Paars prikkelt de sociale zekerheid

Een van de nieuwtjes over de vorming van een nieuw kabinet die de afgelopen weken naar buiten kwamen, was dat er een paars model is voor de vormgeving van de uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid. Het gaat daarbij in feite om het vervolg op de WAO-discussie. De kernvraag luidt: kunnen we, door de uitvoering van de WAO anders - lees: strenger - te organiseren, zoveel minder WAO'ers krijgen dat er niet meer ingegrepen hoeft te worden in de hoogte en de duur van de uitkeringen?

Want ondanks alle commotie van de afgelopen jaren is bezuinigen op de WAO niet gelukt. De WAO-maatregelen van het vorige kabinet hadden twee doelen. Het eerste was: de kosten van de WAO omlaag brengen door te bezuinigen op de hoogte en de duur van de uitkeringen. Het tweede was de uitvoeringsorganisatie zodanig aanpassen dat de nadruk zou komen te liggen op reintegratie in plaats van op het verstrekken van uitkeringen.
Het eerste doel werd ruimschoots gemist. Doordat werknemers zich massaal bijverzekerden voor het ontstane ‘WAO-gat’, werd de premielast uiteindelijk zelfs ho ger. Het tweede doel, gedragsverandering bij de uitvoeringsorganisatie, werd evenmin bereikt. Wel werden, behalve pensioenfondsen, ook particuliere verzekeringsmaatschappijen bij de reparatie ingeschakeld, maar die deden hun best concurrentie te beperken: polissen werden op elkaar afgestemd en men zegde toe de huidige keuringspraktijk te volgen. Het enige positieve element was de premiedifferentiatie, een resultaat dat met heel wat minder inspanning bereikt had kunnen worden.
Op die uitvoeringsorganisatie spitst de discussie zich nu toe. Want heeft de parlementaire enquete niet aangetoond dat het probleem nu juist was dat werkgevers en werknemers de kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid jaren achtereen konden declareren bij grote, anonieme sociale fondsen? De uitvoering moet gevoelig worden gemaakt voor de kosten die zij veroorzaakt.
De eerste vraag is dan: wie moet dat gaan doen? De sociale partners niet, want die hebben het erbij laten zitten. De overheid dan maar? Maar zijn de sociale diensten zulke kostenbewuste organisaties? Of de individuele burger overlaten aan de particuliere verzekeraars? Maar die neigen weer te veel naar kartelvorming, waardoor de premies onnodig hoog worden.
Helaas. Zoals ieder bijdroeg aan het onbeheersbaar houden van de groei van het aantal uitkeringen, zo is ook de redder in de nood niet eenduidig aan te wijzen. Het gaat veel meer om de manier waarop het uitvoeringssysteem wordt opgebouwd en om de manier waarop daarin beheersingselementen worden ingebouwd. Als de overheid het moet doen, dan betekent dat centraal vastgestelde budgetten, zeer strakke normen en regels en een hierarchisch georganiseerd apparaat zonder bewegingsvrijheid bij de uitvoering.
Een meer voor de hand liggende weg bestaat uit marktprikkels inbouwen door de uitvoeringsorganisaties met elkaar te laten concurreren. De overheid bepaalt dan de minimale polisvoorwaarden, werkgevers zijn verplicht zich te verzekeren en bedrijfsverenigingen zijn verplicht elke werkgever te accepteren. Zo lijkt de WAO-discussie na drie jaar te eindigen waar hij had moeten beginnen: bij de organisatie van de uitvoering.