) heb ik op de valreep nog even meegepikt. Klaarblijkelijk hebben ze daar begrepen dat Shopping & Fucking geen toneelstuk is maar een stripverhaal. Het resultaat van deze regie is een soort reddendzwemmentoneel: de acteurs krijgen iets aan, ze worden in het diepe geflikkerd en proberen zich vervolgens te redden. Jacob Derwig speelde Robbie als een kruising tussen een soapster en een relnicht. Er waren wat cd’s met house en techno uit de kast gerold, en alles eindigde met Elton John. Die Ravenhill is nog een lafbek ook, want uiteindelijk mocht binnen het spelletje truth or dare in een van de slotscènes niet Lady Di worden verkracht maar moest Lady Fergy worden geneukt. In de enscenering van De Trust gaan de koningskinderen er allebei aan. En mijn god, wat was dat lachen! Maar niet heus.
Nee, dan de Berlijnse enscenering van Shopping & Fucking, door Ivo van Hove naar het Holland Festival uitgenodigd. Die voorstelling komt uit de Baracke van het Deutsche Theater, een plek die tot voor kort gold als de 'strafkolonie’ voor jonge Berlijnse theatermakers. Het onlangs ontloken regietalent Thomas Ostermeier heeft van die Baracke - een loods, het speelvlak is er nauwelijks groter dan een klein vlakkevloertheater in Nederland - een pelgrimsoord gemaakt voor iedereen die niet meer gelooft in het reguliere Berlijnse theater, en dat zijn er nogal wat. In het land der blinden is eenoog koning. Ostermeiers enscenering van Ravenhills stuk toont vijf waarschijnlijk zeer getalenteerde acteurs die stuk voor stuk spelen met een intensiteit dat voor een grote zaal bestemd lijkt, maar dan op een plek die daarvoor tien maatjes te klein is. Bernd Stempl heeft voor de xtc-groothandelaar Brian een stijf been verzonnen (bij De Trust deed aap Spijkers hem met een lamme hand), hij heeft een fout maatkostuum aan en een te grote bril op. Ook in het acteren schildert hij rode tulpen driftig rood. Matthias Hörnke speelt Robbie als een dikke knuffelbeer die altijd op het verkeerd moment binnenkomt en de foute dingen zegt. De scène waarin hij het verhaal vertelt over het verkwanselen van driehonderd xtc-pillen à raison van negenduizend mark, leidt hij in via een als weergaloos bedoelde act met een brancard, die hopeloos misloopt door overacting. Het is allemaal ongetwijfeld reuze leuk bedoeld, en die Ostermeier heeft als regisseur ook vast een hoop in huis (waarom zouden ze hem anders per 2000 directeur maken van de prestigieuze Schaubühne?) maar aan mij was de vertoning niet besteed. Kleutertoneel uit het eind van de jaren vijftig, daar bleef het zo'n beetje in steken.