Overgang

Van een tijdelijke ‘crisis’ kunnen we eigenlijk niet meer spreken. Piet Hein Donner herinnert eraan dat het economish niet meer zoals vroeger zal worden. Maar door onduidelijkheid uit Den Haag spaart men nu toch meer dan nodig is.

Nederland is niet in crisis, Nederland is in de overgang. Dat is geen woordspeling. Crisis of overgang, dat maakt een groot verschil. Vice-president van de Raad van State, Piet Hein Donner, zegt het niet letterlijk zo in het vorige week verschenen jaarverslag van de raad over 2012, maar het is wel in het kort de basis voor een van zijn boodschappen aan politiek en samenleving. Een boodschap die volgens hem onvoldoende wordt ‘herkend en erkend’. Dat zijn woorden die Donner wel zelf gebruikt in het verslag over zijn eerste jaar bij de raad nadat hij begin vorig jaar Herman Tjeenk Willink daar opvolgde.

Het woord crisis impliceert volgens Donner te veel dat het wegvallen van economische groei van tijdelijke aard zou zijn. Wie zich herinnert dat het komende zomer zes jaar geleden is dat met het omvallen van banken in de Verenigde Staten ook hier de problemen begonnen, realiseert zich dat je inderdaad niet meer over een tijdelijke dip kunt spreken.

Maar dat is niet de enige reden dat we volgens Donner niet meer het woord crisis zouden moeten gebruiken. Hij meent dat dit woord er ook voor zorgt dat mensen denken dat als die crisis maar voorbij is alles weer zoals vroeger zal ­worden. Daarom dus maar dat ik schrijf: Nederland is in de overgang. Iedereen weet dat je daarna niet meer de oude bent. Wel ouder overigens.

De ontwikkelingen die de vice-president aandraagt om zijn betoog te onderstrepen dat hier geen sprake is van iets tijdelijks zijn op zich niet nieuw. Maar om zijn boodschap over te brengen, vindt hij het noodzakelijk ze nog eens op een rijtje te zetten: ingrijpende wijzigingen in de rol van Europa in de wereld, instabiliteit in regio’s die aan Europa grenzen, grote veranderingen in de fundamenten waarop wij hier onze welvaart hebben gebouwd, schaarste aan grondstoffen, water en voedsel, schaarste aan energie en schaarste aan – zoals Donner dat omschrijft – ‘dragend vermogen voor natuur en klimaat’.

Wat is dan uiteindelijk de boodschap waarvan Donner vindt dat die nog steeds onvoldoende tot de Nederlander doordringt? Dat de economische groei niet meer zal zijn zoals die geweest is, dat de bomen niet meer tot in de hemel zullen groeien, dat we ons niet met toekomstige groei rijk moeten rekenen. Een van de gevolgen daar weer van, en daar wil Donner uiteindelijk naartoe, is dat ‘verwachtingen en aanspraak van burgers op zorg, voorzieningen en diensten neerwaarts zullen moeten worden bijgesteld’. Je kunt ook zeggen: we zullen in de toekomst meer uit de eigen portemonnee moeten gaan betalen voor wat nu nog met publiek geld wordt betaald.

Een van die aanspraken waar burgers nu op rekenen is dat ze, betaald uit de awbz, huishoudelijke hulp van de thuiszorg krijgen als ze ziek, oud of gebrekkig zijn. Afgelopen zaterdag demonstreerde de thuiszorg, met name de medewerkers die huishoudelijke taken verrichten, in Den Haag tegen de plannen van het kabinet-Rutte II, dat miljarden wil bezuinigen op de awbz waardoor velen hun baan dreigen te verliezen. Bovendien wil het kabinet de nullijn voor alle werkenden in de zorg invoeren waardoor er voor hen die hun baan behouden geen loonsverhoging zal zijn. De kortste en krachtigste boodschap die de demonstranten scandeerden, vooral toen ze langs het Torentje van de minister-president kwamen, was: Oprutte!

Er zal echter linksom of rechtsom, oftewel: bij welk kabinet dan ook, bezuinigd worden op de thuiszorg. Dat wil zeggen op de uit publieke middelen betaalde thuiszorg. Maar dat wil niet zeggen dat wie ziek, oud of gebrekkig is geen hulp kan krijgen. Wie niet meer zijn eigen ramen kan lappen of zelf zijn bed kan verschonen, heeft daarbij hulp nodig.

De fundamentele discussie gaat over de vraag waarom iemand dat niet zelf zou kunnen betalen. Niet iedereen zal daar voldoende geld voor hebben, maar velen ook wel. Niet elke zieke of oudere is arm. Waarom jarenlang wel zelf de hulp betaald voordat je (heel) oud bent en dan ineens niet meer? Waarom zouden we het vermogen dat we in onze eigen huizen hebben zitten niet aan hulp op onze oude dag besteden? Dan moet er wel, zoals columnist Paul Tang onlangs in De Groene Amsterdammer schreef, een manier gevonden worden waarop we aan dat in steen belegde vermogen kunnen komen zonder ook per se uit dat huis weg te moeten.

De demonstratie van afgelopen zaterdag was tomatenrood gekleurd, compleet met de bij de SP horende rode tomatensponjes. Toch ontkwam ook de SP in haar laatste verkiezingsprogramma niet aan bezuinigingen op de awbz. Net als dit kabinet wil ook zij daarvan een voorziening maken en niet langer een recht. Dat is – wederom – geen woordspelletje, maar een fundamentele wijziging. Verder stelde de partij een vermogenstoets voor. Wie zelf geld of anderszins vermogen heeft, betaalt de huishoudelijke hulp ook bij de SP dus geheel of gedeeltelijk uit de eigen portemonnee. Stond dat rode tomatensponsje afgelopen zaterdag nu symbool voor dat wij zelf thuis aan de slag moeten of voor protest tegen de kabinetsplannen?

Donner benadrukt in zijn jaarverslag hoe belangrijk het is dat de burger duidelijkheid krijgt. Inderdaad, en dan graag niet alleen van het kabinet. Want door de maar aanhoudende onduidelijkheid sparen Nederlanders meer dan nodig is. Dat is slecht voor de economie.

Meer duidelijkheid kan de economie dus weer doen groeien. Maar ook dan blijft de boodschap van Donner dat die groei niet hetzelfde zal zijn als we voor 2008 gewend waren. ‘Daarom is het van groot belang dat de verminderde groei in zowel de particuliere als de publieke sector herkend en erkend wordt’, schrijft Donner. Vandaar: Nederland is niet in crisis, Nederland is in de overgang.