H.J.A. Hofland

Pakistan

Zo vlug mogelijk verkiezingen houden, en het uniform voor het burgerpak verwisselen. Dat zijn de adviezen die president Bush zijn Pakistaanse collega Musharraf heeft gegeven op een persconferentie met de Turkse premier Erdogan, die bij hem op bezoek was om de verhoudingen met het bevrijde Irak te bespreken. Het leek wel alsof de machtigste man het allemaal niet volkomen au serieux nam. Met een half lachje gaf hij in een paar zinnen deze visie, en dat was dat.

Bush blijft Musharraf dus als een van zijn belangrijkste bondgenoten in de oorlog tegen het terrorisme beschouwen. Sinds 11 september 2001 heeft de Pakistaanse president meer dan tien miljard dollar van Washington gekregen. Verreweg het meeste daarvan is aan militaire doelen besteed. Deze vriendschap en genereuze hulp heeft hij te danken aan de strategische positie van zijn land. In het grensgebied met Afghanistan houden de Taliban zich schuil, bovendien ravitailleren en recruteren zij in dit gebied. En misschien heeft Osama bin Laden daar ook zijn geheime hoofdkwartier. Alle reden om de vriendschap met Musharraf te koesteren.

De afgelopen paar jaar wordt zijn bewind in toenemende mate bedreigd door een democratische oppositie en niet nader gedefinieerde moslimfundamentalisten, misschien al-Qaeda en de Taliban, die in ieder geval het land als een zeer begerenswaardige prooi zullen zien, want Pakistan is een kernmacht. Al eerder is Musharraf van plan geweest radicale maatregelen te nemen. Dat is hem steeds met klem door Washington afgeraden. Een paar maanden geleden was een dringend telefoontje van minister Condoleezza Rice nog voldoende om hem ervan te weerhouden. Ze gaat weer bellen.

Kennelijk is nu de nood zo hoog gestegen dat zulke waarschuwingen niet meer helpen. Musharraf heeft de grondwet buiten werking gesteld, de leden van het hooggerechtshof, advocaten, journalisten laten oppakken, nog eens tweeduizend verdachte burgers achter de tralies gezet, radio- en televisiestations verboden. Ook naar de bbc en cnn mag niet meer gekeken worden. De noodtoestand is afgekondigd. De verkiezingen die op 15 januari zouden worden gehouden, zijn uitgesteld. Misschien tot volgend jaar, of nog later.

De eerste reacties uit Washington waren bescheiden. Onlangs heeft Bush laten weten dat voor hem Musharraf tot nader order een betrouwbare bondgenoot in de oorlog tegen het terrorisme is. Dat is dus niet veranderd. Eerst de veiligheid van Amerika en zijn burgers, de stabiliteit en dan verspreiding van de democratie. Dat blijft de volgorde. Als het aan de president ligt, komen er nog geen strafmaatregelen.

Hoe betrouwbaar is Musharaf als bondgenoot? Er zijn geen betrouwbare bronnen, de meningen lopen uiteen. In zo’n geval is het altijd het beste vooral rekening te houden met de meest pessimistische. De uitvoerigste verslaggeving heeft The New York Times. Volgens deze krant van afgelopen zondag en maandag kunnen we de Pakistaanse acties in het grensgebied met Afghanistan voorlopig als mislukt beschouwen. Het leger daar is gedemoraliseerd, reageert niet alert en vertoont de neiging het met de tegenstander op een akkoordje te gooien. Deze diagnose valt niet te controleren. Wel hebben de Amerikaanse en de Navo-troepen er al meer dan een jaar directe ervaring. Het bondgenootschap met Pakistan heeft de toestand nog niet verbeterd. Integendeel, de Taliban hebben zich gereorganiseerd. Het wordt daar gevaarlijker. Het animo van de bondgenoten om troepen naar Afghanistan te sturen neemt af. De Nederlanders zijn blij met de tweehonderd Georgiërs die hun president Saakasjvili wil sturen. Die man is trouwens ook geen voorbeeldige democraat.

Stellen we het deel van de Amerikaanse buitenlandse politiek dat bestaat uit de oorlog tegen het terrorisme voor als een groot bouwwerk. Als hoekstenen daarvan waren het tot democratie hervormde Irak en Pakistan bedoeld. Irak is verpulverd. Het meest recente bewijs daarvan is dat op het ogenblik het land een paar miljoen ontheemden telt. En verder wordt het grootste deel van de Amerikaanse strijdkrachten daar vastgehouden. Dat weten onze tegenstanders; dat schenkt ze een grote bewegingsvrijheid.

Niet sinds dit weekeinde maar al een paar jaar is het steeds duidelijker dat Pakistan, de andere hoeksteen, begint te barsten. Hoe dat verder zal gaan weten we niet. Uit recent onderzoek van een particuliere organisatie, Terror Free Tomorrow, blijkt dat onder de Pakistaanse bevolking Bin Laden populairder is dan Musharraf: 46 tegen 38 procent. Stel dat nu in Pakistan een burgeroorlog ontluikt, wat kan Amerika daaraan dan doen? Praktisch niets. Alleen hopen dat de gematigden van oppositieleider Bhutto zullen winnen. Een Nederlandse vraag: hebben de ontwikkelingen in Pakistan in Den Haag nog enige invloed?