Hoofdcommentaar: Paars is gevallen

Paars weg, politiek terug

Het was onvermijdelijk. Minister Pronk had maandag met de aankondiging van zijn aftreden het voortbestaan van het tweede kabinet-Kok al hoegenaamd onmogelijk gemaakt. Pronk en Kok waren de enige bewindslieden die zowel tijdens de uitzending van Dutchbat naar Srebrenica als tijdens de val van de enclave en de daaropvolgende genocide deel uitmaakten van de regering. Waar de laatste week twijfels waren over de lotsverbondenheid tussen het kabinet en de moslims in Srebrenica stond de lotsverbondenheid tussen Pronk en Kok in wezen buiten kijf. Wanneer Pronk van mening is dat de opeenvolgende kabinetten verkeerde besluiten hebben genomen en te weinig hebben gedaan om de genocide te voorkomen, was het voor Kok moeilijk geweest hier niet in mee te gaan.

Het zal evenwel altijd de vraag blijven of het tweede paarse kabinet ook was gevallen als het Niod enkele jaren eerder met zijn rapport was gekomen. Met de komst van Pim Fortuyn aan het politieke firmament stevende Nederland sowieso af op een historische wending in het politieke landschap. Met kennelijk volledig besef van de politieke noodsituatie die de laatste maanden is ontstaan, stortte Pronk het kabinet in een vrije val die de apotheose lijkt van de — over het algemeen tot Den Haag veel te traag doorgedrongen — breed gevoelde onvrede over het functioneren van de uitgepolderde politieke moloch.

De val van het kabinet betekent hoe dan ook het einde van het acht jaar gevoerde paarse experiment. Niemand die de komende vier jaar nog met de sociaal-democratische/liberale samenwerking door wil. PvdA-leider Melkert niet en VVD-voorman Dijkstal niet. Typerend was de reactie van Ad Melkert, ruim een week voor de val van het kabinet, na afloop van een lezing in Paradiso op vragen uit de zaal over de opties voor een nieuwe coalitie. Een derde paars kabinet achtte hij volkomen uitgesloten. «Wat willen jullie dan? Paars?» zei hij breed glimlachend over zoveel onbenul. In de lezing zelf had hij het, refererend aan Paars-II, over «buikkrampen met braakneigingen». Tijdens een VVD-vergadering in Veldhoven, afgelopen weekend, sloot Hans Dijkstal van zijn kant de PvdA onomwonden uit als regeringspartner in een nieuw kabinet. Tot voor kort was hij een van de weinige politici die de verworvenheden van Paars nog prees.

Op dramatische wijze stort Paars nu in zijn laatste maand ineen. Zo komt een einde aan wat «de oude politiek» is gaan heten. Pim Fortuyn, als product van de onvrede over de doorgeslagen Hollandse consensus, zette met zijn door de gevestigde partijen smadelijk onvoorziene verkiezingsoverwinning in Rotterdam de verhoudingen op scherp. Zijn optreden luidde niet alleen het einde in van de paarse samenwerking, maar tegelijkertijd bereidde hij de weg voor de terugkeer van de tegenstelling in de politiek, de rentree van de polarisatie. VVD en PvdA profileerden zich de laatste weken weer ten opzichte van elkaar, waar ze bij de verkiezingen van 1998 de kiezer slechts de keuze vóór of tegen Paars voorlegden.

De val van het kabinet neemt Pim Fortuyn enige wind uit de zeilen. Met Koks verklaring in de Tweede Kamer dat hij en het hele kabinet verantwoordelijkheid willen nemen voor het onder drie kabinetten gevoerde Srebrenica-beleid en dat hij van mening is dat de Nederlandse regering te kort is geschoten, wordt de critici de mond gesnoerd. Met dank aan Jan Pronk, de beroepsminister die als een van de weinige bestuurders al die jaren bovenal politicus is gebleven. Door zijn nadruk op het falen van de opeenvolgende kabinetten maakte hij de speelruimte van Kok zo klein dat een val van het kabinet nog de enige reële optie was. De interne tegenstellingen waren domweg te groot. Met een rigoureus gebaar poogt Paars een einde te maken aan acht jaar «sorry-democratie» en bijkans regentesk bestuur. Pronk, als kind van de door sommigen vurig terugverlangde polarisatie, effende, mét For tuyn, de weg voor een politieke wedergeboorte.

De oppositie verweet Pronk dinsdagmiddag het geweten gemonopoliseerd te hebben. Als hij daadwerkelijk al sinds de val van Srebrenica vond dat het kabinet en hijzelf gefaald hebben, dan had hij eerder moeten aftreden. Daar is iets voor te zeggen. Pronk, zelf jarenlang voorstander van een parlementaire enquête over Srebrenica, heeft zich echter geconformeerd aan het kabinetsstandpunt dat voorschreef dat pas wanneer het Niod-rapport er zou zijn over politieke verantwoordelijkheid zou worden gesproken. Pronk wilde blijven meepraten en zijn collega’s met de neus op de feiten blijven drukken. Of, zoals Mient Jan Faber van het IKV zei: Pronk heeft «de zaak overeind gehouden in het kabinet». Pronk verwachtte mogelijk dat het uiteindelijke rapport daadwerkelijk de politiek verantwoordelijken zou aanwijzen en zou erkennen dat het eerste kabinet-Kok inderdaad de verkeerde bevelen heeft gegeven waardoor genocide onafwendbaar werd. Toen dat niet het geval bleek, trok hij voor zichzelf, en naar later bleek ook voor het kabinet, de conclusie. De «nieuwe politieke cultuur», waar achterkamertjesveteranen als Ad Melkert en Hans Dijkstal sinds 6 maart de mond van vol hebben, is 16 april begonnen met de val van het zakenkabinet-Kok.