Pakistaanse kinderen slopen onze Nokia’s en iPhone’s

Rawalpindi – Volgens de milieu-afdeling van de Verenigde Naties, de unep, produceren de rijke landen jaarlijks vijftig miljoen ton aan elektronisch afval waarvan negentig procent illegaal in ontwikkelingslanden wordt gedumpt. In Pakistan demonteren vooral kinderen onze e-waste. Van de giftige stoffen worden ze chronisch ziek.

Johnson (13) werkt in de wijk van Rawalpindi waar Pakistanen hun tweedehands mobiele telefoons kopen. Hij leidt ons door de donkere gangen met afgebladderde verf aan de muren naar vieze, stoffige kamers waarin verscheidene kinderen op de koude grond computers, laptops en mobiele telefoons uit elkaar halen. In de duistere hokken zitten geen ramen of luchtfilters, slechts een peertje hangt aan het plafond. Geen kind draagt een mondkapje. Ook niet als ze de plasticresten op de apparatuur verbranden. Giftige stoffen als kwik en andere zware metalen veroorzaken astma en huidziekten. Asif van tien heeft bronchitis. Johnson kan niet ophouden met hoesten.

Volgens Muhammad Asif Shafiq van de Eco Foundation werken in Pakistan duizenden kinderen in illegale ateliers en vuilnisbelten tussen het giftige elektronische afval. ‘Het tast hun longen en organen aan’, waarschuwt hij. ‘We zijn nu tien minuten in deze kelder. Voel jij je longen en huid niet verschrikkelijk kriebelen?’

Het storten van elektronisch afval is illegaal. Volgens de Conventie van Bazel, die door bijna alle staten is ondertekend, mag geen westers land zijn elektronisch afval in ontwikkelingslanden lozen. ‘Op de containers vol e-waste die in de haven van Karachi aankomen staat dat het om tweedehands goederen gaat. In ruil voor steekpenningen knijpt de douane een oogje dicht’, weet Shafiq van de Eco Foundation. Toch is slechts twintig procent van het elektronisch afval dat Pakistan binnenkomt bruikbaar. Tachtig procent belandt op de vuilnisbelten of wordt in brand gestoken. Giftige stoffen komen in het grondwater terecht en veroorzaken dodelijke ziekten als kanker.

De kinderen werken stug door in de vieze kelder. Wat vinden ze ervan dat ze tussen de afgedankte telefoons en computers van hun leeftijdgenoten uit het Westen dit ongezonde werk doen? Ze halen hun schouders op. ‘Ik help mijn moeder’, zegt Johnson. Zijn vader is weggelopen. Zijn moeder probeert als schoonmaakster de kost te verdienen. Het is niet genoeg. Hoeveel krijgt hij voor een dag demonteren? ‘Nog geen euro’, vertelt hij.