Overwinningsnederlaag voor links frankrijk

Chirac was er bijna in geslaagd om voor de derde keer de presidentsverkiezingen te verliezen, maar dit keer liep het voor hem goed af. De zestig procent (extreem-) rechtse stemmen uit de eerste ronde werden in de finale stemming afgelopen zondag omgezet in een krappe meerderheid van iets meer dan 52 procent voor Chirac.

Het bijna-verlies van Chirac wordt alom beschouwd als het gevolg van de knappe campagne van de socialist Jospin. Het valt echter nog te bezien of de socialisten niet te vroeg juichen wanneer ze de nipte nederlaag van hun kandidaat als een teken van hun eigen wederopstanding beschouwen. Zo was de steun voor Jospin in de eerste ronde bepaald niet indrukwekkend; in aanmerking genomen dat Jospin de enige serieuze linkse kandidaat was, was 23 procent maar een schamele score. De opgeluchte reacties toen hij niet al in de eerste ronde bleef steken, zeggen vooral veel over de toestand van links in Frankrijk.
Ook uit de resultaten van de tweede ronde viel niet direct af te leiden dat Jospin een enorme electorale aantrekkingskracht heeft. Dat het toch nog spannend werd, kwam niet zozeer doordat Jospin het heel goed deed, als wel doordat Chirac zowel in de eerste als in de tweede ronde slechter uit de stembus kwam dan werd voorspeld. Wie zich de schichtige blik van Jospin tijdens het televisiedebat herinnert, snapt dat Jospins verrassende score vooral het gevolg moet zijn van het feit dat Chirac voor delen van het electoraat nog onaantrekkelijker was.
Interessanter dan de precieze electorale verhoudingen is het gegeven dat de verkiezingen dit keer ergens over gingen. De grote woorden, de revolutionaire retoriek bleef binnen de perken: de cliches van rechts en links zijn goeddeels versleten en onbruikbaar geworden. Er was sprake van een heuse politieke gedachtenwisseling, die qua saaiheid niet meer onderdeed voor de Nederlandse politiek. Deze gematigdheid in zowel de standpunten als het optreden van de belangrijkste kandidaten was een verademing, niet alleen gelet op de polarisatie van de Franse politiek maar ook met het oog op de oververhitting aan extreem-rechtse zijde. Politiek vuurwerk is in zo'n klimaat letterlijk levensgevaarlijk. Daar waar het Franse kiessysteem in het verleden de politieke tegenstellingen nog verder aanzette, werkte het meerderheidsstelsel nu als een centripetale kracht: beide kandidaten hadden een sociaal verhaal omdat het midden moest worden veroverd.
De theatraliteit van Mitterrand zal door sommigen worden gemist. De ingetogen campagnes tijdens deze presidentsverkiezingen maakten echter zonneklaar dat zijn monarchale stijl gedateerd is. Mitterrand stamde nog uit de tijd dat politici zich als betweters en zieners konden opstellen, terwijl in deze verkiezingsstrijd nu juist een probleem werd gemaakt van de afstand tussen burgers en politiek. Chirac heeft mede gewonnen omdat hij zich kon afzetten tegen Mitterrand. Hij heeft aangekondigd te willen breken met diens gebruiken: hij wil zowel de politiek als de samenleving ‘veranderen’.
Links heeft, ook in Frankrijk, het politieke patent op 'verandering’ aan rechts verloren. Maar voor een conservatieve revolutie hoeven we niet bevreesd te zijn.