Groen

Overgave

Mail van De Groene: of ik al wist dat het thema van het dubbeldikke zomernummer seks was? En of ik daar ‘iets aan kon doen’ in mijn column? Welja, dacht ik, daar ben ik mooi klaar mee. Seks? Het gaat hier verdorie over dieren of bomen! Er schoot me wel iets te binnen, maar dat is een gebeurtenis waarover ik in uiterst omzichtige termen moet schrijven. Voor je het weet, begrijpen de mensen je verkeerd.
Vooruit met de geit. Het is hier al vaker over Kevin (het stokoude paard dat een koliek heeft overleefd), Rakker (het druistige, jaloerse Shetlandertje) en over Zen gegaan. Zen is het torengrote raspaard dat afgedankt was wegens een scheef hoofd. Onlangs was ik weer op de plek waar die drie paarden wonen. Na het avondeten ging ik bij ze langs, ze stonden in de schuur. Kevin en Rakker in één box, Zen alleen in de box ernaast. Kevin stond tijdens het vermalen van het hooi telkens even te slapen, Rakker vrat veel sneller (dat heb je met jaloerse dieren) en liet om de paar minuten een keiharde scheet.
Tussen Zen en mij was er vijftien minuten lang een staat van volledige overgave. Hij was niet langer een paard, ik was niet langer een mens. Of misschien was hij wel even een mens en ik een paard. Hij legde zijn hoofd op mijn schouder en ademde opzettelijk in mijn oor, ik ademde in zijn neusgaten; hij graasde aan mijn haar en oren; als ik weg wilde lopen, slingerde hij zijn enorme nek om mijn bovenlijf om me tegen te houden; diezelfde nek plus hoofd – al snel anderhalve meter paard – liet hij over me heen hangen en hij vrat aan mijn broek ter hoogte van mijn knie, het was of er een levende boomstam over me heen hing; minutenlang stonden we onbeweeglijk, de wangen tegen elkaar, zijn reebruine oog wijs in het niets starend. Eigenlijk geloof ik dat er helemaal geen sprake meer was van ‘paard’ of ‘mens’, maar van iets hogers, iets dat bijvoorbeeld zoiets banaals als ‘seks’ op een oneindige manier overklaste.