Buitenland

Overmoed

‘Ik ben de eerste en de laatste.’ Dat zei Jean-Claude Juncker, nadat definitief duidelijk was geworden dat Ursula von der Leyen hem opvolgt aan het hoofd van de Europese Commissie. Von der Leyen kwam geheel onverwacht uit de mouw van Angela Merkel, tijdens het marathon-kwartetten over de Europese topfuncties van voor de zomer. Tot dat moment hield niemand rekening met haar. Laat staan dat ze campagne had gevoerd in de Europese verkiezingen.

En dat bedoelde Juncker: hij is de eerste en de laatste Spitzenkandidat die voorzitter van de Commissie werd. In de aanloop naar de verkiezingen van 2014 had Juncker die nominatie van de christendemocratische Europese Volkspartij (EVP) binnengesleept. Dit betekende de facto dat iedereen toen al wist dat hij de nieuwe Commissievoorzitter zou zijn. Het Europees Parlement (EP) had immers regels opgesteld waardoor de positie van Commissievoorzitter zou toevallen aan de grootste partij na de Europese verkiezingen. En het stond bij voorbaat vast dat dit de EVP zou zijn. De regeringsleiders van de lidstaten gingen hierin mee. Het zou ‘democratischer’ zijn.

Dit systeem leek de EVP jaren te kunnen verzekeren van het voorzitterschap van de Commissie. Maar daarbij gold wel één vereiste: de EVP-genomineerde zou genoeg politiek kapitaal mee moeten brengen om het nog tamelijk fragiele Spitzenkandidatensysteem op een geloofwaardige manier in de lucht te houden. Dit leek de EVP in 2019 vergeten te zijn. De EVP-nominatie van het Europapolitieke vedergewicht Manfred Weber betekende het begin van het einde van het Spitzenkandidatensysteem. Maar dat niet alleen. Het onklaar maken van de Spitzen was ook een degradatie van het EP en de Commissie. In het spel om de Brusselse banen werden zij weer een speelbal van de regeringsleiders.

Dit gegeven markeerde het einde van een geschiedenis van gefnuikte ambities, waarvan de benoeming van Von der Leyen de bekroning is. Die geschiedenis begint in 2014.

Juncker dacht te kunnen vliegen, ook vlak langs de zonnen

Meteen na de EP-verkiezingen van 2014 probeerde Juncker zijn mandaat als Spitz maximaal te exploiteren. Hij trad aan met een bijzonder ambitieus programma. Gesteund door het EP en gedoogd door de regeringsleiders kondigde hij aan dat hij een veel ‘politiekere’ Commissie zou gaan aanvoeren. Hiermee suggereerde hij een verandering in de Europese hiërarchie: niet alleen in beleid, maar ook in kwesties van high politics zou de Juncker-Commissie leiden (en konden de lidstaten volgen). Er zou echter iets heel anders gebeuren: als de Commissie-Juncker politiek was, dan door geen politiek te voeren.

Een paar voorbeelden. Vlak voor Junckers verkiezing had Rusland de Krim geannexeerd. Maar daarover werd in de EP-verkiezingscampagnes vooral gezwegen. De Commissie-Juncker zou die lijn vasthouden. Maar er was meer. Bij zijn aantreden verklaarde Juncker verdere EU-uitbreiding taboe. Zo kreeg de (geo)politieke strategievorming, in wat misschien wel het meest prangende dossier is, een verdoving van vijf jaar. En zelfs na het Brexit-referendum lukte het Junckers Commissie niet het achterstallige onderhoud aan de sociaaleconomische dimensie van de muntuniepolitiek op gang te krijgen.

Kortom, in cruciale en urgente dossiers waar de Commissie-Juncker politieke richting had kunnen geven, deed zij dat nauwelijks. Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

Zijn jaren als Commissievoorzitter bleken Junckers Icarus-jaren. Door het politieke kapitaal dat hij dankzij het Spitzenkandidatensysteem in de schoot geworpen kreeg, zwichtte hij voor de verleiding van de overmoed. Juncker dacht te kunnen vliegen, ook vlak langs de zonnen (van het Europa van staten). Dat bleek een misrekening. Het gevolg: geen vergroting, maar juist een (dramatische) verkleining van zijn politieke mogelijkheden. Wel woorden, geen daden. Zijn ‘politieke Commissie’ stortte neer. De ‘democratische was’ waarmee zijn vleugels bevestigd waren, gewonnen uit het Spitzensysteem, smolt al snel.

Voor Ursula von der Leyen geldt dit allemaal niet. En dus zou juist haar Commissie wel eens de eerste echte politieke kunnen worden. De commissarissen die zij vorige week heeft voorgesteld zijn een eerste aanwijzing. Op EU-uitbreiding vinden we de ideale kandidaat van Orbán, László Trócsányi, een actief voorstander van de toetreding van Servië. Op de post van EMU-begrotingstsaar treffen we de Italiaan Paolo Gentiloni, die wil staan voor een meer sociale muntunie. En op de post van Internationale Handel, cruciaal in de volgende Brexit-fase, wordt de Ier Phil Hogan voorgesteld. Over een politieke commissie gesproken!