Paardeworstjes

Over twee weken komt ‘Kleine Teun’ uit, de nieuwste film van Alex van Warmerdam. Een man, een vrouw, een fatale derde. Rechte sloten zonder bomen. Een huisje. Het is het bekende oer-Hollandse warmerdamiaanse universum. De filmmaker: ‘Ik maak niet zomaar een beetje gekke werkelijkheid.’ ..LE Kleine Teun is vanaf 29 april in de Nederlandse bioscopen te zien. Alex van Warmerdam, Verzameld theaterwerk 1982-1996. Uitg. Rap, 424 blz, Ÿ75,- (geb.), Ÿ 65,- ..LE ‘IK WIL nog veel films maken. Ik ga ook weer theater maken, maar mijn manier van denken is bijna honderd procent des films aan het worden. In het verleden maakte ik nog wel eens voorstellingen die zich in een abstract decor afspeelden, maar dat lukt me niet meer. En dat interesseert me ook niet meer. Als ik met toneel bezig ben, betrap ik me er vaak op dat ik denk: HŠ, was het nou maar film, dan kon ik ook buiten even laten zien.

Buiten, dat is voor mij een beheerste realiteit. De polder is van zichzelf al een gemaakt landschap. Heel Nederland is een gemaakt landschap. De Grand Canyon, daar valt je mond van open, maar na een minuut doe je je mond weer dicht en rijd je verder. Maar als er ergens een huisje staat en een hek en er kringelt wat rook omhoog, er loeit een koe, er is een houten bruggetje getimmerd, dan vind ik het pas interessant. Misschien stelt het me wel gerust dat er een mensenhand overheen gegaan is. Ik vind die indelingen van het land altijd zo mooi. De polder en Mondriaan, dat ligt heel erg in elkaars verlengde. Ik vind een rechte weg veel mooier dan een weg die slingert.
De polder naar je hand te zetten, dat geeft een kick. Je denkt: die boeren hebben respect voor het land. Maar het land is materie om geld mee te verdienen. Als je tegen een boer zegt: “Is het mogelijk dat dit slootje voor de film twee keer zo lang wordt?” krijg je als antwoord: “Ja natuurlijk, het kan ook breder, of dieper.” Voor Kleine Teun hebben ze de sloten verlengd en verbreed, en het waterpeil verhoogd. Alles kan. Zo'n boer, dat vind ik nou hartverwarmend.’
‘DIE FRONS’, zegt Alex van Warmerdam, 'daar ben ik mee geboren. Als baby had ik hem al. In Kleine Teun moest ik altijd schaduw op mijn gezicht hebben, anders ga ik krampachtig mijn ogen dichtknijpen. Een oom van mij had ook zo'n frons; die heette Ome Boos omdat hij altijd boos keek. Het vlees was boos, hij was zelf niet boos. Als ik in het cafÇ kom, krijg ik altijd te horen: Wat is er, wat zit je chagrijnig te kijken. Ben je boos?’
Hij bladert in het boek Menschen des zwanzigsten Jahrhunderts, met portretfoto’s uit de jaren 1892-1952. Het ligt binnen handbereik in Van Warmerdams werkkamer op het terrein van de Amsterdamse Westergasfabriek. Op de voorkant staat een foto met drie mannen op een landweggetje, in pak, met hoeden en wandelstokken. Ze kijken alledrie dezelfde richting op. Net als de drie mannetjes met de rare koffertjes op het affiche aan de muur, dat Van Warmerdam ooit maakte voor een buitenlands jazzfestival.
De nieuwe film van Alex van Warmerdam, Kleine Teun, begint als een olijk relaas over het plattelandsechtpaar Brand en Keet (gespeeld door Van Warmerdam zelf en zijn vrouw Annet Malherbe). Ze trekken de onderwijzeres Lena aan (Ariane Schluter) om Brand te leren lezen, zodat Keet niet meer de hele ondertiteling van speelfilms op tv hoeft voor te lezen. Het lachen vergaat de kijker snel. In zijn films Abel en De Noorderlingen en in zijn theaterstukken leek Van Warmerdam op het moment dat het menens dreigde te worden, met zijn vingers te knippen en het onheil werd gekeerd. Maar in De jurk, zijn vorige film, en nog meer in Kleine Teun, is de toon grimmig en het noodlot onontkoombaar.
