Paars en het einde der verlichting

Een tijdje geleden verkondigde VNO-voorzitter Rinnooy Kan dat wat de werkgevers betreft makkelijk tweehonderd studierichtingen op universitair en HBO-niveau konden worden geschrapt. Het bedrijfsleven heeft toch niets aan al die antropologen, filosofen, sociologen en neerlandici. Met het uitgespaarde geld konden dan mooi nieuwe management- en computercursussen uit de grond worden gestampt.

Rinnooy Kan was daarmee de hekkesluiter van een hele estafetteploeg van alpha-vreters, zoals die zich sinds de oliecrisis van de jaren zeventig hebben gemanifesteerd. In een economische dolkstootlegende werd de populariteit van de ‘softe’ studierichtingen verbonden met het economische verval en de 'potverteerdersmentaliteit’ van Nederland. Het vrije-marktfetisjisme van de jaren tachtig, met zijn permanente nadruk op een 'economisch relevant’ studieklimaat, was er het directe resultaat van - hele horden softe academici werden omgeschoold tot computerprogrammeur. Enige eeuwen wijsheidvergaring over aard en wezen van de mensheid, direct voortgekomen uit de geest van de Verlichting, werden als gevolg van een paar neerwaartse conjunctuurgolven met het vuile badwater weggesmeten. Studieschema’s werden dermate opgevoerd dat van enige kennisverdieping geen enkele sprake meer kon zijn. Uit naam van de economische relevantie werden de universiteiten omgebouwd tot veredelde beroepsopleidingen, waarbinnen voor het oude ideaal van de universele eruditie geen plaats meer was. Dit alles uitgedacht door een politiek en ambtelijk kader dat in de jaren vijftig en zestig twaalf jaar kon doen over een studie.
De eerder deze week gepresenteerde voornemens van het paarse kabinet ten aanzien van de studiefinanciering borduren voort op deze onzalige ontwikkeling. Het verschil met de lijn-Rinnooy Kan is dat er in de anti-universitaire razernij van de VNO-voorzitter nog enig systeem zat. Dat is meer dan er van dit jongste staaltje purple rain kan worden gezegd. Het op zich al van de pot gerukte uitgangspunt om een miljard te bezuinigen op de studiefinanciering heeft gezorgd voor een voorstel waarbij het hele universitaire systeem in een klap tegen de vlakte gaat. Alleen al het voorstel dat sommige universitaire studierichtingen (lees: de 'softe’) makkelijk kunnen worden beperkt tot drie jaar, verraadt welk enorm dedain er binnen paars heerst over de importantie van die vakken. Voorts is er het idee om nog slechts 'prestatiebeurzen’ uit te loven voor de eerste drie studiejaren, waarna de student een zogenaamde bachelor-titel heeft bereikt. Wie dan door wil gaan voor een mr- of drs- titel zal zich gek moeten gaan lenen bij de bank. De bedoeling is dat vele uit minder draagkrachtige families afkomstige studenten dan genoegen nemen met het bachelorschap en met die titel een baan moeten zien te vinden. Slechts een onbehouwen cultuurbarbaar kan volhouden dat er dan nog sprake is van een serieuze universitaire studie. Als paars nog enig fatsoen in de donder heeft, kan het beter met het voorstel komen om alle universiteiten te sluiten en alleen nog maar HBO aan te bieden. Dan weten de studenten tenminste waar ze aan toe zijn. Studenten met rijke ouders kunnen dan uitwijken naar het buitenland, waar wellicht nog wel iets leeft van het oude academische ideaal.