Paarse chantage

De vakbonden zijn de gebeten hond. Zij eisen komend jaar ruim drie procent loonsverhoging. Veel te veel, zegt de regering. De bonden brengen daarmee niet alleen het poldermodel en de werkgelegenheid in gevaar, maar ook de investeringen in onderwijs en zorg. Zegt het kabinet.

Wat krijgen we nou? In tijden dat bedrijven miljardenwinsten maken, mogen werknemers toch wel drie procent loonsverhoging vragen? Sinds wanneer gaat dat ten koste van investeringen in onderwijs en zorg? Het antwoord luidt: sinds het regeerakkoord van Paars II. Daarin gaan coalitiepartijen ervan uit dat de lonen in de marktsector de komende jaren slechts met 1,5 procent per jaar stijgen. En de ambtenarensalarissen en uitkeringen dus ook. (Zie De Groene van 26 augustus.) Niemand zal serieus in die 1,5 procent geloofd hebben, maar daardoor hielden de partijen lekker veel geld over voor lastenverlichting, terugdringing van het financieringstekort en nieuw beleid. De PvdA dacht: ach, als de nood aan de man komt doen we wel wat minder geld richting financieringstekort. En de VVD dacht: ach, als de nood aan de man komt, doen we wel wat minder geld naar nieuw beleid.
De VVD heeft vooralsnog gewonnen. Het kabinet besloot vorige week om de ‘meevallers in de uitgaven’ die eigenlijk bedoeld waren voor nieuw beleid, voorlopig te bestemmen voor ambtenarensalarissen en uitkeringen. De vakbeweging is dus gewaarschuwd: ieder centje extra loon gaat ten koste van investeringen in gezondheidszorg, onderwijs en milieu.