Economie

Paarse liefdesverklaring

Nederland beleefde zijn Thatcher-moment in mei 1994 met het aantreden van het eerste paarse kabinet. De kabinetten-Lubbers van de jaren tachtig hadden weliswaar gebroken met het grote verzorgingsstaatproject van Den Uyl, maar stonden toch vooral in het teken van minder en matiger en misten een eigen, constructief perspectief op de toekomst van Nederland.

Net zoals Thatcher in het Verenigd Koninkrijk van 1979 de belichaming was van een breuk met een politieke filosofie van herverdeling en uitkomstgelijkheid in een context van de-industrialisatie, zo was ook Paars 1 na een decennium van ideeënloos versoberen en verschralen het voertuig van een nieuwe politieke filosofie die radicaal brak met het onzalige experiment van Den Uyl.
Daar is een hoop over te zeggen. En dat zal ik hier niet doen. In plaats daarvan een vignet. Ik weet niet of u het ooit heeft gezien, maar pakweg tien jaar geleden had een van de publieke omroepen - het zal de zelfhatende Vara wel zijn geweest - een hilarisch interview met PvdA-kopstuk Willem Vermeend, toenmalig minister van Sociale Zaken.
Samen met de interviewer bekeek Vermeend een documentaire over de sociale dienst in Zaandam. Een case manager bespreekt daarin op een goed moment met zijn leidinggevende de casus van een langdurig werkloze die een gitaarcursus heeft aangevraagd. Het jargon is je reinste andragologie; de teneur is er een van weemakende en o zo paternalistische medemenselijkheid. Dan volgt een interview met de cliënt zelf. Deze Koos Koets bestaat het met droge ogen te beweren dat de gemeenschap hem een recht op ontplooiing verschuldigd is en dat er dus publiek geld naar zijn gitaarcursus moet. Op televisie zien we Vermeends ogen vuur schieten en stamelt hij, hoofdschuddend, iets als: dat kan dus echt niet meer. De tekst is mild; uit de lichaamshouding en gebaren spreekt een bijna fysieke afkeer.
Zoals Simon Kuper afgelopen weekend in de Financial Times schreef, markeerde de Nederlandse verzorgingsstaat van Den Uyl de perfectionering van het staatsgegarandeerde recht op luiheid. Nergens anders kon in de jaren zeventig een student van de sociale academie doodleuk aankondigen het studeren te veeleisend te vinden en dus een uitkering te zullen aanvragen. En we hoeven maar naar de kinderen van deze verwende mensen te kijken - de begin twintigers van nu met hun overontwikkelde rechtsbewustzijn en hun geatrofieerde plichtsgevoel - om te beseffen dat dit geen karikatuur is.
Betaald uit een gasbel waar nooit iets zindelijks mee is gedaan en die bijna op is, was de grote verzorgingsstaat per definitie tijdelijk. Maar de moord erop moet je als politicus nog wel durven plegen. Thatcher deed en durfde het. Paars deed en durfde het. En met wat voor verbluffende resultaten. Ik heb het laatst weer eens opgezocht. Groeicijfers van drie tot vier procent per jaar. Een werkloosheid die daalde van 7,5 procent in 1994 naar 3,5 in 2001. En een aanval op de gettoïsering van Nederland waar Wilders met zijn onzinnige gezemel over ‘de-islamisering’ nog een puntje aan kan zuigen: bedroeg de werkloosheid onder niet-westerse migranten in 1990 nog rond de 25 procent, in 2000 was dat gedaald tot een Europees record van acht procent. En niet door te pamperen en 'de boel bij elkaar te houden’, maar door de arbeidsmarkt te versoepelen en een radicaal liberaal marktordeningsbeleid te voeren. Geëntameerd door D66'er Wijers vond het ministerie van EZ een nieuwe missie in het creëren, openen en verdiepen van markten voor nieuwkomers, waaronder niet weinig migranten. Het huidige succes van Nederland als ondernemersland draagt er nog steeds het stempel van. Paars heeft van Nederland een modern land gemaakt, met werkende vrouwen, huiseigenaren, ondernemende migranten, internet en mobieltjes.
Terugkijkend is het onbegrijpelijk dat Fortuyn erin is geslaagd deze prestaties weg te zetten als de 'puinhopen van Paars’. Natuurlijk heeft Paars zaken laten liggen. Op het vlak van onderwijs en kinderopvang zijn verkeerde beslissingen genomen (de samenvoeging van lager beroepsonderwijs en mavo), geen beslissingen genomen (het afschaffen van de vroege selectie) en te weinig beslissingen genomen (wel subsidie voor kinderopvang, geen verstatelijking). En natuurlijk is Paars ook de vader van het 'managerialism’ in de publieke sector. Maar als ik mag kiezen tussen Balkenende, Rutte en Paars kies ik blind voor het sociaal-liberale paarse mirakel.
Paars is toe aan een historische herwaardering. Het zou mooi zijn als de PvdA dat zou doen. Die kans is echter klein. In haar ideologische 'herbronning’ mijdt zij de paarse erfenis als was het een giftig prakkie en grijpt in plaats daarvan terug op de erfenis van de overschatte Den Uyl. Hoe dom kun je zijn.