Paardestaart te bergen-belsen

Knorrend ontwaak ik uit mijn middagdut, genoten in een comfortabel hotelbed op de Lunenburgerheide, en begin mij het hoofd te breken over mijn avondmaal: zal ik hazebout of konijnepoot bestellen?

Onderwijl raadpleeg ik de wandelkaart van de omgeving, want zelfs ik kan het niet voor mijn Schepper verantwoorden een volle week inactief te vegeteren. Om vervolgens tot de onbehaaglijk stemmende ontdekking te komen dat ik mij op vijf kilometer afstand van Bergen-Belsen bevindt, een gemeente die niet zozeer bekend staat om zijn landschapsschoon of de kwaliteit van zijn hazebouten. Daar moet ik dus helaas ’s-anderendaags naar toe, niet omdat ik zo'n liefhebber van concentratiekampen ben, maar omdat men zoiets, vakantie houdend, nu eenmaal niet links kan laten liggen, al was het alleen al uit beleefdheid jegens de overledenen.
Het concentratiekamp Bergen-Belsen blijkt vlak bij een legerkampement te liggen, met barakken, uitkijkposten en prikkeldraad, requisieten die in de Gedenkstatte van het ehemalige Konzentrations- und Kriegsgefangenenlager allemaal zijn verwijderd. Het enige andere concentratiekamp dat ik ken, Buchenwald, in het voormalige Oost-Duitsland, is historiserend van opzet: ‘Links ziet u het crematorium, rechts ziet u de plek waar de executies werden uitgevoerd.’ Bergen-Belsen is daarentegen haast abstract: een paar vierkante kilometer landschap, onderbroken door een paar massagraven. 'Hier rusten tienduizend doden.’ 'Hier rusten twintigduizend doden.’
Dat nabijgelegen legerkampement blijkt een vaderlandse aangelegenheid te zijn. Op de parkeerplaats van het monument staan een paar Nederlandse legertrucks. Een hunner draagt het kenteken KZ-62-04, wat mij niet het summum van fijngevoeligheid lijkt. De soldaten ogen, naarmate ik middelbaarder wordt, steeds jonger. Een hunner draagt een paardestaart die tot kruishoogte reikt. Waarachtig, ik ben ontroerd. Welk leger ter wereld, behalve het Nederlandse, permitteert zijn soldaten een paardestaart te dragen? Daar hebben wij de oorlog voor gewonnen, voor de libertaire vrijheid als soldaat je paardestaartgewijze over het terrein van het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen te mogen begeven.
Het groepje dienstplichtigen wordt aangevoerd door een sergeant die een streep meer heeft en dus als een expert in de krijgsgeschiedenis kan worden beschouwd. Staande voor een kaart van de complete Europese concentratiekampen legt hij uit dat het leger in het leven is geroepen teneinde te garanderen dat dit soort excessen nooit, absoluut nooit meer zullen gebeuren. Zijn toehoorders knikken, inclusief die vertederende paardestaart. Vergis u niet, het betrof geen van hogerhand opgedrongen schoolreisje het was bittere ernst. Nog een paar nachtjes slapen en zij rijden, in hun legertruck KZ-62-04, richting Bosnie-Herzegovina.