Overleven is het doel

Veel boeken voor jongeren worden bevolkt door beschaafde blanke volwassenen die het beste willen voor de jonge hoofdpersonen, maar eigenlijk vooral bezig zijn met hun eigen zoektocht naar geluk. Spannend zijn die verhalen maar zelden. Vaak komen ze voort uit weinig bijzondere (jeugd)herinneringen, resulterend in leuterliteratuur. Tenzij de schrijver erin slaagt een bovengemiddeld eigenzinnig personage te creëren. Zo'n personage als de zestienjarige Charlotte uit Voor altijd bestaat niet.
Droogkomisch klinkt haar stem. En bitterzoet is haar fragmentarische verhaal over wat de liefde vermag en hoe zij zich staande probeert te houden na de scheiding van haar ploetermoeder en vader die is weggelopen met zijn langbenige secretaresse. Er staat geen zin te veel in deze geprezen novelle van Gabi Kreslehner. De Duitse schrijfster laat de beelden spreken en balanceert subtiel op de grens van proza en poëzie. Maar, de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat je niet veel meer bijblijft dan Charlotte en Kreslehners fraaie stijl. Het verhaal zet zich niet vast in het emotionele geheugen.
Wel een onuitwisbare indruk maakt Ik ben de sterkste, het daverende debuut van de Italiaan Christian Frascella. Zijn hoofdpersoon is ongeveer even oud als Charlotte. Ook hij is bovengemiddeld eigenzinnig (aangenaam tegendraads, theatraal en vol zelfmedelijden bovendien). En ook hij worstelt met gescheiden ouders.
Maar, in tegenstelling tot Kreslehners verhaal wordt Frascella’s boek exclusief bevolkt door schorriemorrie, Italiaans schorriemorrie. Dat oorspronkelijke gegeven, samen met de cynische verteltoon, humor en tragiek die elkaar evenwichtig afwisselen, rake observaties en voortreffelijke typering van alle personages, maakt van Ik ben de sterkste een meeslepend en onvergetelijk verhaal over schijn en wezen.
De vader van Frascella’s protagonist - zijn naam wordt consequent en heel juist niet genoemd omdat het verhaal vanuit zijn zeventienjarige perspectief wordt verteld - is metselaar, heeft een miezerige uitkering en ligt het liefst in zijn hangmat met een verpakking van acht blikjes bier binnen handbereik waarvoor hij gemiddeld zo'n twee uur de tijd neemt. Zijn moeder is er vandoor met een veel jongere pompbediende. Zijn zus leidt sindsdien een door het katholicisme geïnspireerd, schijnheilig kluizenaarsbestaan. En hulp van familie, vrienden of zorginstanties is er niet voor het gezin, dat in een naargeestige voorstad van Turijn woont: zo'n voorstad waar jongeren op trieste buitenwijkbankjes ‘jointjes rollen en blikjes bier drinken, ontdaan en verward vanwege de Vaticaanse overheersing en vleselijke begeerte’. Zo'n dorp waarvan de inwoners 'van het ene punt naar het andere trekken, zonder na te denken, zonder hoop, met langzame tred, wachtend tot ze gevloerd worden door een infarct of wegpiraat, of verveling bij hen thuis’.
Dat is het milieu - knap van binnenuit beschreven waardoor Frascella voorkomt in een kommer-en-kwel-verhaal te verzanden - waarin de ik-persoon opgroeit. Overleven is het doel, handhaven het middel. En dat gaat, letterlijk, niet zonder slag of stoot.
Onder het aan Shakespeare ontleende motto 'all the world’s a stage/ and all the men and women merely players’ speelt de ik-persoon de rol van 'rotzak’. Wanneer hij van school wordt gestuurd omdat hij - zo wil hij geloven - een klasgenoot het ziekenhuis in heeft geslagen, raakt hij steeds meer overtuigd van zijn (macho)rol, zichzelf voortdurend spiegelend aan filmhelden als Tom Hulce in Amadeus en Mickey Rourke die in Rumble Fish (Francis Ford Coppola) als de Motorcycle Boy een uitdagend destructief leven leidt: het type helden dat Frascella’s filmische verhaal een passende dynamiek geeft.
Maar het is en blijft een rol die hij speelt, eentje die de wrange werkelijkheid uiteindelijk niet kan verbergen. Zijn moeder blijft de grote afwezige. Zijn zus blijft 'de non’. Zijn vader blijft zijn vader: 'de Baas’ die schommelend en drinkend in zijn hangmat weliswaar constateert dat hij discipline behoeft, maar hem in het verkrijgen daarvan niet kan helpen; ook niet wanneer hij werk en een nieuwe liefde met 'vloerteisterende naaldhakken’ vindt. En hijzelf blijft een zoekende zeventienjarige die als fabrieksarbeider zijn toekomst moet kleuren: een jongetje nog, onvolwassen en pathetisch, niet beseffend dat de wereld hem niets heeft aangedaan. De enige die hem doorziet is de aantrekkelijke Chiara, 'de delicatessenjuf’ van de plaatselijke supermarkt, die hem bij hun eerste ontmoeting met een enkele vuistslag in de wittebroodschappen heeft doen belanden wegens handtastelijkheden.
Wanneer de ik-persoon, gefrustreerd over de roddels die over hem en zijn moeder worden verspreid, de held van zijn woonplaats en vermeende minnaar van Chiara tevergeefs te lijf gaat en door Chiara naar de eerste hulp wordt afgevoerd, en wanneer 'de Baas’ met een levensbedreigende levercirrose in het ziekenhuis belandt, raakt het verhaal in een stroomversnelling en ontmaskert Chiara hem nietsontziend en liefdevol tegelijkertijd.
Hij weet dan dat hij is uitgespeeld. Niet langer is hij een acteur, in geen enkele film. Hij onderkent dat 'de werkelijkheid nog afgrijselijker is dan alle onzin die hij vertelt’. Hij staat zichzelf toe bang te zijn, te vrezen voor zijn vaders leven en mededogen en tederheid in de vorm van een enkele lichte aanraking, die hem pijnlijk bewust maakt van het feit dat 'zachtheid pijn met zich meebrengt’, toe te laten.
Dat brengt hem bij het motto dat Frascella, naar een citaat van zijn landgenoot Luciano Ligabue, zijn roman meegaf. 'En je voelt wie je bent/ door je aderen stromen/ dan grijp je je vast/ aan het leven dat je hebt.’
Een geweldig slotakkoord luidt een nieuw begin van dat leven in. Onvergetelijk is het beeld van de ik-persoon die als een gepassioneerd langeafstandsrenner de fabriek uit spurt, op de hielen gezeten door de portier, maar vlugger en wilskrachtiger, op weg naar zijn vader in het ziekenhuis en een onbekende toekomst. Leve het schorriemorrie. Leve de onopvoedbaren van onze samenleving.

GABI KRESLEHNER
VOOR ALTIJD BESTAAT NIET
Vertaald door Roger Vanbrabant, Clavis, 99 blz., € 14,95 (15+)
CHRISTIAN FRASCELLA
IK BEN DE STERKSTE
Vertaald door Henrieke Herber, Moon, 271 blz.,
€ 16,95 (15+)