Sport

Padel

Zoals iedereen weet: we vervelen ons snel. Ook sport-wise. Tenzij we geobsedeerd, bevangen, bezeten zijn door één bepaalde sport, of er ontzettend goed in zijn en ervan leven, raken we gauw uitgekeken op de sport die we beoefenen.

We willen altijd weer iets nieuws.

Om niet meteen de moed en de zin op te geven bij het sporten en aan verveling ten onder te gaan, worden er nieuwe sporten bedacht. Uit het niets, soms, en soms door een doordachte kruising van twee of meer bestaande sporten. Op die manier is onze cultuur in de loop der tijden verrijkt met vele vormen van sport.

Volgende week wordt in Spanje het wereldkampioenschap padel gehouden, voor de achtste keer al. Padel is in Nederland nauwelijks bekend. Het is een combinatie van tennis en squash en wordt vooral gespeeld in Latijns-Amerika. Padel stamt uit de negentiende eeuw. Het verhaal wil dat de passagiers van Engelse schepen de verveling de baas bleven door te sporten. Om dat op de beperkte ruimte van een schip toch serieus te kunnen doen, werd padel bedacht, dat wordt gespeeld volgens de tennisregels, in een squash-achtige kooi, met squash-achtige rackets.

De beroemde tennisser Ramon Sluiter is ambassadeur van de padelsport. Een nieuwe sport kan niet zonder ambassadeur.

Veel sporten die we kennen zijn combinaties van andere sporten. Denk bijvoorbeeld aan ijshockey. Tot nu kwamen nieuwe sporten veelal voort uit combinaties binnen één tak: vechtsport met vechtsport, balsport met balsport, motorsport met motorsport, et cetera. Gezien de exponentieel groeiende verveling zullen in de toekomst ook grensoverschrijdende kruisbestuivingen gaan plaatsvinden, en krijgen we onverwachte combinaties van denk- en krachtsport, onderwater- en klimsport, motor- en paardensport.

Dat ook combinaties van een sport met bezigheden uit het maatschappelijk domein resultaat kunnen hebben, bewijzen beachvolleybal (strandrecreatie gekruist met volleybal), korfbal (de was ophangen meets basketbal) en honkbal (trefbal gemengd met agressiebeheersing). En zo is het aan de gelukkige liaison tussen de duivensport en het pottenbakwezen te danken dat we kleiduivenschieten hebben.

Ook beperkingen of problemen van sociale of huishoudelijke aard kunnen aanleiding zijn voor het ontstaan van een nieuwe sport. Zo zorgden klein behuisde gezinnen die toch graag wilden tennissen voor het ontstaan van de tafeltennissport. Aan bewoners van een twee-onder-een-kap- of doorzonwoning met een passie voor speerwerpen maar zonder groot grasveld in de tuin danken we het darten. Dwergen die dol waren op golfen maar moeilijkheden ondervonden bij het willen en mogen spelen ervan, bespoedigden de wording en bloei van het midgetgolf – en weer andere dwergen, die het maatschappelijk minder goed hadden maar toch ook behoefte kenden aan opwinding en lichaamsbeweging vormden de missing link naar de tegenwoordig vooral in Noord-Brabant veelvuldig en hartstochtelijk beoefende sport van het dwergwerpen. Handballiefhebbers die woonden in een gebied waar te pas en te onpas overstromingen plaatsgrepen, creëerden het waterpolo – hoewel ook wordt beweerd dat het polo, de sport waar prins Charles enthousiast aan deelneemt, en waarbij volwassen mannen op paarden een bal in een doel proberen te slaan, leidde tot waterpolo, als gevolg van wateroverlast en gebrek aan paarden.

Paarden zijn duur in het onderhoud. Ook zijn het lastige dieren. Het is niet vreemd dat sportliefhebbers die zich geen paard konden veroorloven zo inventief waren om nieuwe sporten te maken van bestaande sporten-met-paarden maar dan zonder paarden. De military werd op die manier veldlopen; paardenrennen werd (zonder paard dus) de steeple chase, en een andere variant van polo zonder paarden is het hockey geworden. Het gaat te ver om ritmische gymnastiek a poor man’s dressuur te noemen, maar het staat vast dat het paard – of het gebrek aan een paard – een belangrijke rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van nieuwe sporten.

Zo zullen in de toekomst nieuwe sporten ontstaan: door combineren en mengen. In deze nog steeds postmoderne tijden benut de mens op eclectische wijze het enorme reservoir van sporten, haalt eruit wat hem zint, laat links liggen wat hem overbodig schijnt, en construeert door knippen en plakken iets nieuws. Zo doen we het al decennialang in de beeldende kunst, de muziek, de architectuur en de literatuur, en zo doen we het ook met de sport. Dus straks hoeven wij, verveelde, verwende, blasé mensen, ons weer een paar jaar niet te vervelen, want dan hebben we beachroeien, onderwaterbridge, langeafstandshoogspringen, bonkbal, squockey, standbal, landbal, hochlaufen, veldrijden op de schaats, hinkstapduiken en teelbal.

Alles tegen de verveling.