Pacifik ‘vrede is de beste scene’

Misschien komt er na drie bloedige jaren een einde aan de oorlog in ex-Joegoslavie. Een oorlog die niet in de laatste plaats werd opgepookt door gecensureerde media, valse berichtgeving, eenzijdige informatie en regelrechte nationalistische propaganda. De organisatie Press Now steunde tijdens de oorlog vanuit Amsterdam de onafhankelijke media in voormalig Joegoslavie - met geldinzameling, publikaties en adoptie-acties. Dit werk gaat door, ook na de oorlog. Onafhankelijke media zijn en blijven onontbeerlijk, want vrede, tolerantie en pluriformiteit moeten telkens weer worden bevochten. Daarom heeft De Groene Amsterdammer in overleg met Press Now twee kleine, onafhankelijke bladen geadopteerd: Pacifik uit Belgrado, de hoofdstad van Servie, en Arkzin uit Zagreb, de hoofdstad van Kroatie. Twee kleine bladen, enigszins vergelijkbaar met De Groene Amsterdammer: onafhankelijk, intellectueel, in de contramine, en dus noodlijdend. Twee bladen voor zowel punkers als professoren.

Op de vraag wat de taak van het blad Pacifik zou kunnen zijn, mocht het ooit weer vrede worden in het vroegere Joegoslavie, schreef Gordan Maric, redacteur jeugdcultuur, een gedicht, dat vertaald ongeveer zo luidt: ‘Wat het woord van Pacifik de heren zegt, Als de oorlog z'n slotakkoord speelt, Dat is een terechte vraag. Als deze bloedige reactie eindelijk stopt, Als alle gasten van dit krankzinnig banket zijn vertrokken, Dan zou de vrede keer op keer moeten worden gecultiveerd. Dus huiver niet, alsjeblieft, zend de boodschap langs de Visla. Zend de boodschap dan langs de Wolga. De boodschap voor Senada en Olga. Vrede is de beste scene, de enige scene waar we voor zouden moeten vechten.’
Cultuur en vrede hebben voor Pacifik altijd met elkaar te maken gehad. 'Tijdschrift voor vredescultuur’ is dan ook de ondertitel. Het blad is opgericht in mei 1992 door een groepje intellectuelen van het Centrum voor Anti-Oorlogs Actie in Belgrado. Hamdija Demirovic, oprichter en eerste hoofdredacteur van het blad, moest eind 1992 uit Belgrado vluchten en vertelde destijds in Amsterdam: 'Toen we in 1992 met Pacifik begonnen, maakten we ons geen illusies dat wij met dit blad of zelfs met de pacifistische beweging in Belgrado de oorlog zouden kunnen stoppen. De vredesbeweging heeft nooit veel traditie gehad in een patriarchaal macho-land als Joegoslavie. Pas in juni 1991, toen de oorlog in Slovenie begon, werd het Centrum voor Anti-Oorlogs Actie opgericht. Pacifik is maar een klein blad, er worden zo'n duizend tot vijtienhonderd exemplaren van gedrukt - daarmee houd je geen oorlog tegen. Het beste wat we konden doen was ons alvast voorbereiden op een situatie waarin dit allemaal voorbij is, om alvast de cultuur van de vrede te verspreiden. Dat houdt in: tolerantie, pluraliteit, aanvaarding van wat anders is - of dat nu gaat om iemand van een andere religieuze groep, van de andere sekse of van een andere seksuele orientatie. Als we de publieke opinie en politici al hadden willen beinvloeden, hebben we natuurlijk tragisch gefaald, maar dat was te verwachten. Waarom je het dan toch doet, in de wetenschap dat het geen direct politiek nut heeft? Omdat dat het minste is wat je kunt doen, speciaal in tijd van oorlog: een moreel standpunt innemen.’
Pacifik verscheen niet regelmatig maar zoals vermeld op de cover: 'Uit noodzaak en wanneer noodzakelijk.’ Een extra nummer van vier pagina’s was nodig toen de studenten van de Universiteit van Belgrado in opstand kwamen tegen de oorlog, in juni 1992. Nog belangrijker was de eerste publikatie in Servie van een rapport - ontvangen uit de Verenigde Staten via computernetwerken - over het bestaan van doodskampen in voormalig Joegoslavie. Het was het begin, al wilde niemand luisteren totdat de vloedgolf van publiciteit in het Westen loskwam.
Pacifik wordt vooral verspreid bij demonstraties (voor zover die er nog zijn) en andere bijeenkomsten, zoals die van de Belgrade Circle, een groep van honderden intellectuelen die iedere zaterdag bij elkaar komt. Daarnaast is het blad te koop in een aantal kleine boekhandels. Er is maar een klein publiek voor in het door het handelsembargo getroffen Belgrado, waar iedereen aan alles gebrek heeft. De televisie schettert de oorlogspropaganda de huiskamers in, de weinige particuliere zenders zijn gespecialiseerd in porno. Radio B-92 laat wel diverse opinies horen, maar is voor zijn nieuwsuitzendingen ook afhankelijk van de gekleurde officiele nieuwsdienst. Veel mensen die 'willen proberen gezond te blijven in deze psychotische cultuur’ (zoals een lezer het uitdrukte) kopen het weekblad Vreme, dat voor een onafhankelijke berichtgeving staat. Ook het tijdschrift Republika brengt nu en dan interessante dossiers uit, bijvoorbeeld over Kosovo of over de media.
