Profiel: C.S. Lewis

Oxford-don, apologeet, schepper van Narnia

C.S. Lewis

De kronieken van Narnia

Kok, zeven delen, € 8,95 per deel

Nog nooit is een Disney-kerstfilm zo om streden geweest als dit jaar. Vijfenvijftig jaar hebben alle fans van C.S. Lewis’ fantasy The Lion, The Witch and The Wardrobe erop moeten wachten, maar het is zo ver. Na de zeer succesvolle verfilmingen van de Harry Potter-boeken en Tolkiens The Lord of the Rings heeft Walt Disney het eindelijk aangedurfd Lewis’ kinderklassieker om te toveren in een bioscoopspektakel, hoewel Lewis’ Narnia-boeken (zeven in totaal) al sinds hun eerste publicaties regelmatig worden afgedaan als seksistische, racis tische, christelijke propaganda.

«Narnia represents everything that is most hateful about religion», kopte The Guardian nog onlangs. En de populaire Britse auteur Philip Pullman, die met zijn His Dark Ma terials (Het gouden kompas) een soort anti-Narnia schreef – in deze fantasy-trilogie noemt hij de christelijke religie «een zeer machtige en overtuigende vergissing» – heeft over de kronieken gezegd dat ze de «meest lelijke» en «giftige» verhalen zijn die hij kent. Bovendien noemt Pullman Lewis – voormalig «fellow» aan de Universiteit van Oxford en professor in de Engelse taal- en letterkunde van de Middeleeuwen en Renaissance aan de Universiteit van Cambridge – een geloofsfanaticus en Lewis’ fans verdwaalde zielenpoten. Deze «verdwaalde zielenpoten» gebruiken het uit komen van de Narnia-film voor missionaire doeleinden. Britse en Amerikaanse kerken, gesteund door Walt Disney en medeproducent Walden Media, promoten de film als christelijk en houden diensten met als thema «Het evangelie volgens Narnia» en gouverneur van Florida «broer Bush» wil erop toezien zien dat elk kind in Florida Lewis’ kinderklassieker zal lezen.

Lewis’ stiefzoon Douglas Gresham be weert dat The Lion, The Witch and The Wardrobe door Lewis bedoeld is als een gewone avontuurlijke fantasy, waarin een imaginaire parallelle wereld die op diverse religieuze, folkloristische en mythologische bronnen rust, wordt opgeroepen. Precies zoals dat gebeurt in Rowlings en Tolkiens boeken. Toch zal iedereen met bijbelkennis de moralistische Narnia-boeken moeiteloos als christelijke allegorieën herkennen. The Lion, The Witch and The Wardrobe, het deel waarvan wereldwijd ruim 85 miljoen exemplaren zijn verkocht, vertelt over Peter, Susan, Edmund en Lucy Pevensie, die in 1940 bij een oude professor in een huis op het platteland logeren om zo te ontkomen aan de Duitse bombardementen op Londen. Tijdens hun verblijf gaan ze op onderzoek in het grote oude huis en komen via een kleerkast in Narnia terecht.

Narnia blijkt een soort middeleeuws «bevroren» paradijs, dat in de greep is van de slechte Witte Heks en wordt be woond door faunen, pratende bevers, eenhoorns, myriaden én de kerstman. De Witte Heks verleidt Edmund en alleen de komst van Aslan de nobele leeuwen koning kan Edmund en Narnia van het kwaad verlossen. Aslan is zelfs bereid zijn leven daarvoor te geven, zodat de kinderen Pevensie als «zonen en dochters van Adam en Eva» naar eer en geweten Narnia kunnen regeren. Aslan is duidelijk de zoon van God, die sterft, weder opstaat en na het uitstorten van de Heilige Geest in stilte verdwijnt.

Een onlangs gevonden ongepubliceerde brief van Lewis aan een jeugdige fan uit 1961 bevestigt het christelijke karakter van de Narnia-boeken. Daarin schreef Lewis: «The whole Narnian story is about Christ.» George Sayer, een van Lewis’ Oxford- studenten en later zijn vriend en biograaf, schrijft in Jack: A Life of C.S. Lewis (Lewis werd door intimi Jack genoemd) dat Lewis hoopte dat kinderen die de Narnia-verhalen hadden gelezen het christendom later in hun leven makkelijker konden accepteren. «I am aiming at a sort pre-baptism of the child’s imagination», aldus Lewis.

