Overlap

Bij de grote kapperszaak waar ik al vijftien jaar kom had ik ditmaal vooraf een hoofd moeten selecteren. Kapster die of die, op dat en dat tijdstip. Zo kon de clientèle keurig over de dag verdeeld worden, begreep ik uit de toelichting. ‘Om overlap in klantcontact te voorkomen.’ (Overlap in klantcontact, er zijn tegenwoordig zoveel merkwaardige zinnetjes dat ze op de grote hoop belanden, een coronaberg van vreemd idioom waar haast niet tegenop te denken valt.) Er waren vijftien hoofden om uit te kiezen en ik had de eigenaresse geselecteerd. Een knappe vrouw van tegen de zestig, die zelf nog twee dagen per week knipt en de rest van de tijd leiding geeft. Een type dat je uit zou kiezen om aan te klampen, wanneer je verdwaald bent in een vreemde stad. Iemand die dan de weg weet, goed advies heeft, het beste restaurant aanwijst, ziet of je relatie deugt.

Maar als ik in de stoel lig en zij mijn haar wast, waarbij haar vingertoppen cirkels in mijn hoofdhuid masseren, begrijp ik dat er iets aan haar veranderd is. Ze is de laatste maanden ‘een beetje wiebelig’, zoals ze zelf zegt. Vanwege de verantwoordelijkheid. Niet alleen voor de zaak en de mensen die er werken, maar zelfs in het algemeen, zegt ze. ‘Als er iets ergs gebeurt, ga ik toch denken dat ik wat verkeerd heb gedaan.’ Ze zet de kraan uit. Ik krijg een grote zwarte cape om die op een toga lijkt. Mijn haar drupt na, waardoor ik er nu uitzie als een natgeregende rechter. Jammer eigenlijk dat ik geen rechter ben. Gaandeweg een proces zou ik verdwijnen tussen de standpunten, visies en opvattingen, om nooit terug te keren. ‘Schuld en boete’, zegt de kapper, ‘dat zit heel diep.’

Een blond meisje steekt haar hoofd om de hoek van de spiegel. ‘Ja, sorry’, fluistert ze tegen de eigenaresse, ‘maar even één vraagje.’ Ze maakt een subtiele hoofdbeweging in de richting van een andere stoel, waar een jonge vrouw in een tijdschrift bladert. ‘Ik weet niet precies wat ik qua permanent moet doen met Chinees haar.’ Ze kijkt er uiterst getergd bij, valt mij op, alsof het vooruitzicht überhaupt iets te moeten doen met andermans haar eigenlijk haaks staat op wat ze van het kappersleven gehoopt had. ‘Nou, je moet helemaal niks bijzonders doen met “Chinees haar”’, zegt de eigenaresse. ‘Doe maar hetzelfde als altijd.’ Het meisje zegt ‘o gelukkig’ en verdwijnt weer. De kapper begint mijn haar te kammen en eigenlijk is er niets bijzonders voorgevallen, denk ik, totdat een oudere dame met krulspelden, schuin achter ons, even goedkeurend knikt. Het is zo’n knikje van ‘heel goed dat je dit even duidelijk maakt’, waardoor het ineens lijkt alsof er iets anders is voorgevallen dan er voorgevallen is – en dat is misschien ook zo, al kan alles, van vraag tot knikje, ook gewoon een kwestie van interpretatie zijn. De eerste plukken haar vallen naar beneden en ik denk aan een gedicht van Jeroen van Kan, dat eigenlijk een dialoog is tussen een sprekend individu en een zwijgende tijdgeest. Even vermoeiend als verlichtend. Verdeeld in wat het is en wat het niet is. ‘Waar hadden we het over?’ zegt de kapper. ‘O ja. Schuld.’

Wat is en wat lijkt

dat het nooit is wat het lijkt maar soms wel
is wat het soms zo moeilijk maakt soms zelfs
te moeilijk om vast te stellen wat is wat het

lijkt te zijn en is wat het is zonder verder iets
anders ook te willen zijn iets verbergt dat iets
anders wil dan zijn wat het is

zoveel wil namelijk niet zijn wat het is en doet
dus iets wat voor ons niet eenduidig is
verdeeld in wat het is en wat het niet is

maar soms is het wel duidelijk en zie je het als
iets wat niet alleen lijkt wat het is maar het ook
is en dat zijn momenten van kort geluk vind ik

Jeroen van Kan
Uit: De wereld onleesbaar
Uitgeverij Querido, 2017