Streaming: ‘Everybody’s Everything’

Overprikkeling

Lil Peep, Everybody’s Everything © Everybody’s Everything

Het blijft een onwaarschijnlijke, ongeloofwaardige toevalligheid: drie van de populairste Amerikaanse emo-rappers van de laatste jaren, drie artiesten die wereldwijd en los van elkaar honderden miljoenen tieners bereikten met hun persoonlijke verhalen over slaapgebrek en depressie, over wanhoop en pijn, zijn alle drie kortgeleden aan die pijn ten onder gegaan. Of in elk geval aan de pijnbestrijding. Mac Miller stierf op zijn 26ste aan een overdosis cocaïne en fentanyl gecombineerd met alcohol; XXXTentacion was twintig op het moment dat hij werd doodgeschoten. En Lil Peep, die een duidelijke muzikale verwantschap had met zijn twee collega’s, stierf eind 2017 op 21-jarige leeftijd onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden. Hoe dan ook speelde ook hier een overdosis aan fentanyl mee en leed Peep al langer aan permanente overprikkeling.

In Everybody’s Everything staat Peeps levensloop centraal, vanaf zijn geboorte via zijn plotse doorbraak tot aan zijn net zo plotse overlijden. De documentaire illustreert treffend hoe hedendaagse roem werkt. Het ene moment is Peep een tiener die rappend en zingend knutselt aan zijn eigen muziekstijl, een zeldzaam openhartige mengeling van hiphop en punk. Het volgende moment trekt hij Europa door en zijn alle zalen uitverkocht. Online hebben luisteraars hem dan namelijk al massaal gevonden, en enigszins onwennig geeft hij zich eraan over.

Wat ook sterk naar voren komt in Everybody’s Everything: de chaos die bij dit alles komt kijken. Peep wordt gepresenteerd als een creatieve einzelgänger die opeens volop in de schijnwerpers staat, zelfs wanneer hij afstand wil nemen. Het levert schrijnende situaties op: dat hij meer en meer kennissen over de vloer krijgt die hem een schuldgevoel aanpraten als hij geen muziek met hen wil opnemen, dat hij op een avond uitgeteld naar bed wil maar dat daar al anderen in liggen, die hij niet eens weg durft te sturen. Peep gaat daarop maar in zijn kledingkast zitten, zachtjes, omdat hij niemand wil wekken.

Het centrale contrast is bekend, maar toch aangrijpend: enerzijds is er de alsmaar toenemende publieke bewondering, anderzijds de groeiende inwendige eenzaamheid. Everybody’s Everything vertelt Peeps verhaal geenszins op een schokkende manier, vrij sec krijgen we interviews met betrokkenen voorgeschoteld, gecombineerd met archiefbeelden en live-registraties. Kritische noten worden nauwelijks gekraakt, diepe analyses blijven achterwege, wat het geheel een beetje vlak maakt, maar toch werkt het: Peeps mysterie wordt doelbewust intact gelaten en juist dat mysterie was een grote aantrekkingskracht voor zijn immense achterban.

Al neemt de mystificatie ook het zicht weg op enkele relevante vragen die hopelijk ooit in een documentaire over XXXTentacion of Mac Miller wél aan bod komen: was Peep behalve een boeiende muzikant niet ook gewoon een veredelde drugsverslaafde? Konden anderen hem daar niet tegen beschermen? Duwen de managers die na ieders overlijden met unanieme lof spreken hun artiesten eigenlijk niet tot over het randje, met volgeplempte agenda’s en voortdurende deadlines?

En: zou die zo populaire emo-rap van de laatste jaren ook gemaakt kunnen worden door geheelonthouders met een strak slaapritme? Of zou er dan helemaal niemand meer naar luisteren?


Everybody’s Everything is te zien op Netflix