Dat Lewis als doel had Engeland te evan geliseren door middel van kinderboeken, sciencefiction en novellen was indirect de schuld van J.R.R. Tolkien, die bij toeval in 1925, hetzelfde jaar waarin de toen 27-jarige Lewis zijn «fellowship» aan Magdalen College in Oxford ontving, werd benoemd als professor in het Angelsaksisch (Oud-Engels). Aanvankelijk moest de toen nog atheïstische Lewis niets van Tolkien weten. Clive Staples Lewis, geboren in Belfast (1898), had in zijn Iers protestantse opvoeding onomwonden meegekregen nooit een paap te vertrouwen. En tijdens zijn studie Engels in Oxford was hem bovendien verteld vooral filologen te wantrouwen. Tolkien was beide: een vroom katholiek én fanatiek vergelijkend taalwetenschapper. Toch ontstond vanuit een gemeenschappelijke belangstelling voor noordelijke culturen een vriendschap die jaren zou duren en pas verwaterde nadat Tolkien de Narnia-kronieken had bekritiseerd als haastig geschreven pulp, gebaseerd op een warboel van onsamenhangende mythes. De twee deelden een passie voor mythologie en oude literatuur en moesten van modernen als T.S. Eliot en Ezra Pound niets weten. Ondanks hun conservatieve literaire smaak wonnen Tolkien én Lewis snel academisch aanzien met hun kritische werken. Vooral Lewis maakte naam met zijn Allegory of Love (1936), over de allegorische liefdespoëzie van de late Middel eeuwen tot 1600, en zijn voorwoord bij John Miltons Paradise Lost geldt nog steeds als een van de betere. Regelmatig troffen Lewis en Tolkien elkaar. Eerst bij de «Kolbitar», een leesgroep die zich bezighield met Oud-IJslands, later privé en bij de «Inklings», een literaire discussiegroep waar schrijvers en literatuurwetenschappers elkaar uit eigen werk voorlazen en die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van Tolkiens The Lord of the Rings.

In 1929, toen vader Albert Lewis overleed – zijn moeder was in 1908 aan kanker gestorven – begon Lewis te veranderen. Als jongeman deed Lewis in brieven aan zijn jeugdvriend Arthur Greeves nog uitspraken als: «The Christian God is a spirit more cruel and barbarous than any man.» Echter, in de zomer van 1929 werd Lewis minder sceptisch. Hij voelde intens de aanwezigheid van zijn overleden vader, werd overmand door verdriet en verlangen en had een sterke behoefte aan een geloof in «het absolute». Kort daarna voelde Lewis dat hij werd «benaderd» door God. De invloed van onder meer de vele gesprekken met Tolkien hebben Lewis uiteindelijk over de streep ge trokken. Tijdens een zomerse avondwandeling in 1931, na een copieus diner dat, zoals gebruikelijk in Oxfords universitaire kringen, werd afgesloten met port, overtuigde Tolkien Lewis van het feit dat mythes de mens de waarheid doen inzien en dat het Christusverhaal een mythe is die door de ware God bedacht is. Terwijl Tolkien sprak woei een mysterieuze windvlaag door de bomen die Lewis, volgens biograaf Sayer, als een boodschap van «de Schepper» beschouwde.

