Sport

P

Het hele peloton zit er vol mee maar er wordt niet over gesproken. De ene renner wat meer dan de andere, natuurlijk, maar van hoog tot laag, van knecht tot kopman heeft iedereen het door zijn bloed razen. Maar men zwijgt en noemt het P-woord niet.

Net als het D-woord, of het E-woord. Niets over zeggen. Misschien hebben ze wel met elkaar te maken, die woorden.

Het P-woord wordt niet genoemd omdat ‘P’ de renners beter doet presteren, en dan is het verdacht. Prestatie bevorderende middelen zijn niet toegestaan. Maar iedereen gebruikt het. Het is onontbeerlijk voor de wielrenner van vandaag. En het komt binnenkort naar buiten. De nieuwe grote stimulans in de Tour de France: paranoia.

De paranoia giert door het peloton als valse wind. Paranoia is in de eerste plaats een kwestie van communicatie, van taal. Van interpretatie. De renner met paranoia ziet in alles een teken. Een aanwijzing. Alle beelden en woorden die hij waarneemt kunnen een verborgen boodschap bevatten, en iets geheel anders mededelen dan op het eerste gezicht lijkt. Dus hij moet opletten.

Eerst werden de coureurs paranoïde gemaakt door de war on dope. Mannetjes in zwarte pakken met zonnebrillen op duiken op de gekste momenten op om de renner urine, bloed of wangslijm te ontfutselen. Buiten de wedstrijden slaan ze toe. Slaapkamers worden binnengedrongen.

Vervolgens wortelde de paranoia die daardoor werd gekweekt zich diep in het wielrennersbewustzijn. En ze kunnen niet meer zonder. Kijk maar naar de Tour. Allemaal paranoia.

Je bent Rasmussen en je moet de hele tijd achterom kijken om te zien of ze niet uit je wiel gaan springen om ervandoor te gaan, zoals Contador bleef proberen.

Je bent niet Rasmussen en je ziet dat spichtige mannetje over die cols gaan als een vliegende klimgeit en je voelt dat daar iets niet klopt. Wat weegt die jongen nou helemaal? Komt dat allemaal uit die dunne beentjes? Het peloton vindt Rasmussen sowieso een vreemde vogel. Hij eet raar. Hij is een controlfreak, die zijn calorieën telt, zijn kuiten meet. Dat betekent van alles, allerlei geheimzinnige dingen. Het peloton vindt het maar vreemd dat Rasmussen zeewier eet en geen spaghetti bolognaise.

Zeewier voedt de paranoia. Rasmussen heeft een gezond paranoïde geest in een gezond lichaam.

Ook de commentatoren van de NOS zijn paranoïde geworden. Als een pak Omo praten ze de Tour schoon, door en door schoon. Ze grijpen elke kans aan om te beargumenteren dat we naar eerlijke sport kijken. In jaren hebben we niet zo veel strijd gezien. Iedereen durft aan te vallen, er gebeuren onvoorspelbare dingen, ongekende weelde.

De wedergeboorte van de wielersport voedt de paranoia. Want zoals alles dat net geboren is, is ook het Nieuwe Wielrennen broos en kwetsbaar. Dan kan een klein dingetje grote en gruwelijke gevolgen hebben.

Tijdrijders en eenzame vluchters zijn zeer gebaat bij paranoia, zij die helemaal alleen zo hard mogelijk door moeten fietsen. Om uit de greep te blijven van iets. Om niet opgeslokt te worden. De eenzame fietser is sterk als hij paranoïde genoeg is. Dan voelt hij dat hij wordt achtervolgd en schakelt nog een tandje bij. (In gedachten hoort hij Kurt Cobain zingen: ‘Just because you’re paranoid, doesn’t mean they’re not after you’.)

Paranoia heeft ten onrechte een slechte naam gekregen. Zoals het moderne wielrennen laat zien is paranoia een essentieel onderdeel van de sport geworden. De renner heeft baat bij paranoia, mits in de juiste dosering. Hij ziet de geheime tekens en gecodeerde boodschappen, hij doorziet het spel achter het spel, de regels onder de regels. Hij registreert feilloos de machinaties achter de ontwikkelingen.

Want de eerste letters van de namen van de Rabobankploeg, bijvoorbeeld, inclusief ploegleiders, vormen het anagram mm, ja, dopage. Dat is duidelijk. In Caisse d’Epargne zit speed’s racing verborgen. Wanneer je de rugnummers van de Fransen bij Cofidis bij elkaar optelt en deelt door hun gemiddelde tijd (in seconden) in de tijdrit krijg je precies de hematocrietwaarde die nog nét toelaatbaar is. Dus.

In de voornamen van de Barloworld-renners zit het woord farmaca verborgen. De vreemde vogel die Rasmussen heet en een klimgeit wordt genoemd en alleen maar zeewier eet, is eigenlijk misschien een dier. Sastre betekent kleermaker, of snijder. Arroyo is een beek. Contador público is een accountant, die dus heel goed rekent en dubbele boekhoudingen voert. Als je door je wimpers kijkt naar het dichte achterwiel van Cadel Evans zie je de boodschap not clean.

Zoals de schrijver David Foster Wallace al vaststelde is de wezenlijke vraag niet: ben ik paranoïde? Het belangrijkste dat de hedendaagse wielrenner zich dient af te vragen is: ben ik paranoïde genoeg?