Van Warmerdam: 'De allergrootste opdracht aan mijzelf was om te voorkomen dat je zou zien dat Kleine Teun een toneelstuk is geweest. Want daar hou ik niet van, verfilmd toneel. Er zitten een heleboel zinnen in de toneelversie die absoluut grappig zijn. Die heb ik in de film expres niet overgenomen. Op een gegeven moment zeg ik tegen Keet: “Woorden als kutmeisje worden niet meer gesproken, en zeker niet tegen Lena.” Dan zegt Keet: “O, ga jij mijn vocabulaire bepalen.” “Ja.” “O. Zijn er misschien nog meer woorden die ik niet mag spreken?” En dan zeg ik tegen Lena: “Heb jij nog woorden die je liever niet wil horen uit de mond van Keet?” Ik kan die zin zo plaatsen dat het komisch wordt. Maar ik wil niet dat erom gelachen wordt. Omdat dat de aandacht afleidt van wat erna komt.’
JE SPEELT ZELF de rol van Brand. Hoe zit hij in elkaar?
'Ik weet het echt niet. Het is voor het eerst dat ik iets gemaakt heb waarin dingen gebeuren waar ik zelf als een onnozele hals achteraan loop. Er valt in mijn werk meestal niet veel te raden. Wat je ziet, dat is het. Maar dit keer zijn er geheimen. Brand heb ik op halve kracht gespeeld, zeg maar in weerwil van mezelf. Die Brand is natuurlijk een tamelijk lafhartige figuur, die echt van zijn vrouw houdt, maar ook wel geilt op die Lena en daar tussendoor laveert.
Wat ook meespeelde: de rol van Brand werd in het toneelstuk door iemand anders gespeeld. Nu was ik zo pedant om te denken dat ik die rol in de film zelf moest gaan doen. Terwijl iedereen de screentest van Kees Hulst voor de rol beter vond dan die van mij. Mijn beeld van Kees Hulst, hoe hij Brand gespeeld had in het theater - erg goed - nam ik op de set met me mee. Ik moest het anders doen, ik moest die demoon van Kees Hulst zien weg te werken.’
Waarom heb je Brand niet zelf op het toneel gespeeld?
'In het theater deed ik altijd zelf mee. Ik wilde nu eens een voorstelling maken die ik van het begin tot het eind kon zien zonder steeds uit mijn rol te hoeven stappen.’
Het huisje van Brand en Keet in de polder heeft heel veel deuren en die leiden allemaal naar het zenuwcentrum waar Brand les krijgt van Lena: de huiskamer. Die deuren nodigen uit tot een klassiek spel van vergissingen, en even, heel even maar, bekruipt je een Theater-van-de-Lachgevoel. 'Ik zou er zelf niet zo gauw om lachen, om die deuren’, zegt Alex van Warmerdam. 'Iets kan geestig zijn zonder dat je erom hoeft te lachen.’
Als je hem opzoekt op het terrein van de Westergasfabriek kom je terecht in net zo'n warmerdamiaans universum. Pand in de polder, kanaaltje ervoor, en op de deur velletjes papier: Orkater rechtdoor, Graniet Film (de producent van Kleine Teun) linksaf, De Mexicaanse Hond (het theatergezelschap van Alex van Warmerdam) rechtsaf. Maar alle wegen leiden uiteindelijk naar ÇÇn ruimte: daar waar de mensen van die verschillende gezelschappen om de tafel zitten, broodjes smeren en karnemelk drinken.
HET GEGEVEN van Kleine Teun is simpel: een man en een vrouw en een fatale derde. Van Warmerdam: 'Het komt allemaal pas als ik aan het schrijven ben. Vroeger had ik meestal een beeld als begin, nu meer een idee. Bij Abel was het idee enkel: een vader en een moeder, en een zoon die niet naar buiten wil. Dan weet ik genoeg, de rest komt al schrijvend. Ik zoek iets dat de lust tot schrijven opwekt. Het gekke is dat iedereen zegt dat het theaterstuk Het Noorderkwartier op Abel lijkt. Maar hoe kan dat nou? In Het Noorderkwartier is er een zoon die niet naar buiten mag, dat is toch het tegenovergestelde?
Annet en ik hebben ooit wel eens samen op de planken gestaan, maar dat is ons allebei niet goed bevallen. Huwelijken - we zijn niet getrouwd, maar het is toch een huwelijk - kun je ook heel erg moeilijk maken. En dat doe je als je dag en nacht samenwerkt Çn kinderen hebt. We hebben nu als motto: wel met elkaar werken, filmen, maar met elkaar spelen in het theater - dat liever niet.’
Lukt het jullie om het thuis niet over je werk te hebben?
'Meer en meer. Vooral Annet; als ze thuis is, is het werk afgelopen. Als ik er wÇl over doorga - die neiging heb ik - krijg ik te horen: “Zo kan het wel weer, we gaan nu met Mees en Houk praten.”’
