Sport

Paard

Het mooiste wat er is, is paardensport. Sport met paarden. Geen enkel dier wordt zo veel en veelzijdig benut door de sportende medemens. Je hebt draf- en rensport (wat eigenlijk draaf- en rensport zou moeten heten). Je hebt het paardspringen, paardrennen, de dressuur en de military. Allemaal verschillende disciplines, voor allemaal verschillende soorten mensen.
Iemand die aan dressuur doet is een heel ander type dan de ruiter te paard die hindernissen overwint van houten balken. Maar al die verschillen en kloven worden goedgemaakt en overbrugd op het grootste paardenfeest van Nederland, het bal na afloop van Jumping Amsterdam.
Na het hoogtepunt van de hippische sport in ons land, het concours hippique van Jumping, de Grote Prijs van Amsterdam – dit jaar gewonnen door de Ier Twomey op Je t’Aime Flamenco – volgt het afsluitende hengstenbal. Daar verzamelen zich paardenliefhebbers uit alle categorieën. Veel ruiters, maar ook veel toeschouwers en liefhebbers. Van paarden. Dit jaar was alleen de afdeling dressuur ondervertegenwoordigd. ‘Feesten zit springruiters in het bloed’, zei amazone Nathalie van der Mei. ‘Dressuurrijders zijn anders. Die liggen nu op bed. Gewoonweg nogal saai. Of dit een wild feest wordt? Wie weet. In Zuidlaren stonden we vorig jaar op het podium te zingen.’
Ook dit jaar werd het een knalfuif. De terecht onderschatte zanger Peter Beense zong levensliederen als Er staat een paard in de gang. En hij riep steeds: ‘It’s party time! Let’s go!’ Dan werd het misschien vanzelf gezellig. Het duurde niet lang of de paardenmensen kwamen los.
Paardenmensen zijn vaak keurige mensen, maar op een bal kunnen ze ook best plezier maken. De apotheose kwam toen Albert Zoer op Anky van Grunsven ging zitten, die op handen en knieën haar jubelhengst Salinero imiteerde en een puik staaltje dressuur weggaf.
Met paarden kun je meer sporten doen dan met andere dieren. En dat doen we met respect. We gebruiken het paard niet zomaar als een hulpmiddel bij het sporten. Het is bijvoorbeeld niet zo dat mensen vroeger eerst zelf over anderhalve meter hoge hindernissen sprongen en over een waterbak en dan een scherpe bocht maakten en uiteindelijk nog over een driesprong – en dat ze pas later dachten: hé, met een paard gaat dat veel makkelijker. Of dat ze vroeger in een vierkante zandbak heel stil rechtop gingen zitten terwijl er lelijke druilmuziek speelde en af en toe een beetje heen en weer schokten met het middenrif – en dat ze pas later datzelfde gingen doen op de rug van een paard. Nee, het paard is niet ondergeschikt aan de sporter, het is zijn partner.
Dat zie je ook aan de namen die paarden tegenwoordig dragen. Chique namen, als: Zamar Love Affair, VDL Orame, Rendez-Vous, Primeval Wings, Saint-Amour, Kire Royal Star, Sorrento, BMC Van Grunsven Simon en Lothian des Hayettes. Of IPS Painted Black, Warum Nicht FRH, Nartan, Exquis Nadine en Max.
Waarom is dat dier, dat toch zo vervaarlijk kan schoppen en bijten, een edel dier? Waarom heeft een paard geen kop maar een hoofd? Waarom geen poten maar benen? Er zijn maar weinig dieren waar meisjes zo graag op willen zitten. Op een kip galopperen vinden ze een stuk minder aantrekkelijk.
De mens heeft veel ontzag voor het paard. In overdrachtelijke zin heeft het paard een positieve betekenis. De ware geliefde zit altijd op een wit paard. Je mag het paard niet achter de wagen spannen. En als je een paard krijgt van iemand, dan mag je het niet tussen zijn tanden kijken.
Andere dieren komen er slechter vanaf. Daarom zijn er christenhonden, kippen zonder kop, kroegtijgers, schijtlijsters en stropdassen.
Uit respect voor het edele dier hebben we een hobbelpaard uitgevonden en geen hobbelkonijn. Daarom rijden we met paard en wagen en niet met kanarie en wagen. We gaan niet otterspringen of een gegeven cavia in de bek kijken. Het paard is overal, bijvoorbeeld ook in het ansen voor tweetallen, het paardansen.
Misschien vinden we het paard zo edel en bijzonder omdat we graag iets van onszelf in het dier zien. Of andersom, dat we graag iets van het paard in ons vinden. Wapperende manen, in gestrekte galop, op een drafje, een echte dekhengst, iemand is zo sterk als een paard. En heeft honger als een paard.
Zonder problemen eten we struisvogels, konijnen, herten en kwartels, maar als er een paard in nette plakjes bij de slager ligt, voelen we ons ineens ongemakkelijk.
Daarom is er paardensport: om ons respect voor het paard te tonen. Daarom eten we ook alleen maar paardenbiefstuk en geen paardenblindevinken.