De functie van Pacifik is een andere. Zijn kracht ligt meer in essays, opinies, persoonlijke columns, culturele besprekingen en wetenschappelijk onderzoek. Zo schreef Zlatko Sram in augustus 1993 een interessant artikel over de autoritaire persoonlijkheid en de samenhang daarvan met agressief nationalisme en geloof in de staat. Hij analyseert de 'belegeringsmentaliteit’ van mensen die geloven dat de hele rest van de wereld negatieve bedoelingen ten opzichte van hen heeft. Autoritarisme, fundamentalisme, conservatisme, dogmatisme, dwang, nationalisme, militarisme en oorlogspropaganda zouden wel eens verschillende aspecten kunnen zijn van een fundamenteel psychologisch patroon: innerlijke conflicten en tegenstrijdigheden, ontkenning of onderdrukking daarvan, en projectie van ontkende of ongewenste aspecten van de eigen persoonlijkheid op anderen. Nationalisme kortom als een zelfvernietigende en antisociale gids voor menselijke relaties.
Gemakkelijk heeft Pacifik het niet. Geldgebrek is het grootste probleem, maar Press Now heeft de uitgave van de eerstvolgende twee nummers mogelijk gemaakt. Een ander probleem is de hoofdredactie. De eerste hoofdredacteur, Hamdija Demirovic, woont nu in Nederland. Zijn opvolgster, Dubravka Knezevic, een bekend toneelschrijfster en theatercritica, is vorige zomer naar Australie vertrokken en heeft te kennen gegeven daar te willen blijven. Milan Popovic heeft de hoofdredactie overgenomen, maar hij is eigenlijk grafisch ontwerper en geen journalist. De redactie werkt nu meer als een horizontaal georganiseerd collectief van vijf mensen die elk verantwoordelijk zijn voor een bepaald gebied.
Branka Novakovic is zakelijk leidster van het blad. Een energieke, onafhankelijke vrouw van in de dertig, die evenals de redacteuren haar geld elders verdient. Enthousiast vertelt ze over het volgende nummer, dat begin april zal uitkomen: 'Er zal een interview in komen met een Joegoslavische vrouw die al tien jaar in Duitsland woont. Zij was terug in Belgrado en geschokt over wat ze zag. Zij heeft het over de vraag of er een leven mogelijk is na de oorlog en zij vergelijkt dat met Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Dan is er een reportage over de positie van de deserteurs. De wet zal moeten worden veranderd, zegt een hoogleraar, anders hangt allen die geweigerd hebben te vechten en die naar het buitenland zijn gegaan, na terugkeer een veroordeling boven het hoofd. Dan is er een rapport van de Humanitarian Law Foundation over de repressie door de politie in Sandjak, een deel van Servie waar veel moslims wonen en waar volgens dat rapport sprake is van martelingen, willekeurige arrestaties en dreigingen met de dood. In november en december 1993 zijn meer dan driehonderd moslims gemarteld in politiebureaus in Sjenica, Tutin en Novi Pazar. Er komt ook nog een artikel over de ecologische gevolgen van de oorlog, een verslag over de gevechten tussen Serviers en Kroaten in Pakzac, en onder de titel “De tocht van de strijder” een onderzoek naar de latente homoseksualiteit in de oorlog, waar ook mannen verkracht blijken te worden door van die stoere macho’s.’
Een ander artikel behandelt vanuit een feministisch gezichtspunt de verkrachting van vrouwen door Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op een congres in Amerika bleek dat ook de Japanse echtgenotes van deze verkrachters nu om een onderzoek vragen. Vanzelfsprekend komt de vraag op of ook Servische vrouwen in dezelfde positie van zich zouden moeten laten horen. Naast een bezoek van een theatergroep uit Belgrado aan Geneve met een actueel stuk over wat de oorlog aan schade toebrengt in een gezin en een overzicht van feministische publikaties, schrijft Gordan Maric over het leven van jongeren in Belgrado tijdens de oorlog. Ze verzetten zich niet tegen de oorlog, maar gaan naar disco’s en cafes, drinken coca-cola in hun nieuwste jeans en doen alsof ze niets met de oorlog te maken hebben. Ze proberen zich er eenvoudig van af te keren, ze zijn met hun hoofd bij andere dingen: ze willen bij Europa horen, niet bij een Servie, dat is teruggekeerd naar het Stenen Tijdperk.
Branka Novakovic: 'De mensen in Belgrado zijn moe van de oorlog, van het handelsembargo, van alles, ze voelen zich misschien schuldig, maar de meeste mensen lijken helemaal niets meer te voelen. Pacifik zou de hoop moeten wekken dat het leven weer opnieuw kan beginnen, op een betere manier, niet alleen in materiele zin, maar ook moreel gesproken. Het zal volgens mij nog lang duren voor er werkelijk vrede is en nog veel langer voordat de mensen er werkelijk over durven nadenken. Misschien dat Pacifik kan helpen die tijd te verkorten.’