Overheersende zomergastheer

De veelbesproken Zomergasten- avonden van de VPRO haalden vorige week de Forum-pagina van de Volkskrant. Ene Bertil Huzen, letterkundige, beweerde niet te begrijpen wat de makers van het programma ermee beoogden. Nou was het ook niet te begrijpen wat Bertil Huzen precies met zijn discussiestuk beoogde, maar duidelijk werd wel dat hij ontevreden was over de Zomergasten die tot nu toe bij Freek de Jonge zijn aangeschoven.

Ze zouden niet genoeg getuigen van liefde voor televisie. Ze zouden zich intellectueler voordoen dan ze eigenlijk zijn en zich schamen voor hun ongetwijfeld banale kijkgedrag. ‘Geen van de gasten bekent naar soaps, videoclips of andere pulp te kijken, of kijkt naar tv-programma’s omdat ze zo lachwekkend slecht zijn’, beweerde Huzen.
Daarmee doelde hij dus ook op Anton Corbijn, de Zomergast van 4 augustus, in wiens leven de televisie, aldus Huzen, nauwelijks een rol zou spelen. En daarom was Corbijn een ongeschikte Zomergast.
Voor wie het niet weet: Anton Corbijn is fotograaf. Hij is beroemd om zijn foto’s van popmusici en is een van de voorlopers in de beeldcultuur van MTV met zijn videoclips bij nummers van Echo & The Bunnymen, Depeche Mode, David Sylvian, Nirvana, Bryan Adams en nog veel meer grootheden. Als een van de weinige videoclipmakers heeft hij een persoonlijk handschrift ontwikkeld dat de meest uiteenlo pende clips herkenbaar maakt als een echte Corbijn. Weidse, surrealistische landschappen, waarin kleine anonieme figuurtjes voorbij trekken. Een beperkt aantal vormthema’s die visueel heel precies zijn uitgewerkt in een bizar, vaak symbolisch verhaaltje. Eieren, vissen, cowboys en monniken in een zinderende woestijn. Corbijn, kortom, weet alles van beelden. En dat is waar Zomergasten over gaat. Bekende persoonlijkheden vertellen iets over zichzelf aan de hand van een zorgvuldige keuze van beelden.
Naar aanleiding van tv-programma’s uit zijn jeugd probeerde Corbijn iets te vertellen over de beelden in zijn werk en in zijn hoofd. In Okkie Trooi, een kinderprogramma over een uitvinder, herkende Corbijn het vreemde verrekijkerapparaat dat de uitvinder te voorschijn haalde. 'Voor een video van Bryan Adams heb ik net zo'n ding gemaakt’, zei hij, 'en dat zie ik nu pas. Dat zit in het onderbewuste opgeslagen.’ De Jonge onderbrak hem. 'Ontroert het je, als je dit ziet?’ De beginbeelden van Rawhide, met de heldere wolkenlucht boven een smalle, donkere streep horizon, smeekten om een vergelijking met de clips van Corbijn. Maar De Jonge had het niet nodig gevonden om zich ter voorbereiding van het interview in het werk van Corbijn te verdiepen. Sterker nog: De Jonge is volstrekt niet geinteresseerd in videoclips.
Een terugkerend thema in deze zomeravondpreek van De Jonge was de verderfelijke invloed van de popmuziek. De vraag hoe hij als kunstenaar integer werk kon blijven maken, waar Corbijn zichtbaar mee worstelt, was voor De Jonge aanleiding om Corbijn tot voorbeeld te maken van een verdwaalde ziel in het land der oppervlakkigheid. Over het Nederlandse landschap dat hij in z'n jeugd in zijn hoofd heeft gegrift, en dat nu de vlakverdeling van zijn foto’s en clips bepaalt, vertelde Corbijn gelukkig zelf. 'Dat heeft meer te maken met de Hollandse schilders uit de Gouden Eeuw dan met fotograferen’, etaleerde De Jonge zijn kunsthistorische kennis en opnieuw zijn dedain voor de hedendaagse beeldcultuur. Pas in het laatste half uurtje - waarin volgens letterkundige Bertil Huzen eindelijk 'de mens Corbijn’ in beeld kwam, werden er wat foto’s van Corbijn doorgedraaid, waar De Jonge weer zijn eigen verhaal doorheen tetterde over opkijken naar idolen en teleurgesteld worden. 'Zien we tegenwoordig nog iemand die visueel zo goed is?’ vroeg De Jonge naar aanleiding van het filmpje van een oude komiek. 'Is het woord niet overheersend geworden?’ Het woord was overheersend, Freek, zeker op die avond met Corbijn. Dat kwam doordat je je mond niet hield en omdat je geen rust hebt om te kijken en te luisteren.