Overlevingslach

Mime is het doorgezaagde weesmeisje van het Nederlands theaterbestel. De kunstvorm hangt tussen dans en acteren, wordt (ten onrechte) gelieerd aan pantomime (Marcel Marceau en Rob van Reijn) en vindt in Nederland niet de erkenning waar de kunstvorm recht op heeft. De mime heeft nu haar eerste eigen ‘Holland Festival’, Moving Mime in Tilburg, aldaar nog tot aanstaande zaterdag te zien.

Ik pik er twee producties uit. Ze behandelen allebei het koppige bestaan van overlevers, mensen die de werkelijkheid en hun dromen niet echt goed uit elkaar kunnen houden.
In Oorgetuige van Barbara Duijfjes staat in het begin een personage in een gigantische mantel rug zaal op een bolvormig object. Het personage heeft bijzonder grote oren. Wanneer een geheimzinnige vrouw vanachter een decor van vodden begint te zingen, komt het personage tot leven. Ze likt zich een kuif in het kapsel en begint te duikelen. Dat duikelen is opzienbarend. Je ziet iets gebeuren en je denkt: dat kán helemaal niet! Toch gebeurt het, zonder trucs. De zangeres achter de lappen en vodden begint de duikelaarster (het blijkt een vrouw) te sarren. Met muzikale taal, qua tekst onverstaanbaar, maar prachtig van klank, een echte Voice. Als de duikelaarster niet meer kan duikelen doordat ze haar onderstel kwijt is wordt het gevecht boeiender. De zangeres geeft klank, de (ex-)duikelaarster probeert, als ‘oorgetuige’, die klanken bij zichzelf naar binnen te masseren. Het wil niet lukken. De muziek wint.
Dan begint het tweede deel van de voorstelling. Het personage van de duikelaarster is nu een dwerg, middels een truc uit het variété die we hier niet zullen verraden. Hij/zij wil aandacht, vooral van de koningin - de zangeres, nu in hoepelrok. Er ontrolt zich een nieuw gevecht, tussen de liefhebbende nar en de vrouw die de macht heeft. Het dansje dat zij maken, de eindeloze schakelingen in de mimiek van de dwerg/nar (Barbara Duijfjes) en de muziek die de vorstin (Marjan Linnenbank) uit haar keel weet te toveren, het is allemaal van grote schoonheid. Oorgetuige is een prachtige gebeurtenis waarin de suggestie het wint van een verhaal, de klank superieur is aan de taal. Een speellijst kan ik niet leveren; de programmeurs staan nog niet in de rij.
Het eerste weekend van Moving Mime werd afgesloten met een retrospectief van het werk van Théâtre du Mouvement uit Parijs. Zij lieten een overzicht zien van wat dit gezelschap (de bekendste mimegroep die Europa rijk is) in een kleine twintig jaar aan repertoire heeft ontwikkeld. De rijkdom van dat repertoire is overweldigend. De scènes hebben nauweljks een verhaal, hoogstens een ragdunne plotlijn. Afgezien van de technische kwaliteiten van de spelers (die formidabel is), worden via simpele (maar technisch vaak ingewikkelde op het oog zelfs gevaarlijke) manipulaties van objecten en lijven, hele werelden opgeroepen. Hilarisch was een fragment uit Encore une heure si courte, een stuk dat bureaucratie op de hak neemt, compleet met een jongleernummer met stapels faxpapier. De groep sloot het optreden af met Siège uit 1995, een scène van ruim één kwartier, waarin met drie menshoge stoelen op een verder kaal toneel het onderwerp angst vanuit alle hoeken en gaten van de menselijke existentie werd belicht. Dat is mooi aan deze Parijse groep: ze creëren met minimale middelen en vanuit een primair lijfelijke energie met een handomdraai hele werelden. De met volwassen publiek gevulde zaal transformeerde in Tilburg in een mum van tijd tot een 'theaterbak’ vol kraaiende kinderen. Als toegift speelden de groep elf minuten uit Si la joconde avait des jambes ('Als Mona Lisa benen had gehad’) - variaties op lopen. Iedereen die wel eens dronken is geweest, kent die variaties. De lach was de lach van herkenning. Dat is wat Théâtre du Mouvement wil: net als in Barbara Duyfjes’ Oorgetuigen spelen zij overlevers. De lach die zij willen oogsten is ook de lach van het overleven. Die lach is tijdloos en zeer eigentijds.