Opheffer

Overal verwatering

Hoe kun je merken dat het misgaat met kranten en tijdschriften? Het beste signaal is als er zogenaamde nieuwe woorden worden geïntroduceerd. Bijvoorbeeld «infotainment». Zegt een hoofdredacteur: «We moeten meer infotainment brengen», dan weet je zeker dat de oplage van het product daalt.

Verkeerd jatten, daaraan merk je het ook. Iedere krant, ieder opinieweekblad jat onder werpen, rubrieken, nieuws. Daar is niets op tegen, mits je maar goed jat. Maar als je jat zonder succes, dan is het stelen — en dat mag niet, dat is niet ethisch.

Als een krant geen trend set maar een trend volgt, is het ook mis. Wie nu gaat schrijven over de wonderen van het internet, of over de multiculturele problemen in de stad, of over Finkel stein die toch gelijk heeft, slaat de plank behoorlijk mis.

Maar het meest merk je dat een krant faalt en daalt als hij de doelgroep gaat behagen. Een krant heeft namelijk geen doelgroep. Het begrip doelgroep is uitgevonden door adverteerders en reclamemakers. Die hebben een product te verkopen. Maar een redactie van een krant heeft alleen maar nieuws te verkopen. Dat kunnen ze doen aan bepaalde lezers, maar het liefst doen ze dit aan iedereen. Dat er in het Vondelpark een karper is gesignaleerd, is alleen interessant voor de doelgroep hengelaars. Maar Cohen burgemeester van Amsterdam is van belang voor iedereen. De krant heeft wel een doelgroep, maar dat zijn nooit degenen aan wie een reclamebureau denkt. De doelgroep van een krant is de redactie en omgekeerd: de redac tie moet de doelgroep van de krant zijn. De redactie moet een krant maken voor zichzelf; iedere redacteur moet zijn stuk van belang vinden, en de krant (lees hoofdredactie) moet verslaggevers vinden die uitdragen wat hij wil.

Door de voortdurende strijd om lijfsbehoud is dit allemaal verwaterd. Zo las ik in De Groene van vorige week een heel eigenaardig stuk over Jort Kelder. Hem werd, geloof ik (want veel argumenten kende het stuk niet) vooral kwalijk genomen dat hij bepaalde kleren droeg die hem typeerden als een fascistische patser — laat ik nou Martin van Amerongen, de hoofdredacteur van De Groene, in precies dezelfde kleren hebben zien lopen als Jort Kelder! Verwatering. Ik begrijp het wel. Een verslaggever dacht: ik schrijf voor de linkse Groene, dan ga ik die rechtse Jort Kelder eens even fijn doormidden zagen. Goed voor de doelgroep! Fout. Het deed me denken aan vroeger. Toen had je Derksen in De Telegraaf die iedere dag vertelde wat de Telegraaf-lezer al dacht: dat Joop den Uyl een kale knikker had die hol klonk als je ertegen klopte, dat Pronk een wolf in schaapskleren was, althans z'n kleren stonken heel erg naar schaap, et cetera. Dat Kelder niet deugt, weet hij zelf helaas maar al te goed, maar hoe graag had ik niet gelezen wat er nu precies aan hem niet deugde. Dat moet dan gebeuren met argumenten die niet meteen ook Van Amerongen bestempelen als iemand die niet deugt.

Verwatering is natuurlijk ook wat je ziet bij Vrij Nederland: dat een jongen met politieke belangen de feiten dusdanig in een bepaalde samenhang liegt dat zijn politieke vriendjes daar voordeel van hebben. Dat deden Brabantse en Limburgse CDA'ers ooit, zo leek het, om door VN aan de kaak te worden gesteld.

Maar wat is wijsheid? Gek genoeg is dat voor een krant in wezen heel eenvoudig. Wijsheid is eigen wijsheid — met excuses voor de bedoelde woordspeling. Zoals ik vorige week al zei: een krant moet zijn noodzaak volgen, met dien verstande dat noodzaak nooit «lijfsbehoud» mag zijn.