…pakje…

‘Cook the daylight out of it.’ Mooi gezegd. Dat deden ze volgens de overlevering vroeger op de Krom Boomssloot met de spruitjes.
Zo hoor je ook steeds meer klagen dat er teveel nootmuskaat in de Amsterdamse osseworst zit. Voor de slagers onder ons is dat geen geheim, die weten zelfs dat de os zelf er ten enenmale in ontbreekt. Maar waarom zou de Nederlander er bij mij anders om bekend staan dat hij het al heel bijzonder acht als iets ergens een beetje op lijkt, of een beetje naar smaakt. Te veel mag weer wel, dat geen tenminste duidelijkheid. Dat geeft zekerheid, al deugt er niets van. Maar helemaal o.k. is uitsloverij.

En het scheelt behoorlijk in de centen. Een paar jaar geleden, en andere cijfers hebben mij niet bereikt, waren ik en u in Europa degenen die het minste geld aan hun provisiekast uitgaven.
Het kwaliteitsbesef van de Hollander is vrij aardig met het begrip ‘ongeveer’ aan te duiden. Hij wil kaas die ongeveer lekker is. Biefstuk die ongeveer naar biefstuk smaakt en vis die ongeveer vers is. Wij zijn meer dan iets anders Ongeveerlanders. Allereerst hebben we dat ongeveerbesef van de familie, dus het moet wel goed zijn. Familieziek staat nog steeds in redelijk aanzien en is hier zelden terminaal. Ten tweede mis ik mijzelf regelmatig op de stemmige avonden van Uitslovers Anonymous.
Dit was mijn inzending voor uw prijsvraag n.a.v. de Vroege maar Kwade Kerstgedachte. Mag ik tot slot nog mijn vertrouwen in uw jury uitspreken. Omdat die naar soep uit een pakje, pizzalijn, afhaalchinees en gegrillde halve kip ruikt.