MEES EN HOUK, het zijn namen die bij Brand en Keet passen. Oer-Hollandse namen. Namen die het werk van Bordewijk in herinnering roepen, net als de afgemeten dialogen, de machtsspelletjes en het poldergevoel in Kleine Teun.
Zou jij Karakter hebben kunnen verfilmen?
'Ik geloof dat ik nooit iets van iemand anders zou kunnen verfilmen. Karakter is wel een van mijn lievelingsboeken. Ik zie beelden voor me, en die zijn niet weggevaagd door de film. Ik zie vooral de sfeer van karnemelk en beton.’
Karnemelk?
'Hollands. De Rotterdamse haven, veel water.’
Karnemelk staat bij jou voor hetzelfde als paardeworstjes, zure zult, niertjes en poon?
'Poon? Ken ik niet. O ja, knorhaan in mijn De hand van een vreemde. Het zijn de levensmiddelen waar ik mee opgevoed ben. Het is niet zo dat ik gekke gerechten ga zitten opzoeken in een of ander kookboek. Zure zult, daar ben ik gek op. En niertjes ook. Ik kook ze, en dan gaan ze gelijk in plakjes op brood, met peper en zout - net als in Kleine Teun.’
Maar je behoort toch tot de generatie die zich in alles verzette tegen de ouders: nooit meer aardappels en niertjes en paardeworstjes?
'Paardeworstjes ken ik niet, hoor. Dat heb ik verzonnen. Ik weet niet eens of ze bestaan. Ja, paardeworst wel, maar paardeworstjes?’
Maar ze staan ergens voor. In moderne films wordt spaghetti gegeten, worden aardappels enkel als negatief beeld gebruikt.
'Ik vind spaghetti volstrekt oninteressant. Maar ik eet wel spaghetti. Ik eet heel exotisch. Annet kan meesterlijk koken en ikzelf kan ook een behoorlijk smakelijk maaltje bereiden. Maar wat ik in mijn werk gebruik, gaat om de klank, om de wereld die het oproept. De haring in Abel, daar is niks curieus aan. Die gerechten komen altijd zomaar in me op, net als namen. Ik heb nu zo'n boek met voornamen, en daar haal ik wel eens een naam uit. Maar dan moet die wel onmiddellijk op zijn plek vallen. Het is niet zo dat ik iemand Hadebert ga noemen, want dat vind ik niks.’
Jouw werk roept de sfeer op van v¢¢r de seksuele revolutie, toen alles nog overzichtelijk leek.
'Daar ben ik me wel bewust van. Het probleem met de werkelijkheid van nu is: die is niks. Die is pas over twintig jaar iets. Dan zit er een laagje glazuur overheen. Toch heb ik mijn uiterste best gedaan om De jurk in het heden te laten spelen. Iedereen schijnt te denken dat de film in het verleden speelt. Of tijdloos is. Tijdloos, dat haat ik eigenlijk ook. De jurk is toch een modern verhaal? Er staat een gemaal, er rijdt een bus. Het is dan wel geen supermoderne bus… In het theaterstuk Kaatje is verdronken wilde ik lelijke kleding, zo lelijk als maar kon. Hoor ik later dat ze gekleed gingen in jaren-zeventigstijl. Dat wist ik niet eens. De jaren zeventig, daar liep ik met samengeknepen billen doorheen.’
Je dialogen hebben ook iets tijdloos. Het is wel Nederlands, maar wij spreken het niet. Bij jou zeggen ze: 'Ik ben niet merkwaardig van geest.’ Ze zeggen niet: 'Zeker weten.’
'Ik vind dat ook erg lelijk. “Lul, klootzak, rot op!” Dat prikkelt mijn verbeelding totaal niet. Daar ga ik niet voor naar de film. Ik probeer zo te schrijven dat het binnen ÇÇn zinnetje gepiept is. Niet al die modder en vuiligheid, zoals in Goede tijden, slechte tijden.’
Jouw voorkomen is ook al zo tijdloos. Je vraagt je onwillekeurig af of er nog een andere Alex van Warmerdam achter zit, een man van nu. Van je interviews wordt niemand veel wijzer.
'Ik hou niet van interviews. Dan hoor ik mezelf weer kletsen, want je bent goed opgevoed dus je doet je best om antwoord te geven op de meest stupide vragen. Bij De jurk ben ik op alle aanvragen ingegaan, maar nu denk ik: de film moet het zelf doen, laat mij nou maar met rust.
Ik had al heel lang geleden een vakantie gepland, eind april, als Kleine Teun uitkomt. Dan hebben mijn kinderen voorjaarsvakantie. Ik zit straks twee weken in Spanje.’
