Paars ii en de media

In een bijzonder fel getoonzet commentaar in het PvdA-blad Vlugschrift trekt prof. dr. A. Heertje deze week van leer tegen premier Kok, wiens Ceausescu-achtige mediabeleid van de laatste maanden kwaad bloed heeft gezet bij de binnenkort van de Amsterdamse universiteit vertrekkende econoom. ‘De vrijheid van meningsuiting is in Nederland na 1945 nog nooit zo beknot geweest als nu onder Paars(II’, meent Heertje, die een somber beeld schetst van de opperdociele mentaliteit onder het Haagse perscorps. ‘Van journalisten die aan de hand van documenten regering en parlement kritisch volgen is nauwelijks nog sprake. De feiten over het mislukken van de Betuwelijn in financieel en maatschappelijk opzicht, worden zowel door de politiek als door de journalistiek achtergehouden, dan wel met grote vertraging gepubliceerd (…), gevoelig als journalisten zijn voor dreigementen van bewindslieden, ambtenaren en voorlichters voortaan verstoken te blijven van informatie. Hoofdredacteuren van kwaliteitskranten, zoals NRC, de Volkskrant en Het Parool spelen dit spel stilzwijgend mee.’

Aanleiding voor Heertjes boutade tegen het huidige persklimaat is overigens een affaire waarin de journalistiek in Nederland juist nu eens niet wachtte op het verlossende woord van een voorlichter, namelijk de journalistieke moordaanslag die het Algemeen Dagblad onder leiding van Peter van Dijk eind verleden week pleegde met als slachtoffer minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper. Op basis van anonieme getuigenissen uit het Rotterdamse stadhuis wilde het AD doen geloven dat Peper als burgervader werd gedreven door chronische kleptomane neigingen ten koste van de gemeentekas. Ook zou hij zich cadeaus voor de stad Rotterdam persoonlijk hebben toegeëigend. Na de eerste paniekerige reacties versmalde de polemiek zich tot de brandende vraag of de trekhaak die indertijd op last van Peper aan de burgervaderlijke dienstauto werd toegevoegd daar al dan niet wederrechtelijk is aangebracht. Toch niet echt een ministeriële crisis waard. Vindt ook Heertje, die Peper nog als student onder de hoede heeft gehad: ‘Rond mensen zoals Bram Peper ontstaat altijd legendevorming. Soms positief - men krijgt capaciteiten toegedicht waarover men niet beschikt -, maar heel vaak ook negatief.’
Het jongste dieptepunt van het mediabeleid onder Paars(II - vindt ook Heertje - is natuurlijk de brief die de premier door zijn topambtenaar Geelhoed liet schrijven om de oud-bewindslieden van het eerste kabinet-Den Uyl in het gareel te houden aangaande de Lockheed-kwestie. Steven de Vogel, verslaggever van het KRO-tv-programma Reporter, is samen met enkele collega’s al enige tijd bezig aan een documentaire over de politieke gevolgen van het omkoopschandaal dat in de zomer van 1976 bijna de Nederlandse monarchie ten val bracht. Door een fout van het Algemeen Rijksarchief zou de KRO notulen in handen hebben gekregen van een dramatische kabinetsvergadering die 20 augustus 1976 plaatsvond naar aanleiding van het Lockheed-onderzoek door de commissie Donner. Uit de notities bleek dat diverse bewindslieden van Den Uyl het kabinet wilden verlaten als niet zou worden overgegaan tot strafrechtelijke vervolging van de prins. Onder hen Bernhard-vreter Henk Vredeling en Marcel van Dam, die zijn ontslag zelfs al had ingediend. Bij premier Kok ging gelijk de alarmbel af toen hij van de KRO-vondst hoorde. Zijn secretaris-generaal Geelhoed vermaande de ex-ministers en staatssecretarissen de lippen stijf op elkaar te houden inzake Lockheed. Dat pakte averechts uit: diverse leden van de oude Den Uyl-ploeg, toevallig bijeen bij de presentatie van het Den Uyl-boek De verbeelding aan de macht van W. Breedveld en P. Bootsma, lieten zich uitgebreid interviewen over de dramatische gebeurtenissen van 1977. Waar een spreekverbod al niet goed voor kan zijn.
Terwijl de Socialistische Internationale midden november in Parijs bijeenkomt voor een conferentie om de Derde Weg tot de officiële leer van de Europese sociaal-democratie te maken, gaat het niet goed met de man die in de jaren vijftig de echte Derde Weg introduceerde in Nederland. Het levenswerk van Johan W.E. Riemens, de favoriete politieke denker van koningin Juliana in de jaren vijftig, dreigt dit jaar teneinde te komen als er niet snel een financieel noodplan wordt opgesteld. De politieke duizendpoot Riemens, betrokken bij zowel de oprichting van de PSP als de EVP, is de drijvende kracht achter de Amsterdamse Spinoza Academie, een platform voor een ieder die in de Derde Weg een uitweg ziet uit de huidige laat-kapitalistische malaise. Vanuit de academie bestookte Riemens de wereld de laatste jaren met waarschuwingen dat het helemaal fout ging in voormalig Joegoslavië. Met de oorlog in Kosovo kreeg hij zijn gelijk, maar toen was het al te laat. Nu zit zijn Spinoza Academie in de problemen. De financiering van het vredesinstituut verliep tot voor kort op basis van een oude overeenkomst tussen de Spinoza Academie en de gemeente Amsterdam. Door op te treden als tijdelijk beheerder van het voormalige Lloyd Hotel, dat onder andere aan kunstenaars werd verhuurd, wist Riemens zijn instituut tot voor kort draaiende te houden. Het contract met de gemeente is inmiddels afgelopen. Het Lloyd Hotel moet worden teruggegeven, met als extra complicatie dat sommige kunstenaars die indertijd met Riemens in zee waren gegaan nu opeens weigeren te vertrekken, waarvoor de gemeente nu weer dreigt de Spinoza Academie verantwoordelijk te stellen. De hoogste tijd kortom voor actie ten bate van 'mister Derde Weg’. 5 November aanstaande vindt er van 17.00 tot 19.00 uur in het gebouw van de Spinoza Academie aan de Grote Wittenburgerstraat 27 een spoedvergadering plaats over de toekomst van de academie. Komt allen.