Pakistaanse dwangarbeidster wordt senator

Islamabad – Krishna Kumar (39) is de eerste kasteloze hindoevrouw in de Pakistaanse senaat. Afkomstig uit de minst ontwikkelde regio van het land, de Tharparkar-woestijn, legde ze deze maand de eed af. Gekleed in haar folkloristische jurk stond ze er fier en ferm tussen haar belagers, rijke landheren uit de provincie Sindh waar de woestijn onder valt. Zij hielden Krishna toen ze nog een kind was met haar ouders drie jaar op hun landerijen gevangen. De familie weigerde nog langer tot het leger van goedkope slaven te behoren en kwam in opstand.

‘Ik ben het slachtoffer van dwangarbeid. Ik heb voor mijn ogen gezien hoe jonge meisjes door de feodale grootgrondbezitters werden verkracht. Ik heb de verhalen opgetekend van hindoes die met geweld tot de islam werden bekeerd’, vertelt de vers gekozen senator.

Krishna behoort tot die vier procent hindoes in Pakistan. Wat is de sleutel voor haar succes als minderheid in de islamitische republiek? ‘Onderwijs’, noemt ze kort en krachtig. ‘Het vormt je en maakt je politiek bewust.’ Haar ongeletterde vader stuurde zijn dochter naar school. Hij huwelijkte haar weliswaar op haar zestiende uit, maar bij haar nieuwe echtgenoot, een rechtenstudent, en haar schoonouders was ze in goede handen. Zij stimuleerden Krishna een universitaire studie te volgen.

Haar grootste voorbeeld is haar broer, een advocaat die verschillende rechtszaken wegens verkrachting en dwangarbeid tegen de grootgrondbezitters aanspande. ‘Hij nam me mee naar een jeugdkamp waar jonge leiders, minderheden uit alle lagen van de samenleving, over vrede en tolerantie spraken. Ik kwam daar als herboren uit, vol vechtlust en energie.’

Als senator wil ze het onderwijs en de gezondheidszorg voor de vrouwen in Tharparkar opzetten. In de armste streek van Pakistan ontbreekt het aan basisscholen en ziekenhuizen. ‘De dichtstbijzijnde kliniek ligt 150 kilometer verderop. Chronisch tekort aan schoon drinkwater en medicijnen zorgen ervoor dat veel vrouwen in het kraambed sterven.’ Krishna, inmiddels moeder van vier kinderen, is uitgegroeid tot het symbool van verzet. In de provincie Sindh komen steeds meer onderdrukten in opstand. Ze pikken de uitbuiting niet langer, de verkrachtingen, de gedwongen bekeringen, huwelijken en arbeid.

In haar geboortedorp Nagarparkar wordt Krishna vergeleken met vrijheidsstrijder Rooplo Kolhi. Hij organiseerde in 1857 het verzet tegen de Britse invasie en eindigde aan de galg. Met een gekozen senator in hun midden hopen de bewoners deze keer op een betere afloop.