Vanaf dat moment veranderde Lewis in een gedreven apologeet en in boeken als The Problem of Pain (1940) en Mere Christianity (1952), een bundeling van zijn filosofische en religieuze lezingen die hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de BBC-radio gaf, predikt hij onomwonden conventioneel christendom. Deze religieuze geschriften maakten (en maken) Lewis wereldwijd zeer geliefd (zelfs bij paus Johannes Paulus II). Lewis voerde een uit gebreide correspondentie met zijn fans. Een ervan was de Amerikaanse Joy Gresham-Davidman, een vrouw in scheiding en voormalig communiste die onder invloed van Lewis’ boeken tot het christendom was bekeerd. De correspondentie bracht haar uiteindelijk met haar twee zoontjes naar Engeland. Een liefdesrelatie en huwelijk volgden toen bij Joy ongeneeslijke kanker werd geconstateerd op dezelfde leeftijd als dat bij Lewis’ moeder werd vastgesteld. Joy was niet de eerste vrouw in Lewis’ leven. Veertig jaar lang heeft Lewis een mysterieuze en verborgen relatie gehad met de moeder van zijn legervriend Paddy Moore, die tijdens hun gezamenlijke strijd in de Eerste Wereldoorlog was gesneuveld. Met deze Janie (27 jaar ouder dan Lewis) en zijn broer Warren, een vroegtijdig gepen si o neerde aan alcohol verslaafde beroepsmilitair, kocht Lewis in 1930 hun huis «The Kilns» nabij Oxford. Lewis is Janie, die hij Minto noemde naar haar lievelingssnoepje, trouw gebleven tot haar dood in 1951.

Vanzelfsprekend hebben Lewis’ biografen gespeculeerd over de precieze aard van de relatie. Broer Warren, die na Lewis’ overlijden op 22 november 1962 over de bizarre relatie sprak als «the rape of J’s life», heeft helaas nooit opheldering gegeven. Verving Minto Lewis’ moeder en verzachtte zij zo Lewis’ hevige gemis? Of waren Lewis en Minto minnaars in de ware betekenis van het woord? A.N. Wilson vermoedt in zijn biografie C.S. Lewis dat dit zeker het geval was. Vanuit chris telijke hoek echter wordt dit stellig ontkend, al spreken Roger Green en Walter Hooper in C.S. Lewis: A Biography wel over «a curious stage of bondage».

Minnaars of niet, het is duidelijk dat Lewis met Minto een wonderlijk dubbel leven leidde, dat ongetwijfeld is terug te voeren op zijn abrupt en wreed beëindigde jonge jeugd, waarin hij niets liever deed dan met Warren fantasieverhalen ver zinnen op de grote zolder in «Little Lea», hun ouderlijk huis. Twee weken na de begrafenis van hun moeder vertrokken Lewis en Warren alleen met de boot naar een Engelse kostschool. Lewis’ relatie met zijn vader, die huilend op de kade achterbleef, werd daardoor ernstig verstoord. Bovendien kreeg Lewis geen kans zijn verdriet te verwerken. Het harde kostschoolleven en de inspirerende privé-lessen van de rationele en atheïstische William T. Kirkpatrick veranderden de jonge romantisch aangelegde Lewis in een door de rede gevoede intellectueel. Alleen zijn voorliefde voor mythologie, Wagner, William Morris’ fantasy The Well at the World’s End en bovenal George MacDonalds sprookjesachtige Phantastes verraadde Lewis’ romantische aard. In zijn dagelijkse leven echter zegevierde het verstand. Tot dat curieuze moment in 1929 toen Lewis na zijn vaders overlijden voelde dat hij door God werd «benaderd».

Was Lewis’ bekering tot het christendom dan ingegeven door verdriet en romantisch escapisme? Freud (door Lewis gehekeld) had zeker een psycho analytische poging willen wagen, maar het blijft gissen. Slechts zeker is dat Lewis behalve een briljant academicus bovenal een gevoelsmens was, die, in een periode dat hij samenleefde met een seniele hulpbehoevende vrouw en dronken broer en nadat hij door een vrouwelijke universiteitscollega was verslagen in een debat waarin hij Gods bestaan wilde bewijzen, vluchtte in het schrijven van kinder boeken. Hoe christelijk en omstreden de Narnia-verhalen ook zijn, Lewis schreef de verhalen vanuit zijn hart. En dat hebben Walt Disney en Hollywood buitengewoon goed begrepen. Pak het sentiment – succes verzekerd.

The Chronicles of Narnia; The Lion, The Witch and The Wardrobe, onder regie van Andrew Adamson is te zien vanaf 21 december