JE VROUWENFIGUREN, ook in Kleine Teun, zijn haast archetypen: de moeder, de hoer. Waarom heb jij de vrouwenbeweging nooit over je heen gekregen?
'Dat begrijp ik nou weer erg goed. Ik maak heel vrouwgezinde films: de vrouwen nemen altijd het heft in handen, ze gaan op de barricaden of onttrekken zich aan de terreur van hun man door martelares te worden, door op te houden met eten. Je ziet dat ik in de film partij kies voor de vrouw. Dat die mannen ongelooflijke eikels zijn. Maar Brand is geen ploert. Die treinconducteur in De jurk wel. In die film krijgen de vrouwen het trouwens wel heel moeilijk, nu ik erover nadenk.
De Amerikanen vonden De jurk walgelijk. Ik ben uitgemaakt voor een immorele regisseur. Dat kwam door die scŠne waarin de treinconducteur het huis binnendringt. Ik dring dat huis binnen en dan dwing ik het meisje zich uit te kleden en in bed te gaan liggen. Dan kruip ik erbij, en zeg ik nota bene “welterusten”. Maar dat maakt het blijkbaar niet goed. Ze vonden dat het meisje te lang naakt in beeld was. Dat zit echt in hun ogen, want je ziet haar misschien een seconde naakt. Het zal wel komen doordat ik die scŠne bijna documentair gefilmd heb, met de camera beurtelings op beul en slachtoffer gericht. Ik heb het niet prettiger gemaakt. Je moet de dingen doen zoals je ze in je kop hebt.
Ik ben in de grond een heel ernstig iemand. Ik heb geen morele afkeer van geweld, maar er kan dezer dagen geen film gemaakt worden of er worden mensen op godsgruwelijke wijze de pan in gehakt zonder dat het verhaal dat onontkoombaar maakt. John Travolta in Pulp Fiction vind ik zo'n enorme flapdrol. En die zaal maar lachen als hij zo lullig danst. Ik vond hem in Saturday Night Fever al lullig dansen. Ik verveelde me dood bij Pulp Fiction, keek ernaar als een kip naar het onweer.’
In Kleine Teun wordt iemand met een bijl afgemaakt.
'Ik kan niet beoordelen hoe dat overkomt. De afgelopen twee weken ben ik alleen maar bezig geweest met het geluid van die bijl. Ik heb een hele groentewinkel met een mes aan flarden gehakt, een bloemkool, een pompoen, een watermeloen, om het geluid van die bijl te maken.’
'WE HEBBEN Kleine Teun helemaal bij Eemnes gefilmd, op de supermarkt en het kanaaltje na. Dat kanaaltje was echt een uitje, helemaal in Drenthe. Het is namelijk heel moeilijk in Nederland een kanaaltje te vinden waar geen bomen langs staan. Bomen zouden mijn jaargetijden in de weg zitten. We draaiden in de zomer, maar het moest Pasen zijn. Met seizoenen ben ik heel precies. Mijn broer zei: “Je hebt in het script eerst Koninginnedag staan en dan Pasen.” Agenda’s erbij getrokken, ook agenda’s uit andere jaren. Toen heb ik een Pasen genomen die zo laat mogelijk viel.’
Maar jij hebt toch ook wel eens een bos neergezet van alleen maar kale stammen, zonder takken?
'Die bossen bestaan, hoor. Ik heb alleen de stammen iets dichter bij elkaar gezet.’
Ik bedoel: je ontwerpt toch je eigen bos, zoals jij het wil?
'Maar Kleine Teun speelt echt buiten. Dan moet je bijvoorbeeld niet midden in de zomer bonen gaan planten, dat slaat nergens op. Ook een boer in de zaal moet er intrappen. Biologisch gezien doe ik het nog iets te vroeg, bonen planten.
Eigenlijk moet het vooral kloppen voor mezelf. Om systeem aan te brengen in mijn denken. Als Lena zwemt in het kanaal is het zomer. Dan weet ik hoe ik verder moet. Als Brand weer bonen plant, zijn we een jaar verder. Een fout is zo gemaakt in een film. Voor je het weet draaien de klokken de verkeerde kant op. Ik maak niet zomaar een beetje gekke werkelijkheid! Ik wil dat de kijker gelooft dat Brand die moord pleegt. Er gebeurt in mijn films niets dat niet kan. Ik maak geen surrealistische films. Er zit af en toe misschien een surrealistisch tintje in, zoals asbakken die uit zichzelf gaan draaien - nou ja, tegenwoordig gelooft iedereen daar wel zo'n beetje in.’